Header image



Archeologisch Adviesbureau
vlag  
 
 
      wit  
wit
WELKOM BIJ RAAP
onderzoeks- en adviesbureau voor archeologische monumentenzorg en cultuurhistorie

1
 

 

 

 

 
RAAP actueel RAAP in het nieuws

Van 6 t/m 9 juni zal in Berlijn de 2e Landscape Archaeology Conference (LAC 2012) plaatsvinden. De conferentie biedt een platform aan archeologen, geografen en onderzoekers van aanverwante disciplines, en is bedoeld voor discussie en presentatie van de resultaten op het gebied van geo- en landschapsarcheologie. In 2010 vond de eerste editie van dit congres plaats in Amsterdam.

Op vrijdag 8 juni zullen Nico Willemse (RAAP) en Bert Groenewoudt (RCE) om 11.00 uur een lezing houden, getiteld: Resilience in metastable landscapes? The non-linear response of Late Glacial aeolian landforms to prehistoric reclamation along Dutch river valleys.

Meer informatie: http://www.geo.fu-berlin.de/geog/fachrichtungen/physgeog/lac2012/

In januari 2012 vond onder grote publieke belangstelling een opgraving plaats op de Botermarkt in Haarlem. Archeologen van RAAP voerden er voorafgaand aan de plaatsing van ondergrondse containers een onderzoek uit. Het leverde interessante resultaten op over de historie van deze plek en een grote hoeveelheid eeuwenoude menselijke skeletten. LEES VERDER >>

Toen bij de aanleg van een spoorwegonderdoorgang aan de Vijfde Tochtweg in Moordrecht (gemeente Zuidplas) bij toeval een geschutsstelling werd aangetroffen, besloot ProRail een onderzoek in te laten stellen. RAAP kreeg de opdracht te bepalen hoe met de geschutsstelling omgegaan diende te worden bij de uitvoering van de werkzaamheden.... Lees verder

Op 18 april organiseert de Oudheidkundige Vereniging Herderewich een lezing over de recente opgravingen in de binnenstad van Harderwijk. Martin Schabbink, projectleider bij RAAP Archeologisch Adviesbureau, brengt verslag uit van opgravingen die in de Brugge-, Vijhe-, en Academiestraat plaatsvonden op locaties waar afvalcontainers zijn geplaatst. Voorafgaand aan deze plaatsingen kregen de archeologen van RAAP de gelegenheid om daar (in putjes 2 x 2 meter) archeologische resten te documenteren en te onderzoeken.... Lees verder

Op donderdag 12 april zal in het Limburgs Museum in Venlo de Goltziuspenning worden uitgereikt aan Xavier van Dijk, projectleider bij de vestiging Zuid-Nederland van RAAP Archeologisch Adviesbureau. Van Dijk heeft de Floriadeorganisatie overtuigd van het belang van de cultuurhistorie van een deel van het terrein, waardoor het een belangrijke plaats inneemt tijdens de Floriade.


Xavier van Dijk

Voor archeoloog Xavier van Dijk (1972) is het gebied tussen Venlo en Horst aan de Maas, waar de Floriade 2012 plaatsvindt, zeer bekend terrein. Zijn roots liggen daar en hij heeft er niet alleen beroepsmatig, als projecteider voor RAAP, maar ook in zijn vrije tijd veel onderzoek gedaan. In 2004 en 2005 voerde Van Dijk er voor RAAP een archeologisch onderzoek uit, om na te gaan welke gevolgen de inrichtingsplannen voor de archeologie zouden hebben. In 2011 en 2012 werkte hij voor RAAP mee aan het realiseren van een cultuurhistorische wandelroute over het Floriadeterrein, waarin de belangrijkste facetten van de cultuurhistorie in het gebied worden belicht. Verder zorgde hij in de afgelopen jaren voor (populair) wetenschappelijke rapporten en publicaties over de plek en organiseerde hij rondleidingen. Daarmee heeft hij de organisatie van de Floriade en de ruimtelijke vormgevers van het terrein overtuigd om de cultuurhistorie optimaal te integreren in speciale routes, zodat de bezoekers de cultuurhistorische resten beter kunnen ervaren en beleven. De jury heeft daarom unaniem besloten Xavier van Dijk de Goltziuspenning 2012 toe te kennen.

Op regionale zender L1 is Xavier te zien over de route op het Floriadeterrein > link

De bronzen penning is een initiatief van de stichting Vrienden van het Limburgs Museum en werd ontworpen door de Maastrichtse kunstenaar Appie Drielsma die zich liet inspireren door Kleio, de muze van de geschiedenis. De penning wordt om iedere twee jaar uitgereikt aan personen of instellingen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor het behoud van cultureel erfgoed, de verspreiding van kennis over cultureel erfgoed of de bevordering van de samenwerking tussen musea, archieven en archeologische en volkskundige instellingen. De prijs is genoemd naar de Venlose humanist Hubert Goltzius die leefde van 1525 tot 1583 en die in het Europa van de zestiende eeuw faam genoot als geschiedkundige en kenner van Romeinse munten en penningen.

Publicaties
Xavier van Dijk werkte mee aan de publicatie ‘Venlo Vennelo Sablones - Twintig eeuwen wonen aan de Maas’ die vorig jaar verscheen ter gelegenheid van de gelijknamige tentoonstelling in het Limburgs Museum in Venlo. Over het onderzoek in Venlo publiceerde hij een uitgebreid artikel getiteld ‘Over leven en overleven’ in de Horster Historiën 7 (Horst 2005). In de RAAP Nieuwsbrief 2006-1 verscheen eveneens een artikel over Van Dijk’s onderzoek op het Floriadeterrein. Meer over het onderzoek

Op woensdag 4 april opent koningin Beatrix de Floriade 2012, de grootste tuinbouwexpo ter wereld. Een dag later is het park bij Venlo dat vol staat met miljoenen bloemen en planten voor iedereen te bezoeken. Ook aan de cultuurhistorie van het gebied, wordt aandacht besteed op de Floriade. In 2004 en 2005 voerde RAAP een archeologisch onderzoek uit in dit gebied, om na te gaan welke gevolgen de inrichtingsplannen voor de archeologie zouden hebben... Lees verder

Op woensdag 4 april 2012 organiseren de gemeente Bernheze, RAAP archeologisch adviesbureau en adviesbureau ArchAeO een open middag op de archeologische opgraving bij de Zwarte Molen in het Noord-Brabantse Nistelrode.

opgraving Nistelrode

Sinds januari 2012 vinden in Nistelrode op de akkers tussen de Zwarte Molenweg, Delst en de A-50 opgravingen plaats. Uit eerder onderzoek bleek al dat het gebied een bijzonder rijk archeologisch verleden herbergt. Inmiddels zijn opnieuw veel bijzondere sporen en vondsten aan het licht gekomen. In twee maanden tijd hebben de archeologen van RAAP ruim twee hectare akker opgegraven. Hierbij zijn de resten van meer dan 30 boerderijen uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen opgegraven. Daarnaast zijn de sporen van 20 waterputten, vele tientallen opslagschuurtjes en vier hooimijten gevonden. Uit de archeologische sporen zijn allerlei gebruiksvoorwerpen verzameld, zoals gebruiksaardewerk voor voedselbereiding, metalen voorwerpen zoals mantelspelden en munten, slijpstenen en molenstenen. Bijzondere vondsten zijn onder andere een gouden Merovingische munt en een bronzen teugelgeleider van een (strijd)wagen uit de Romeinse tijd.
Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk omdat binnenkort fase 2 van het woningbouwplan Zwarte Molen van start gaat.

De open middag is van 13.30 tot 16.30 uur. De opgraving ligt direct ten zuiden van de nieuwbouwwijk Zwarte Molen eerste fase aan de Eeuwsel in Nistelrode (gemeente Bernheze). Bezoekers wordt aangeraden de auto te parkeren op het parkeerterrein van de sportvelden aan de Zwarte Molenweg. Fietsers kunnen bij de keten aan de Eeuwsel parkeren. De archeologen van RAAP verzorgen rondleidingen.

>> Download hier de flyer

Vanaf 5 maart heeft RAAP onderzoek gedaan door middel van proefsleuven (ASKL10)
klik hier voor artikel RTV Assen, 21 maart 2012 *(met geluidsopnamen) klik hier voor film

RAAP West is betrokken bij het zichtbaar maken van de Limes. Achtergrondartikel met Ivar Schute.
artikel in Reformatorisch Dagblad 20 mrt.

Eric Norde (RAAP-Oost) heeft opnieuw sporen ontdekt van inheemse bewoning uit de tijd van de Romeinen. De vondsten sluiten aan bij de vorig jaar blootgelegde nederzetting aan de Herderweg (met o.a.de ijzeroven).
lees verder (de Stentor 20 mrt.)

Ivar Schute spreekt 23 maart op mini symposium van research institute CLUE bij de VU
voor Programma klik hier (pdf)

Raapgids

De vernieuwde RAAPgids biedt een compleet overzicht van onze dienstverlening. We hebben onze producten en diensten aangepast aan de laatste ontwikkelingen en vragen van opdrachtgevers. Zo is bij RAAP de allereerste erfgoedkansenkaart ontstaan en hebben we er een bijzonder specialisme bij: bouwbiografisch onderzoek. Nieuw is ook onze uitbreiding naar Vlaanderen. Daar was RAAP al actief, maar hebben we nu ook een Belgisch postadres, telefoonnummer en website. Verder vindt u in de gids allerlei praktische informatie over archeologie, cultuurhistorie en erfgoedzorg, nuttige adressen, tips voor archeologische musea en veelgestelde vragen.
U kunt de handzame (en gratis) RAAPgids aanvragen via het informatieformulier

Tijdens voorbereidende werkzaamheden van het nieuwe NS-station Halfweg-Zwanenburg zijn bakstenen funderingen in de bodem gevonden. Het bleken resten te zijn van een napoleontische vestingtoren uit 1812. In samenspraak met de Monumentencommissie van de gemeente, Archeologisch adviesbureau RAAP en Cultuurcompagnie wordt gewerkt aan een plan van aanpak over hoe om te gaan met de vondst. Voorlopig worden de torenresten in de bodem behouden.

Lees hier het PERSBERICHT >>

Halfweg cultuurhistorie

RAAP heeft besloten om haar activiteiten in Vlaanderen verder uit te breiden. Daar waren we al actief, maar daar hebben we nu ook een Belgisch postadres, telefoonnummer en een website: www.raap.be Alle producten en diensten die we in Nederland leveren, bieden we ook in Vlaanderen aan. Volgens de daar geldende normen en taalgebruik, met kennis van zaken over zowel archeologie, cultuurhistorie als bijvoorbeeld ruimtelijke ordening. Onze Vlaamse medewerkers zorgen daarvoor vanuit de vestiging in Weert.
Ook in België gaan we gewoon als RAAP door het leven: een sterk merk in de archeologische wereld.

RAAP Vlaanderen
Postadres: Postbus 1063, 2300 Turnhout
Telefoon: 0468 12 86 70
E-mail: raap@raap.be
www.raap.be

Bezoekadres: De Savornin Lohmanstraat 11
6004 AM Weert, Nederland

In december 2011 heeft RAAP de eerste fase uitgevoerd van een archeologisch onderzoek op het terrein van kamp Westerbork. Het onderzoek in opdracht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, richtte zich op twee locaties: in en om de villa van de kampcommandant bij de ingang van het voormalig kampterrein, en op de vuilstortplaats ten noorden van het kampterrein. Aanleiding voor het onderzoek in Hooghalen vormen de herinrichtingswerkzaamheden om tot een betere herkenning en markering van het kampterrein te komen. Als het onderzoek is afgerond, zal de houten villa gerestaureerd en geconserveerd worden. In januari 2012 is RAAP met de uitwerking van het onderzoek gestart. Een groot aantal voorwerpen wordt nu door specialisten nader onderzocht. Naar verwachting zullen de archeologen tegen de zomer een goed overzicht hebben van alle vondsten en hun betekenis.

  • P1070297
    Op 5 december 2011 startte het archeologisch onderzoek in en rond de villa waarin SS-commandant Albert Gemmeker van 1942 tot 1945 heeft gewoond.
  • P1020578
    Veel mediabelangstelling tijdens het archeologisch onderzoek.
  • IMG 0543
    Archeologen aan het werk in een van de opgravingsputten in de tuin van de villa.
  • IMG 0531
    Ten zuiden van de villa is met een graafmachine een lange put opengetrokken.
  • IMG 0540
    De bodem rond de trap van de ingang van de villa is minutieus onderzocht op vondsten die er ooit verloren of achtergelaten zijn.
  • IMG 0558
    Onderzoek met de metaaldetector leverde veel vondsten op.
  • IMG 0498
    De keuken van de villa van de kampcommandant waar bouwbiografisch onderzoek is uitgevoerd.
  • P1070359
    Van de kruipruimte tot de zolder is in de villa gezocht naar gebruikssporen van de voormalige bewoners.
  • P1020589
    In de woning bleken nog allerlei sporen aanwezig die het levensverhaal van de voormalige bewoners belichten.
  • P1020588
    Gebruikssporen van de bewoners van de villa zijn systematisch geïnventariseerd.
  • R0010689
    De voormalige vuilstortplaats van kamp Westerbork: hiervan was niet bekend hoe groot deze precies is en of de vuilstort ook na de oorlog is gebruikt.
  • IMG 0669
    Op de vuilstortplaats is gezocht naar materiaal uit de tijd dat er mensen in kamp Westerbork verbleven (1939-1971).
  • IMG 0676
    De drie aangelegde opgravingsputten op de vuilstortplaats leverden een constante stroom aan materialen op: enorm veel glas, aardewerkscherven en brokjes metaal.
  • IMG 0670
    Het schoonspoelen van de vondsten.
  • 20111228 Determineren Vondsten (34)
    Na afloop van de opgraving kon het publiek de schoongemaakte vondsten bekijken in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
  • Afbeelding2
    Enkele van de duizenden gevonden voorwerpen.
  • 20111228 Determineren Vondsten (23)
    RAAP projectleider Ivar Schute in gesprek met bezoekers over de mogelijke herkomst van de voorwerpen.
  • IMG 0586
    In kamp Westerbork hebben tussen 1942-1945 meer dan honderdduizend Joden, verzetsstrijders en een kleine groep Roma en Sinti gevangen gezeten. Bijna allemaal zijn ze naar de vernietigingskampen in het Oosten getransporteerd en vermoord.
 

Foto's: met dank aan Mauro Smit.

Op donderdag 26 januari is in het Roerstreekmuseum in Sint Odiliënberg de expositie van de ‘Romeinse muntschat uit Montfort’ officieel geopend. Hier zijn de gerestaureerde en prachtig gepoetste munten tentoongesteld, die in 2009 door archeologen bij de Vlootbeek in Montfort werden gevonden. Diverse betrokkenen (van het Waterschap, Restaura, Heemkunde Vereniging Roerstreek en RAAP) hielden tijdens de openingsbijeenkomst  een toelichtend verhaal en burgemeester Hanselaar- van Loevezijn van Roerdalen verzorgde het slotwoord.

Het Waterschap Roer en Maas was in het najaar van 2009 bezig met de herinrichting van de Vlootbeek in Montfort. De grondwerkzaamheden werden archeologisch begeleid door RAAP, bijgestaan door leden van de Heemkunde Vereniging Roerstreek. De eerste munt van de bijzondere muntschat was een klein zilveren denarius uit 69 na Chr. Uiteindelijk werden in totaal 71 Romeinse munten gevonden: 65 zilveren denarii en 6 gouden aurei. Het verschil in leeftijd tussen de oudste en de jongste munt is 190 jaar. De vondst van de muntschat kreeg een bijzonder vervolg: in 2010 zijn vijf enorme muntmedaillons in Maaskeien geplaatst en langs de Vlootbeek neergezet, ter verbeelding van een stukje vaderlandse geschiedenis. Van het archeologisch onderzoek verscheen vorig jaar het eindrapport (RAAP rapport 2298), geschreven door Jan Roymans en Nico Sprengers.

Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerd publieksboekje verschenen onder de titel: ‘Een Romeinse muntschat uit de tijd van de Bataafse opstand’. Het kwam tot stand met financiering van het Limburgs Museum Venlo en Restaura en werd vormgegeven door RAAP Archeologisch Adviesbureau. Het boek is voor € 15 te koop in het Roerstreekmuseum in Sint Odiliënberg.
Info: www.roerstreekmuseum.nl


muntschat boekje

In VPRO’s Labyrint radio van zondag 29 januari 2012 spraken de broers Jan en Nico Roymans over de Kabouterberg in het Noord-Brabantse Hoogeloon. Van deze eens zo imposante grafheuvel uit  de Romeinse tijd (100 voor Chr.) zijn weinig sporen meer te vinden, maar daar komt verandering in. De Kaboutersberg wordt namelijk gereconstrueerd. Nico en Jan Roymans zijn beiden (vanuit respectievelijk de Vrije Universiteit Amsterdam en RAAP) betrokken bij het onderzoek rond de heuvel.

Te beluisteren via: http://www.wetenschap24.nl/programmas/labyrint/labyrint-radio/2012/januari/29-01.html
(vanaf 03.13 tot 14.20)

IN MEMORIAM

KIRSTEN GOEDKOOP

 

Hedenochtend 25 januari 2012 is onze zeer gewaardeerde collega en vriendin Kirsten Goedkoop overleden. Ondanks dat we wisten dat de tijd die haar restte waarschijnlijk beperkt zou zijn, komt dit voor ons allen toch als een enorme schok. Het is nauwelijks voorstelbaar dat juist zij, die altijd zo uitermate energiek en plezierig aanwezig was, er nu niet meer is.

Kirsten was voor ons veel meer dan een collega. Door haar enthousiaste, gedreven manier van samenwerken en de vrolijke noot die ze altijd wist te brengen, zorgde ze voor een positieve energie die voor iedereen in haar omgeving voelbaar was. Toen Kirsten in 2007, vanuit een heel ander vakgebied bij ons het archeologisch werkveld in stapte, viel ze meteen al op door haar liefde voor het archeologische werk en haar leergierigheid die dat met zich meebracht. Opmerkelijk snel en met zichtbaar genoegen wist ze zich in te werken in de archeologische materie en technieken. Ze voelde zich daarbij als een vis in het water. Ook heeft ze ons herhaaldelijk benadrukt dat ze hier pas echt ervoer wat collegialiteit betekent. Maar, zo mogen we wel stellen, dat was volledig wederzijds. Sterker nog, collegiale banden werden al snel vriendschappen en door haar lange werkdagen en langdurige “archeologische expedities” leken de grenzen tussen werk en privé soms te vervagen. Mede daarom was het heel goed dat ze Paul leerde kennen. Helaas was toen reeds bekend geworden dat ze ernstig ziek was. Dat heeft hen er gelukkig niet van weerhouden met elkaar te trouwen en dit op bijzonder feestelijke wijze met iedereen te vieren. Velen van ons hebben daar nog hele goede, zij het soms enigszins vage herinneringen aan!

Kirsten was zeer creatief, ondernemend en geïnteresseerd in alles en iedereen. Ze had aan één leven waarschijnlijk nauwelijks genoeg om al haar ideeën en plannen te verwezenlijken. Helaas was haar leven ook nog eens veel te kort. Toch kunnen we ons enigermate troosten met het idee dat ze er uit heeft gehaald wat er in zat. Helemaal Kirsten; doorgaan tot het einde. Twee weken geleden was ze hier nog op de haar zo kenmerkende enthousiaste wijze bezig met archeologisch werk. En nu is ze er niet meer. Veel te vroeg is ze van ons weggenomen. Ze zou volgende week 31 jaar zijn geworden …
Wij wensen Paul, haar familie en haar vele vrienden alle sterkte toe met het verwerken van het grote verlies. We zullen haar nooit vergeten.

kirsten Goedkoop

RAAP feliciteert Theo ten Anscher met promotie

‘Leven met de Vecht. Schokland-P14 en de Noordoostpolder in het Neolithicum en de Bronstijd’, dat is de titel van het proefschrift waarop Theo ten Anscher, senior beleidsadviseur bij RAAP, op woensdag 25 januari aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde.

promotie Theo ten Anscher

Theo ten Anscher deed onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis tussen circa 4900 - 1500 voor Chr. van de belangrijkste archeologische vindplaats in de Noordoostpolder: Schokland-P14, gelegen op het oostelijke puntje van een zandrug onder Schokland. De langdurige bewoning, de relatief goede conservering en de aanwezigheid van bijna alle voor de Noordoostpolder kenmerkende afzettingen maken P14 tot de sleutelvindplaats voor het gebied. Na de ontdekking in 1957 zijn tussen 1982 en 1990 grote delen ervan opgegraven door het IPP van de Universiteit van Amsterdam.

Op P14 kon in de prehistorie lang gewoond worden dankzij de bijzondere ligging (hoog en droog met grondstoffen zoals vuursteen), de aanwezigheid van akker- en weidegronden en van jacht- en visserijmogelijkheden in de omgeving. Cruciaal was verder de ontsluiting via de voormalige Vecht direct oostelijk ervan. Het zwaartepunt van de bewoning verplaatste zich gaandeweg naar het westelijker gelegen deel van de zandrug, als gevolg van de stijging van de waterstand.

Op P14 zelf veranderde het gebruik door de tijd drastisch: van een nederzetting met huizen en graven tijdens de late Swifterbantcultuur en de oudste fase van de Trechterbekercultuur, via een akkerterrein met graven in het Laat-Neolithicum (Late Enkelgraf- en Klokbekercultuur), tot alleen nog maar activiteiten rond haardjes,in tijden met een lage waterstand in de oeverzone van de Vecht, in de Vroege Bronstijd (Wikkeldraadcultuur).

Dat men zich in de Prehistorie in de Noordoostpolder ondanks grote milieuveranderingen goed kon handhaven was te danken aan een flexibele levenswijze: een bestaanseconomie gebaseerd op jacht, akkerbouw en veehouderij, en een nederzettingssysteem dat bestond uit een permanente woonplaats (P14/de zandrug van Schokland) en regelmatig bezochte tijdelijke kampementen die bijvoorbeeld speciaal ingericht waren voor visserij in de omgeving. Zodoende kon men het territorium optimaal benutten.

Om greep te krijgen op de bewoningsgeschiedenis van P14 heeft Ten Anscher eerst zo gedetailleerd mogelijk het chronologische kader gereconstrueerd, op basis van vooral het aardewerk (meer dan 30.000 scherven). Belangrijk is de analyse geweest van een gestratificeerde vondstcontext met materiaal uit alle fasen van de Swifterbantcultuur en de vroegste fase van de Trechterbekercultuur, de Pre-Drouwener fase, in Nederland niet eerder onderkend. Daardoor kon de Swifterbantchronologie verbeterd worden. Dat de Swifterbantcultuur een variant is van de Zuid-Scandinavische Ertebøllecultuur, zoals lang gedacht is, kon weerlegd worden. In de Swifterbantcultuur blijken daarentegen de echo's te vinden te zijn van de aardewerkmodes van de nazaten van de eerste boeren op de Lössgronden. De Trechterbekercultuur, te vinden tot in Scandinavië en Polen, blijkt zijn oorsprong in Noord-Nederland en Nedersaksen te hebben, in de late Swifterbantcultuur, en is dus juist niet, zoals tot nog toe werd aangenomen, de jongste loot van de Trechterbekerfamilie! Dankzij dit onderzoek konden de laatste lacunes in het Noord-Nederlandse Neolithicum worden opgevuld.

Aardewerk en bewoningssporen uit de klassieke fasen van de Trechterbekercultuur en de vroegste fasen van de Enkelgrafcultuur zijn schaars of afwezig. De Late Enkelgrafcultuur, de Klokbekercultuur en de Wikkeldraadcultuur zijn wel weer rijk vertegenwoordigd, met de omvangrijkste vondstcollecties die tot op heden gepubliceerd zijn. Voor de Wikkeldraadcultuur kon een "nieuwe" fasering worden opgesteld, die deels stratigrafisch onderbouwd kon worden.

Behalve aardewerkanalyse was ook de lithostratigrafie van groot belang om P14's bewoningsgeschiedenis te ontrafelen. Enkele grondspoorcategorieën en structuren, zoals graven, huisplattegronden, akkers en greppels, zijn uitgebreid besproken, om deze te kunnen koppelen aan een bewoningsperiode. Na een overzicht van de bewoningsgeschiedenis is de vindplaats in zijn regionale archeologische en landschappelijke kader geplaatst, met behulp van 10 kaarten met landschapsreconstructies van de Noordoostpolder

Het resultaat van het onderzoek is een gewichtig boek met een enorme hoeveelheid prachtige tekeningen en tabellen. Een standaardboek voor het aardewerk uit de periode Neolithicum tot en met de Vroege Bronstijd voor Noord-Nederland. Het boek is opgedragen aan dr. Jan Albert Bakker. Promotor van het proefschrift was prof. dr. J.H.F. Bloemers, tot kort geleden en sinds de oprichting bestuurslid van RAAP. 

Doctor Theo ten Anscher deed kandidaats Kunstgeschiedenis aan de KUN Nijmegen en doctoraal Archeologie van Noordwest Europa aan het Instituut voor Prae- en Protohistorie (IPP) van de Universiteit van Amsterdam. Als OIO aan het IPP begon hij in 1989 al met zijn promotieonderzoek in de Noordoostpolder, maar enkele grote projecten kwamen ertussen. Zo werkte hij vanaf 1995 als directievoerder en als hoofd ontwerp voor de Projectgroep Archeologie Betuweroute (ROB/NS-RIB) en als hoofd ontwerpers & directievoerders, en als projectleider voor de Projectgroep Hogesnelheidslijn-Zuid/A16 (ROB/Rijkswaterstaat). Sinds 2003 is Ten Anscher in dienst bij RAAP Archeologisch Adviesbureau, waar hij onder meer hoofd van de regionale vestiging Noord-Nederland was. Vanaf 2009 werd hij door RAAP vrijgesteld van zijn taken om zijn promotieonderzoek weer op te pakken en kon hij zijn dissertatie afronden. Momenteel werkt Ten Anscher als senior beleidsadviseur bij  RAAP Noord-Nederland.


proefschrift Theo tehn Anscher

Het proefschrift, dat 700 pagina’s telt en vele tekeningen en foto’s bevat, is bij RAAP te bestellen via receptie@raap.nl of telefonisch 0294-491500. De kosten bedragen € 99,- inclusief verzendkosten. Het boek kan ook afgehaald worden op het hoofdkantoor van RAAP in Weesp voor € 80,- (contante betaling). Nader informatie is op te vragen bij dr. Theo ten Anscher: e-mail: t.ten.anscher@raap.nl / telefoon 0512-589140.

Zie ook : http://dare.uva.nl/record/407020

RAAP maakt archeologische dwarsdoorsnede van Nederland
Overhandiging eerste eindrapporten aan opdrachtgever Gasunie

RAAP Archeologisch adviesbureau heeft in de afgelopen jaren een archeologische doorsnede van Nederland gemaakt. Ze deed dit als onderdeel van de aanleg van een nieuwe gastransportleiding, de zogenaamde Noord-Zuid Route van Gasunie. De dwarsdoorsnede laat een diverse en rijke archeologische historie van Nederland zien.

De gevonden vindplaatsen en fragmenten dateren van de IJstijd tot de Middeleeuwen. Zo werd bij de Aardenweg in Susteren een klein kampement gevonden uit de steentijd. Bij Bredelaar in Bemmel stuitte het team van RAAP op een uitgestrekt Romeins en vroegmiddeleeuws landschap. Middeleeuwse erven werden opgegraven bij Midwolda. Werd een prachtige ijzertijd huisplattegrond aangetroffen bij Vierakker. Ook bij Dordrecht bieden de resultaten kans om de Middeleeuwse ontginningsgeschiedenis in kaart te brengen. Bij Elst werd een boomstamkano gevonden uit de Midden IJzertijd, bij Reek en Sittard grafvelden daterend uit de bronstijd en de Romeinse tijd. Als klap op de vuurpijl vond RAAP bij het Oranjekanaal in Wezuperbrug de resten van meerdere mammoeten.

gasunie rapport RAAP

Op 19 januari overhandigt Marten Verbruggen, directeur van RAAP, de eerste rapporten aan Enno Freese, projectdirecteur van Gasunie. De rapporten verschijnen in het kader van het archeologisch onderzoek dat is en nog wordt uitgevoerd bij de aanleg van de Noord-Zuid Route. De aanleg van 500 kilometer gastransportleiding van noordoost Groningen tot Limburg en Zeeland heeft het mogelijk gemaakt een archeologische doorsnede van Nederland te maken. Het project omvat archeologische onderzoeken op honderden locaties, waarvan de resultaten uiteindelijk in bijna honderd onderzoeksrapporten zullen worden gepubliceerd. Onderzoeken variëren van een kleine veldinspectie tot uitgebreide opgravingen. Diverse typen onderzoeken zijn ingezet om de archeologische resten zo goed mogelijk in kaart te brengen en zoveel mogelijk in de grond te kunnen behouden.

De eerste veldonderzoeken zijn gestart in 2009, de laatste veldonderzoeken zullen in 2012 worden afgerond. In de komende tijd zullen veel rapporten verschijnen. Als over een aantal jaren alle onderzoeken zijn gepubliceerd, biedt de rapportenreeks een prachtig overzicht van de archeologische rijkdom van de landschappen langs de Noord-Zuid Route waarin de vindplaatsen zijn aangetroffen: een archeologische dwarsdoorsnede van Nederland.

Download hier het volledige Persbericht van Gasunie en RAAP

Archeologisch onderzoek levert veel meer op dan verwacht
Onderzoek vondsten toegankelijk voor museumbezoekers

Rond zeventig kratten met bodemvondsten, ongeveer drie kubieke meter materiaal: dat is het resultaat van de eerste fase van het archeologisch onderzoek bij de voormalige commandantswoning en de vroegere vuilstort van kamp Westerbork.  Dat is veel meer dan in eerste instantie werd verwacht. Vooral de drie opgravingsputten op de vuilstort leverden een constante stroom aan materialen op. Opvallende vondst in één van de putten is een halfvergaan boekje in het oud-Duitse schrift; op een andere plek lagen vijf kunstgebitten. Ook is een zilveren zegelring met monogram en een hanger met davidster gevonden.

Lees hier het volledige Persbericht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork

RAAP Nieuwsbrief 2011-2 is verschenen met daarin onder meer aandacht voor het onderzoeksrapport naar de werking van de Wamz dat gepresenteerd is op het RAAP symposium in Amersfoort. Daarnaast berichten over onder meer de opgraving in Naaldwijk, geofysisch onderzoek naar de Bordeelschans in Zeeuws Vlaanderen, de inrichting van het terrein van het Romeinse castellum Fectio, het belang van goede PvE’s en cultuurhistorisch onderzoek in Ede.

De RAAP Nieuwsbrief verschijnt twee maal per jaar. Geïnteresseerden kunnen deze (gratis) nieuwsbrief aanvragen via het informatieformulier.

Raap nieuwsbrief

Op 5 december is RAAP gestart met archeologisch onderzoek op het terrein van kamp Westerbork. Het onderzoek in opdracht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork richt zich op twee locaties: in en om de villa van de kampcommandant en op de vuilstortplaats ten noorden van het kampterrein. Archeologisch onderzoek op kampterreinen uit de Tweede Wereldoorlog op deze schaal is nieuw voor Nederland.

Aanleiding voor het onderzoek in Westerbork vormen de herinrichting rond de villa van de kampcommandant en de plannen om tot een betere herkenning en markering van het kampterrein te komen. Het Herinneringscentrum wil daarvoor laten onderzoeken of er nog belangwekkende voorwerpen in de grond van het voormalige kampterrein te vinden zijn.

Rond de villa worden enkele kleinere opgravingsputten aangelegd om sporen en resten van de inrichting van de tuin in kaart te brengen. De archeologen verwachten hierbij voorwerpen te vinden die er door Albert Gemmeker, de SS-commandant die van 1942 tot 1945 in de villa woonde, of door zijn Joods ‘personeel’ zijn achtergelaten. In de woning zelf wordt bouwbiografisch onderzoek verricht, waarbij systematisch gebruikssporen van de diverse bewoners worden geïnventariseerd. Juist in kruipruimtes, kieren en gaten is materiaal te vinden dat het levensverhaal van de bewoners van het pand op een bijzondere manier belicht. Na het onderzoek zal de houten villa gerestaureerd en geconserveerd worden.

Daarnaast wordt de vuilstortplaats in kaart gebracht en een klein deel van het stortmateriaal geborgen. Hiermee hopen de archeologen inzicht te krijgen in de wetenschappelijke, emotionele en symbolische waarde van het materiaal. Bovendien kan zo worden bepaald wat er verder met de stortplaats gaat gebeuren.

In kamp Westerbork hebben tussen 1942-1945 meer dan honderdduizend Joden en een kleine groep Roma en Sinti gevangen gezeten. Bijna allemaal zijn ze naar de vernietigingskampen in het Oosten getransporteerd en vermoord. Na de bevrijding werd het tot 1949 een interneringskamp voor NSB-ers en van collaboratie verdachte personen. Daarna hebben twintig jaar lang enkele duizenden Molukkers de barakken bewoond, tot begin jaren zeventig het kamp werd afgebroken.

Geïnteresseerden kunnen het archeologisch onderzoek van dichtbij bekijken tijdens speciale rondleidingen. Voor meer informatie: www.kampwesterbork.nl

RAAP westerbork

Op vrijdag 25 november jl heeft de herdenking plaatsgevonden van de vliegtuigcrash die in de Tweede Wereldoorlog plaats had in het Boschbad in Apeldoorn. Na afloop van de plechtigheid vond de officiële overhandiging plaats van het rapport over het  archeologisch onderzoek bij de vliegtuigberging op deze locatie.

Op 26 november 1944 stortte een Amerikaanse B-17 bommenwerper neer op het terrein van het Boschbad, voorheen het Kristalbad in Apeldoorn. Het vliegtuig bijgenaamd de Little Guy was op de terugweg van een bombardementsmissie op Osnabrück in Duitsland. Tijdens deze missie waren achtereenvolgens drie van de vier motoren van het toestel uitgevallen, waardoor het vliegtuig uiteindelijk crashte. De piloot kwam hierbij om het leven, de overige bemanningsleden konden het toestel op tijd verlaten. Jaarlijks wordt de crash in Apeldoorn herdacht.

De presentatie van het rapport vond plaats een jaar na het archeologisch onderzoek dat RAAP in opdracht van de gemeente Apeldoorn heeft uitgevoerd bij de berging van de vliegtuigwrakresten door het Vliegtuigbergingsteam van de Koninklijke Luchtmacht. Doel van het onderzoek was onder meer het verkrijgen van nadere informatie over het toestel en de toedracht van de crash. Het onderzoek wijst uit dat de laatste momenten van de vlucht van de B-17 anders zijn verlopen dan tot nu toe werd gedacht. Het is pas de derde keer in Nederland dat dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd.

Loco-burgemeester Rob Metz kreeg het rapport overhandigd door RAAP projectleider Ruurd Kok, in het bijzijn van gemeentelijk archeoloog Masja Parlevliet en leerlingen van OBS Berg en Bos. Ook diverse ooggetuigen die de crash in 1944 hebben gezien, woonden de herdenking bij. Vandaag de dag heeft deze gebeurtenis nog steeds een emotionele lading.
 
Het rapport ‘De crash van de Little Guy; archeologische begeleiding van de berging van vliegtuigwrakresten van een B-17 bij het Kristalbad te Apeldoorn’ ( RAAP-rapport 2465) is te bestellen via receptie@raap.nl of telefonisch 0294-491500. De kosten bedragen € 17,50 inclusief verzending.

Download Samenvatting (PDF)>>
Download Summary (PDF)>>

  • PB250114
  • PB250119
  • PB250130
  • PB250141
 

 

RAAP presenteert verrassend onderzoek naar effect Wamz
Op 17 november organiseerde RAAP in Amersfoort haar 5e lustrum symposium ‘Op weg naar een landschap met een verleden’. Tijdens het symposium presenteerde senior projectleider Ivar Schute het onderzoek dat RAAP op eigen initiatief uitvoerde naar de effecten van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Verrassende uitkomst daarvan is dat 38% van de waardevolle archeologische vindplaatsen in de bodem bewaard blijft. Dat zijn tweemaal zoveel behouden vindplaatsen als verondersteld in het onlangs verschenen evaluatierapport van de Wamz van het ministerie van OCW. Vergeleken met de periode voor de invoering van de nieuwe wet (op 1 september 2007) een enorme prestatie.

Ivar Schute

Het onderzoek is gebaseerd op een analyse van 1979 onderzoeksrapporten in het kader van de cyclus van de archeologische monumentenzorg tussen 1 september 2007 en 1 mei 2011. Het rapport ‘Wie wat bewaart, die heeft wat’, doet daar verslag van. Centraal daarin staat de vraag in welke mate na archeologisch vooronderzoek gekozen wordt voor behoud in de bodem, in welke mate voor opgraven en in welke mate vindplaatsen ongezien verloren gaan.

aanbieding RAAP rapport

Afscheid prof. dr. Tom Bloemers

Het symposium dat RAAP met medewerking van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed organiseerde, was ook de gelegenheid waarbij afscheid genomen werd van prof. dr. Tom Bloemers, een van de oprichters en tevens bestuursvoorzitter van RAAP. Bloemers nam in stijl afscheid met een theoretisch verhaal over de duurzame omgang met ons bodemarchief. Als laatste bestuursdaad overhandigde hij het onderzoeksrapport aan Vevita Eichberger, projectleider evaluatie archeologiewetgeving bij de directie Cultureel Erfgoed van het Ministerie van OCW. Zij liet weten zeer verheugd te zijn met het onderzoek van RAAP.

Tot de sprekers behoorden ook Martijn van Gelderen,manager Milieu & Omgevingskwaliteit bij BouwfondsOntwikkeling, die de praktijk van de ontwikkelaar belichtte en Leonard de Wit, hoofd beleid bij de RCE, die inging op de ontwikkelingen in het beleid voor behoud in situ.

Geïnteresseerden kunnen het RAAP-rapport 'Wie wat bewaart, die heeft wat’', (auteurs: Ivar Schute, Marten Verbruggen en Mirjam Lobbes) bestellen via: receptie@raap.nl of telefonisch 0294-491500. De kosten bedragen € 15,00 inclusief verzendkosten.

Dubbel zoveel archeologische vindplaatsen in de bodem behouden als gedacht

Vier op de tien waardevolle archeologische vindplaatsen blijven in de bodem bewaard, de rest wordt opgegraven. Dat is de uitkomst van een onderzoek door RAAP Archeologisch Adviesbureau. Dat zijn tweemaal zoveel behouden vindplaatsen als verondersteld in het onlangs verschenen evaluatierapport van de Wet op de archeologische monumentenzorg.

Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in werking, met als doel tot een betere bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem te komen. Het ministerie van OCW liet dit jaar een onderzoek instellen naar de effecten van de nieuwe wet. Het evaluatierapport, opgesteld door bureau RIGO, bevatte geen kwantitatieve gegevens over de hoofddoelstelling van de wet. Anticiperend op deze uitkomst heeft RAAP het initiatief genomen hier onderzoek naar te doen.

Het onderzoek van RAAP is gebaseerd op een analyse van circa 2000 eigen onderzoeksrapporten uit de periode van 1 september 2007 tot 1 mei 2011. Daarvan is uitgezocht in welke mate na een archeologisch vooronderzoek is gekozen voor het behoud van archeologische vindplaatsen in de bodem, voor het opgraven of voor het ongezien verloren laten gaan van vindplaatsen.

Van elke tien waardevolle archeologische vindplaatsen is in zeven gevallen geadviseerd deze in de bodem te behouden. In vier gevallen (38,2%) is dit advies gevolgd. In de andere gevallen is of wordt de vindplaats opgegraven. Het evaluatierapport van RIGO gaat uit van 20% vindplaatsen die behouden blijven in de bodem. Dit percentage kan op basis van het onderzoek van RAAP met bijna het dubbele naar boven worden bijgesteld. Van de zes vindplaatsen die worden opgegraven, blijft de archeologische informatie niet in de bodem behouden, maar elders. De vondsten gaan naar musea en depots en de onderzoeksresultaten komen via rapporten beschikbaar.

De redenen om niet voor het behoud in de bodem, maar voor opgraven te kiezen zijn divers. Bij hoge opgravingskosten en grote plangebieden blijven vindplaatsen vaker behouden door het aapassen van plannen. De aard van een project is eveneens bepalend. Bij natuurontwikkeling is bijvoorbeeld meer oog voor cultuurlandschappelijke - dus ook archeologische - waarden en worden meer vindplaatsen in de bodem bewaard. Verder is er de trend dat private opdrachtgevers vaker dan publieke opdrachtgevers kiezen voor opgraven.

Sinds de invoering van de nieuwe wetgeving in 2007 is archeologie een verplicht onderdeel geworden van het ruimtelijk beleid, bovendien dient de verstoorder van de bodem voor het archeologisch onderzoek te betalen. Op basis van de steekproef van RAAP kan geconcludeerd worden dat de nieuwe wet een enorme stimulans is voor de archeologische monumentenzorg. Het archeologisch erfgoed wordt sindsdien beter beschermd en in de ruimtelijke afweging telt een waardevolle vindplaats daadwerkelijk mee.

Download Persbericht (PDF) >>

17 november 2011: RAAP symposium ‘Op weg naar een landschap met een verleden’
Kanttekeningen bij de evaluatie van de Wet op de archeologische monumentenzorg

Op donderdag 17 november 2011 organiseert RAAP haar vijfde lustrumsymposium getiteld ‘Op weg naar een landschap met een verleden’ bij de RCE in Amersfoort. Net als tijdens ons eerste lustrum blikken we terug op de stand van het archeologisch erfgoed. Destijds werd de alarmklok geluid en een somber beeld geschetst over een landschap zonder verleden in 2015. Inmiddels is er veel veranderd. Sinds september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg van kracht, die tot betere bescherming van het archeologisch erfgoed moet leiden. Of dat daadwerkelijk lukt toe geleid heeft, wordt de wet dit jaar geëvalueerd. Waar de evaluatie niet in voorziet, maar RAAP inmiddels onderzoek naar gedaan heeft, is de output: hoeveel archeologische vindplaatsen zijn er ontdekt, welk percentage is behoudenswaardig gebleken en wat is er vervolgens mee gebeurd? Honderden onderzoeksreeksen zijn daarvoor geanalyseerd en de bevindingen presenteren we op een feestelijk moment: RAAP bestaat namelijk een kwart eeuw! Het vijfde lustrum-symposium wordt georganiseerd met medewerking van de RCE.

RAAPer van het eerste uur, scheidend bestuursvoorzitter en tevens pleitbezorger van duurzame omgang met archeologische waarden, emeritus hoogleraar Archeologische Monumentenzorg, Landschap en Erfgoed Tom Bloemers, zal als zijn laatste bestuursdaad het onderzoeksrapport aanbieden aan het ministerie van OCW.

Programma
13.30 uur Ontvangst
14.00 uur Opening door dagvoorzitter Riemer Knoop, Gordion Cultureel Advies

  • Duurzame omgang met ons bodemarchief: eigenbelang en/of legitimatie van de archeologie? Tom Bloemers, scheidend bestuursvoorzitter RAAP
  • ‘Wie wat bewaart, die heeft wat’, Ivar Schute, seniorprojectleider RAAP

15.25 uur pauze

  • Aanbieding onderzoeksrapport door Tom Bloemers aan het ministerie van OCW.
  • Martijn van Gelderen, Bouwfonds
  • Beleid voor behoud in situ: waar komen we vandaan en waar gaan we naar toe? Leonard de Wit, Hoofd Beleid Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

16.30 uur Borrel

Locatie: auditorium van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Smallepad 5, Amersfoort.

Naar aanleiding van het winnen van de SIKBeker is Ruurd Kok, teamleider van RAAP regio west, te gast in het wetenschapsprogramma Hoe?Zo! Radio van NTR. Het interview wordt uitgezonden op 28 september tussen 20.00 en 21.00 uur op Radio 5. Ruurd Kok is een van de medewerkers uit het team dat archeologisch onderzoek verricht naar erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Op het jaarcongres van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsnorm Bodembeheer ontvingen zij op 22 september de SIKBeker voor de ‘Meest succesvolle grenzenverlegger in de archeologie’.

Beluister hier het programma

RAAP-onderzoekers WO II archeologie winnen SIKBeker 2011

De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsnorm Bodembeheer heeft het pionierende onderzoek van RAAP naar het erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog beloond met de jaarlijkse SIKBeker Archeologie.

Archeologisch onderzoek naar sporen en resten uit de Tweede Wereldoorlog begint in Nederland vanzelfsprekend te worden. Het team van RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft de discussie hierover vorm gegeven en door diverse onderzoeken de meerwaarde hiervan aangetoond. Volgens de SIKB is het RAAP in de afgelopen jaren overtuigend het meest grensverleggend bezig geweest met haar onderzoek naar sporen en resten uit de Tweede Wereldoorlog.

Uit het juryrapport: “Ze zijn op dit terrein pure pioniers die bij hun werk en missie op tal van vlakken letterlijk tegen grenzen aanlopen, zowel juridische, beleidsmatige, wetenschappelijke als praktische grenzen. Die grenzen weerhouden hen echter niet. Integendeel. Ze gaan bewust discussies aan, met collega’s uit het archeologische veld en met de directe collega’s, maar ook met bestuurders, met het publiek en met andere belanghebbenden en betrokkenen, zoals de EOD, de vliegtuigwrakkendienst, etc. Dat doen ze niet alleen om de grenzen te bediscussiëren, maar om ze zo mogelijk tot het uiterste op te rekken of open te krijgen.”

RAAP voerde in Amersfoort het eerste archeologisch onderzoek in een concentratiekamp in Nederland uit. Daarnaast deed RAAP gebiedsinventarisaties van WOII-sporen op de Grebbeberg en op het terrein van Duitse luchtafweerstelling bij Arnhem, en begeleidden de  archeologen een vliegtuigberging bij Apeldoorn.
Om het hoofd te bieden aan alle  praktische problemen die bij WO II onderzoek aan de orde zijn, zoals explosieven, stoffelijke resten en waarderingssystematiek, zochten de onderzoekers samenwerking met diverse deskundigen. De jury roemde niet alleen de creatieve wijze waarop het WO II team van RAAP met dergelijk complex onderzoek omgaat, maar ook haar kwetsbare opstelling en het interdisciplinaire karakter van het onderzoek.

De winnaar van de SIKBeker voor de ‘Meest succesvolle grenzenverlegger in de archeologie’ werd bekend gemaakt tijdens het jaarcongres van de SIKB op 22 september in Den Bosch. De andere genomineerden waren het team Valkenburg uit Limburg en Ria Berkvens van Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Milieudienst.

Download persbericht (PDF)
Download juryrapport (PDF)
Download voordracht (PDF)

rikbbeker

Op 29 september, tijdens de ‘Vechtdalweek’ wordt de Cultuurhistorische atlas van de Vecht gepresenteerd. Dit fraaie boek over de geschiedenis van het Vechtdal werd geschreven door Jan Neefjes, Otto Brinkkemper en Luc Jehee en kwam met medewerking van RAAP tot stand. RAAP-projectleiders Nico Willemse en Evert Boshoven maakten onder meer de fysisch geografische kaart van het Vechtstroomgebied inclusief het Duitse deel en het stroomgebied van de Regge en Dinkel.

Over het boek: Landschap, rivier en bewoners in het Overijsselse Vechtdal hebben elkaar sinds de prehistorie gevormd. Het Vechtdal, een oud cultuurlandschap, is altijd gebruikt voor het eten, huisvesting, transport, strijd maar ook ontspanning van de bewoners. Vele sporen getuigen daarvan: de rivier, esdorpjes, grafheuvels, rivier- en stuifduinen, koelanden, kastelen en landgoederen. De Cultuurhistorische Atlas van de Vecht laat deze sporen zien en vertelt het samenhangende verhaal van de unieke en rijke geschiedenis van het Vechtdal en zijn bewoners. Dit verhaal is rijk geïllustreerd en afgewisseld met nieuwe en historische kaarten, foto’s van het huidige landschap en beelden van vroeger. Het is geschreven door diverse experts, van archeologie en aardkunde tot bouwgeschiedenis en historische geografie, onder begeleiding van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De noeste arbeid van de mensen die het werk van ijs, wind en water verder hebben gevormd tot het landschap van nu komt in beeld en de verslagen van reizigers in het verleden getuigen van vele ontberingen die men in hun tijd moest getroosten op een reis door het Vechtdal.

Uitgeverij Waanders, ISBN 9789040078309

atlas vecht

De jury voor de SIKBekers 2011 heeft uit een groot aantal aanmeldingen enkele kandidaten genomineerd voor de SIKBekers 2011. Tijdens het SIKB-congres op 22 september 2011 worden de bekers uitgereikt. Voor de SIKBeker bestemd voor de Meest Succesvolle Grenzenverleggers binnen bodembeheer & bodembescherming en archeologie zijn drie teams/personen genomineerd.
Het RAAP-team dat archeologisch onderzoek uitvoert naar resten van de Tweede wereldoorlog is een van deze drie genomineerden. RAAP doet veel onderzoek naar oorlogserfgoed en ontwikkelde een nieuwe methode voor de waardering van dit erfgoed. De essentie van deze methode is dat een relatie wordt gelegd tussen de aangetroffen en te waarderen sporen en de betekenissen die aan een plek worden gegeven.
Medio augustus 2010 zijn de voordrachten beoordeeld door de jury, en zijn aansluitend 4 personen/teams genomineerd voor Bodembeheer & Bodembescherming en 3 teams/personen voor Archeologie. Naast RAAP zijn genomineerd: team Valkenburg (Valkenburg) en Ria Berkvens (SRE, Eindhoven). Kijk voor meer informatie op: www.sikb.nl

Op zaterdag 17 september zal RAAP-medewerker Laurens Flokstra in de radiouitzending bij de TROS-nieuwsshow vertellen over archeologisch onderzoek dat hij uitvoert naar resten uit de Tweede Wereldoorlog. De uizending is te horen op radio 1 van 9.30 tot 11.00 uur

Op 15 september 2011 geeft RAAP projectleider Marlien Janssens een lezing getiteld 'Wonen langs de Romeinse weg in Coriovallum', in het Thermenmuseum in Heerlen. Aanvang 19.30u. Tijdens een opgraving op een terrein tussen de Valkenburgerweg en de Coriovallumstraat in 2007 zijn resten van de Via Belgica en van bewoning uit de Romeinse tijd langs deze weg tevoorschijn gekomen. Na een inleidend verhaal over de aanleiding en opzet van het onderzoek en een korte schets van de resultaten, behandelt de spreker de hoofdwegen in het noorden van het Romeinse rijk (de Via Belgica, de hoofdweg van Boulogne sur Mer aan de Franse kanaalkust naar Keulen aan de Rijn, die ook door Heerlen loopt) en de vicus Coriovallum, het Romeinse Heerlen. Vervolgens gaat de spreker dieper in op de resultaten van de opgravingen tussen de Valkenburgerweg en Coriovallumstraat gepresenteerd en in hun context geplaatst. Zij zal eindigen met een conclusie over wat deze kleine opgraving kan betekenen voor de geschiedenis van Heerlen en voor toekomstige ontwikkelingen.
Deze lezing maakt onderdeel uit van de speciale lezingenreeks die het Thermenmuseum organiseert in het kader van de nieuwe tentoonstelling 'Er was eens een (Romeinse) weg...Reizen in het Noord-Romeinse Rijk', die te zien is van 10 september tot en met 31 maart 2012. Meer informatie over de tentoonstelling, de lezingencyclus en alle andere activiteiten is te vinden op de website van het Thermenmuseum: www.thermenmuseum.nl

RAAP en Vrije Universiteit zijn gestart met Odyssee-project ‘Begraven Oorlogsverleden’

Wo2Foto Nico Arts

Het Odyssee-project ‘Begraven Oorlogsverleden’ omvat een inventarisatie en analyse van de bij archeologische opgravingen aangetroffen sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog, een specifiek categorie archeologisch erfgoed en een tot nu toe ondergewaardeerde informatiebron.

Hoewel het oorlogserfgoed in Nederland zich kan verheugen in een groeiende maatschappelijke en wetenschappelijke belangstelling, zijn voor het onderzoek en beheer ervan nog geen archeologische programma’s en beleid ontwikkeld. De Nederlandse archeologie heeft daardoor een grote achterstand opgelopen op het terrein van het academisch onderzoek, de instandhouding en het beheer van het oorlogserfgoed. Zeker in vergelijking met landen als Duitsland, België, Frankrijk en Engeland, waar de battlefield archaeology een grote vlucht heeft genomen.
Individuele Nederlandse archeologen hebben echter wel degelijk oog gehad voor sporen en vondsten uit de WO II die zich in hun opgravingsputten aandienden, variërend van incidentele ontdekkingen van menselijke resten tot de opgraving van samenhangende en grootschalige relicten van defensieve stellingen.
In ‘Begraven Oorlogsverleden’ wordt een begin gemaakt met de systematische ontsluiting van deze sporen, vondsten en gegevens. De nadruk ligt op het bepalen van de aard, omvang en kwaliteit van het archeologisch erfgoed van de oorlog, en op de wetenschappelijke informatiewaarde en het bredere cultuurhistorische belang van dat erfgoed. Het project signaleert daarmee het belang van onderzoek op het raakvlak van archeologie, de collectieve herinnering en public history.

Eerste stap in het project is het uitvoeren van een inventarisatie door te bepalen wat er bij gemeenten, provincies en bedrijven geregistreerd is aan onderzoek waarbij vondsten en/of sporen uit de Tweede Wereldoorlog zijn aangetroffen. Daarvoor zijn de onderstaande vragenlijsten verzonden:

Mocht u geen vragenlijst hebben ontvangen en wel relevante gegevens hebben, dan verzoeken wij u vriendelijk een van de lijsten in te vullen. Ingevulde formulieren kunnen verzonden worden naar: begravenoorlogsverleden@raap.nl

Het project ‘Begraven Oorlogsverleden’ is een samenwerkingsverband tussen de Vrije Universiteit te Amsterdam en RAAP Archeologisch Adviesbureau te Leiden. Zie voor meer informatie: http://www.erfgoednederland.nl/odyssee/projecten/32.-begraven-oorlogsverleden/item10666

Contactpersoon vanuit RAAP: Ruurd Kok, r.kok@raap.nl

Net als vorig jaar organiseert RAAP dit najaar weer een aantal informatiemiddagen. Op deze middagen praten we onze klanten bij over actuele ontwikkelingen in de Nederlandse archeologie en bijzondere projecten in de regio's. De (gratis) informatiemiddagen worden gehouden van 14.00 tot 17.00 uur en vinden plaats op:

  • donderdag 6 oktober in Zutphen
  • vrijdag 7 oktober in Utrecht
  • donderdag 13 oktober in Montfort

Programma

  • Cultuurhistorie en bestemmingsplannen, een interactief onderdeel met aandacht voor de MoMo en ruimte voor al uw vragen uit de dagelijkse praktijk.
  • Waaraan moet een goed Programma van Eisen voldoen? door Marten Verbruggen, directeur RAAP
  • Uitgelicht & in de regio: in elke regio presenteren projectleiders een boeiendarcheologisch thema met regionale voorbeelden:
    • Archeologie en publieksbereik, doorSake Jager en Adam Haarhuis (Zutphen)
    • Meer dan het tijdelijk stillen van wetenschappelijke honger: cultuurhistorie als inspiratiebron voor het ontwerp, door Jan Roymans (Montfort)
    • 'Geofysisch onderzoek. Kijken doe je met je...hoofd' door Mina Jordanov en Wouter Verschoo (fUtrecht)
  • Borrel: tussen de lezingen door is er uiteraard gelegenheid voor discussie & vragen en we sluiten de middag af met een feestelijke borrel.

Aanmelden
U kunt zich hiervoor opgeven via het aanmeldingsformulier. Voor eventuele vragen kunt u terecht bij de receptie van ons hoofdkantoor, telefoon 0294-491500, e-mail receptie@raap.nl

N.B. De eerder geplande informatiemiddag op 29 september in Assen gaat niet door.

Download hier de uitnodiging

 

Recentelijk verschenen deze drie bijzondere RAAP-rapporten:

IJzertijd bewoning en begraving op het lössplateau bij Beek. Opgraving Maastricht-Aachen Airport (MAA), Gemeente Beek, RAAP-rapport 2054, auteur: drs. Gerard Tichelman. Voor het eerst stond bij een grootschalige opgraving in het Zuid-Nederlandse lössgebied de IJzertijd centraal.
ZOMERAANBIEDING: Wie dit rapport vóór 1 augustus 2011 bij RAAP bestelt, krijgt het toegestuurd voor € 49,95 inclusief verzendkosten (normaal € 72,00). Bestellen kan via receptie@raap.nl of tel. 0294-491500.

Meer informatie op de pagina publicaties

Waardering van oorlogserfgoed. Een inventarisatie en waardering van sporen uit de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg en Laarsenberg te Rhenen (provincie Utrecht), RAAP-rapport 2240, auteurs: drs. Ruurd Kok & ir. Jobbe Wijnen. Op basis van het onderzoek op de Grebbeberg doet RAAP een voorstel voor een nieuwe methode voor de waardering van oorlogserfgoed.
BESTELLEN: Het rapport is te bestellen via receptie@raap.nl of tel. 0294-491500 en kost € 25,00 inclusief verzendkosten.

Meer informatie op de pagina publicaties

Een biografie van de hoeves Ten Poel en In de Kan. Archeologisch onderzoek van twee boerderijerven uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd in Sterksel, gemeente Heeze-Leende, RAAP-rapport 2155, auteur: drs. Xavier van Dijk. Over de geschiedenis van een Brabants dorp vanaf de Middeleeuwen tot heden en de verhoudingen tussen stad en platteland op basis van archeologisch onderzoek en historisch archiefonderzoek.
BESTELLEN: Het boek is voor € 50,- te koop bij de gemeente Heeze-Leende, via dhr. J. Schiffelers (040-2241535).

NAALDWIJK, 25 mei 2011 (persbericht)

Op Trade Parc Westland Mars, de uitbreidingslocatie van FloraHolland Naaldwijk, wordt in opdracht van FloraHolland archeologisch onderzoek gedaan naar de bewoningsgeschiedenis van het Westland. Bij deze opgravingen aan de Middel Broekweg wordt gezocht naar sporen uit de Romeinse tijd, en deze zijn nu ook daadwerkelijk gevonden.
Het onderzoek is nog niet zover gevorderd dat al met zekerheid gezegd kan worden wat zich precies in de ondergrond bevindt, maar na enkele dagen opgraven lijkt het zeer waarschijnlijk dat het voor West-Nederland om unieke resten gaat.
Zo zijn er aanwijzingen gevonden voor een weg uit de Romeinse tijd waarlangs een stenen gebouw heeft gestaan. Afhankelijk van de verdere resultaten van de opgravingen bekijkt FloraHolland in hoeverre belangstellenden in de gelegenheid gesteld kunnen worden om de locatie te bezichtigen zonder de sporen te schaden en het onderzoek te hinderen. Uit zorgvuldigheid is de vindplaats afgeschermd met bouwhekken en wordt deze onder meer met camera’s van FloraHolland bewaakt.

Naaldwijk Romeinen

Wie zijn auto parkeert in Het Loo in Doetinchem, kan het ‘archeo-kunstwerk’ van kunstenaar Cornel Bierens niet missen. In het atrium van deze nieuwe parkeergarage hangt ’De zakheilige van Doetinchem’, een enorme sculptuur geïnspireerd op een minuscule archeologische vondst. Het bijzondere kunstwerk werd op 21 mei onthuld door de Gelderse gedeputeerde Annemieke Traag.

Het archeo-kunstwerk bestaat uit zo’n honderd stalen palen op een rij die elk aan de bovenzijde zijn voorzien van een aardewerk scherf. De palen zijn zo opgesteld dat ze het beeld van een heiligenfiguur opgeroepen als je de sculptuur vanaf de overloop van de verdieping erboven bekijkt. Het is dus volgens het principe van de anamorfose gemaakt, een specialiteit van kunstenaar Cornel Bierens. Zowel de scherven als het bescheiden beeldje dat model stond voor het kunstwerk zijn gevonden tijdens de archeologische opgravingen die RAAP in opdracht van de gemeente Doetinchem en voorafgaand aan de bouw van de parkeergarage uitvoerde. Alle gebruikte scherven op de betonnen zijkanten van de binnenruimte zijn fotografisch in metaal geprint en daarbij per stuk gedateerd en beschreven. Zo kan de beschouwer van het kunstwerk tevens kennis nemen van de archeologische componenten.

Minuscuul beeldje
Uit het archeologisch onderzoek vooruitlopend op de nieuwe inrichting van het gebied, bleek dat op deze plaats in Doetinchem al vanaf de prehistorie mensen actief waren. Er zijn graven uit de IJzertijd (800-15 voor Chr.) aangetroffen en talrijke sporen van nederzettingen uit de Vroege en Late Middeleeuwen, zoals huisplattegronden, waterputten en zelfs karrensporen. Deze kwetsbare grondsporen konden niet bewaard blijven, maar de vele mobiele vondsten natuurlijk wel. Een daarvan is een drie centimeter hoog beeldje van de heilige Franciscus van Assisi, een zogenaamde ‘zakheilige’ van verguld koper. Dergelijke heiligenbeeldjes droegen mensen bij zich, als afweermiddel tegen ziekte en gevaren. Het minuscule figuurtje, dat waarschijnlijk uit de 19e eeuw dateert, is te bewonderen in een speciaal ontworpen reliekschrijn in de parkeergarage.

Sfeerimpressie van de opening:

  • DSCF3302
  • DSCF3297
  • DSCF3299
  • DSCF3290
  • DSCF3294
  • DSCF3298
  • DSCF3300
  • DSCF3303
 


 

Persbericht

19 mei 2011

Archeologen ontdekken Duitse verdedigingslinie op Grebbeberg

Bij archeologisch onderzoek op de Grebbeberg in Rhenen zijn de resten gevonden van een goed bewaard gebleven Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog. De ontdekking van deze verdedigingslinie, die in bronnen geheel onvermeld blijkt, is onlangs gedaan door RAAP Archeologisch Adviesbureau en is vanochtend bekend gemaakt.

De oorlogssporen op de Grebbeberg zijn bij recent archeologisch onderzoek door RAAP voor het eerst systematisch in kaart gebracht. Tussen 11 en 13 mei 1940 was deze plaats het toneel van de ‘Slag om de Grebbeberg’. Dit is zonder meer Nederlands grootste en meest bekende veldslag uit de meidagen van 1940. Behalve de locatie van Nederlands bekendste slagveld, is de Grebbeberg ook de plek van de eerste militaire begraafplaats en van een van de eerste Nationale Monumenten van ons land. Sporen van de Nederlandse loopgraven en commandoposten zijn met enige moeite nog steeds in het terrein terug te vinden.

Tijdens het onderzoek zijn over een lengte van honderden meters de opmerkelijk goed zichtbare resten aangetroffen van een loopgraaf, compleet met geschutsstelling en mitrailleurnesten. Bestudering van luchtfoto's uit de oorlog wijst uit, dat deze loopgraaf moet zijn aangelegd tussen december 1944 en april 1945. Dit is de periode waarin Duitse troepen een verdedigingslinie hebben ingericht op de noordelijke Rijnoever. Deze Duitse verdedigingslinie blijft als zodanig volledig onvermeld in publicaties over de Grebbeberg in de oorlog. De Duitse oorsprong vormt hiervoor de verklaring. Hierdoor blijft echter ook het verhaal onverteld van de vele Nederlandse mannen die als dwangarbeider hebben moeten werken aan de aanleg van deze stellingen. Hierbij zijn ook gewonden gevallen door geallieerde beschietingen van deze Duitse verdedigingswerken.

Op basis van hun bevindingen op de Grebbeberg doen de archeologen van RAAP een voorstel voor de omgang met dergelijke sporen uit de oorlog, die recht doet aan de verschillende betekenissen die vandaag de dag nog worden toegekend aan plekken met een oorlogsgeschiedenis. Opmerkelijk genoeg ontbreekt het tot nu toe aan een integrale visie op de omgang met oorlogserfgoed in Nederland. Het RAAP-onderzoek geeft hiertoe een aanzet. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door subsidie van de provincie Utrecht.

Het onderzoeksrapport Waardering van oorlogserfgoed, Een inventarisatie en waardering van sporen uit de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg en Laarsenberg te Rhenen (provincie Utrecht) is op donderdag 19 mei 2011 in Rhenen officieel gepresenteerd. De eerste exemplaren zijn uitgereikt door drs. Marten Verbruggen, directeur RAAP, aan drs. Marco Glastra, directeur-rentmeester Stichting Het Utrechts Landschap, en aan Hans Brons, bestuurslid van Stichting De Greb.

raaprapport 2240

Geïnteresseerden kunnen het rapport 'Waardering van oorlogserfgoed' bestellen via: receptie@raap.nl of telefoon 02294-491500. De kosten bedragen € 25,00 (inclusief verzendkosten).

>> Download het persbericht

>> Download een samenvatting van het rapport

Foto's van aangetroffen oorlogssporen op de Grebbeberg:


parels van de veluwe

Op dinsdag 19 april werd tijdens het Symposium ‘ In het spoor van de archeologie’ in Ermelo het eerste exemplaar van ‘Archeologische parels van de Veluwe’ overhandigd aan auteur en voormalig Commissaris van de Koningin in Gelderland, Jan Terlouw. Het rijk geïllustreerde boek is geschreven door RAAP archeoloog Sake Jager en fotograaf Ruben Smit. Het laat in tekst en prachtige foto’s zien dat de Veluwe een grote rijkdom aan archeologische schatten herbergt. Grafheuvels, verlaten nederzettingen, voorden, celtic fields en ringwalburchten: samen tonen ze een rijke, boeiende en vooral ook verrassende geschiedenis. ‘Archeologische parels van de Veluwe’ voert de lezer mee naar 16 van deze archeologische hoogtepunten: van de Uddelerschans, een geheimzinnige middeleeuwse walburcht, tot de grafheuvels op het landgoed Warnsborn. Het boek vertelt voor ieder gebied het verhaal van de landschapselementen en voorwerpen, en geeft zo een uniek beeld van lang vervlogen tijden.

Auteur Sake Jager plaatst deze ‘parels' op een toegankelijke manier in hun landschappelijke en ruimtelijke context. In zijn meeslepende verhalen legt hij een koppeling tussen archeologie, natuur en landschap.  Fotograaf en co-auteur Ruben Smit bracht de verschillende landschappen schitterend in beeld.

De handige overzichtskaartjes en algemene informatie nodigen de lezer uit om zelf op pad te gaan en kennis te maken met de archeologie van de Veluwe. Met dit boek als inspiratie kan iedereen, van leek tot professional, de rijke Veluwse historie zelf leren ervaren.

Hoofdsponsoren van het boek zijn RAAP Archeologisch Adviesbureau, het Veluws Bureau voor Toerisme en de Provincie Gelderland, bureau Veluwe-Vallei.

Het boek is te bestellen bij (o.a.) KNNV Uitgeverij
Archeologische parels van de Veluwe, Op zoek naar de geschiedenis in het landschap
Sake Jager & Ruben Smit
ISBN: 9789050113298
Pagina's: 224
Formaat: 26 x 26 cm
Prijs: € 29,95

 

Labyrint Radio wijdt zondag 1 mei 2011een hele uitzending aan de archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Enkele specialisten op het gebied van deze bijzondere tak van archeologie zijn te gast, onder wie Ruurd Kok, archeoloog en teamleider bij RAAP archeologisch Adviesbureau en Dirk Mulder, directeur van herinneringencentrum Kamp Westerbork. Tevens zijn reportages te horen van de opgravingen in Sachsenhausen en in Kamp Amersfoort, die RAAP in 2010 en in maart van dit jaar uitvoerde.

De live uitzending van Labyrint Radio is te beluisteren op zondag 1 mei tussen 20.00 en 21.00 op radio 1. Zie ook http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/44659192/

De uitzending is via deze link terug te luisteren

 

Op maandag 18 april 2011 houdt Ir. Jobbe Wijnen, specialist Tweede Wereldoorlog archeologie bij RAAP Archeologisch Adviesbureau, een lezing bij de historische vereniging Oud-Wageningen over ‘Sporen van de oorlog’. In zijn lezing zoomt hij onder meer in op het Wagenings grondgebied met een focus op ‘de Weerstandsbiedende Voorposten van de Grebbelinie. De lezingen worden gehouden voor leden en andere belangstellenden.
Het adres:
DE VREDEHORST, Tarthorst 1, 6708 HG Wageningen.
Aanvang 20.00 uur

Meer informatie: www.oudwageningen.nl/activiteiten/lezingen

 

Wie meer wil weten over de bewoningsgeschiedenis en de archeologische rijkdom van de gemeenten Landerd, Grave, Sint Anthonis en Mill en Sint Hubert kan op 14 april terecht in het gemeentehuis van Mill. Daar worden donderdag 14 april 2011 vanaf 19.00 uur de archeologische kaarten gepresenteerd die RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft opgesteld voor de gemeente Mill en Sint Hubert, Landerd, Grave en Sint Anthonis.  De afgelopen maanden is in samenwerking tussen deze vier gemeenten, Monumentenhuis Brabant, de heemkundekringen, amateurarcheologen en RAAP hard gewerkt aan het tot stand komen van deze kaarten. Tijdens de presentatie wordt verduidelijkt hoe de archeologische kaarten zijn vervaardigd en worden ze gepresenteerd.

Gemeentehuis Mill, Kerkstraat 1, Mill (ingang Hoogstraat achterzijde gemeentehuis).

Programma

 

RAAP hert opgraving

Op zondag 10 april is er een bijzondere tentoonstelling bij het Limburgs Openluchtmuseum Eynderhoof in Nederweert-Eind (Limburg).  Vanaf 13.00 uur kunnen bezoekers kennismaken met archeologie en de resten van het prehistorische edelhert bekijken die door RAAP Archeologisch Adviesbureau zijn ontdekt. Tijdens werkzaamheden van Waterschap Peel & Maasvallei vonden archeologen van RAAP de botten van een edelhert uit circa 9000 voor Chr. Een bijzondere vondst, want organische resten uit de Midden Steentijd zijn in Nederland zeldzaam.

Het Limburgs Openluchtmuseum Eynderhoof staat aan het Milderspaat 1 in Eind, gemeente Nederweert. Zie: www.eynderhoof.nl

 

Op zaterdag 9 april 2011 wordt in het Limburgs Museum te Venlo de derde Limburgse Archeologie Dag (LAD) gehouden. Dit archeologisch congres wil een ontmoetingsplaats zijn voor beroeps- en amateur-archeologen, beleidsmakers, beleidsuitvoerders, bedrijven en geïnteresseerden. Er is een markt met archeologische bedrijven en instellingen. Behalve lezingen over actuele archeologische onderwerpen en ontdekkingen is er een top-5 van archeologische vondsten, een archeologiequiz en de uitreiking van de gouden Guillon-penning. Bovendien kunnen de deelnemers kennis en ervaring uitwisselen. Het thema van dit jaar is Nieuwe onderzoeksmethoden in de archeologie.

De Limburgse Archeologie Dag is een initiatief van het Limburgs Museum, de Archeologische Vereniging Limburg, de Provincie Limburg, het Steunpunt Archeologie en Monumenten en RAAP Archeologisch Adviesbureau. Een van de sprekers is RAAP projectleider Jan Roymans, die zal vertellen over een Vroeg-Mesolithisch hert dat vorig jaar ontdekt werd in De Mildert tussen Weert en Heythuysen.

Het Limburgs Museum vindt u aan de Keulsepoort 5 te Venlo. Meer informatie over deze dag vindt u hier.

 

Op zondag 10 april 2011 organiseert Brabants Heem samen met de Archeologische Sectie van het Noordbrabants Genootschap de archeologische voorjaarsstudiedag “Onderzoek van de Tweede Wereldoorlog” Raakvlak van herinnering, historie én archeologie? De studiedag vindt plaats op Kamp Vught, een bijzondere locatie die aansluit bij het thema.
Tot de sprekers behoren onder andere Ruurd Kok en Ivar Schute die beide werkzaam zijn bij RAAP Archeologisch Adviesbureau en inmiddesl veel ervaring hebben met archeologisch onderzoek naar archeologische resten van de Tweede Wereldoorlog. De lezing van Ruurd Kok is getiteld: Houdt het dan nooit op? Belang en betekenis van de Archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Ivar Schute zal spreken over de opgraving in het voormalige Kamp Amersfoort. RAAP heeft daar in 2010 met een vervolg in 2011 onderzoek uitgevoerd.
Voor meer informatie over deze studiedag en het volledige programma: http://www.brabantsheem.nl/0309-archeologische-studiedag-2.html

3 april bij BrabantLeeft!
Voorafgaand aan de studiedag zal Ruurd Kok op zondag 3 april over de archeologie van de Tweede Wereldoorlog spreken in het radioprogramma BrabantLeeft!' van Omroep Brabant (tussen 12.00 en 14.00 uur). Zie www.brabantleeft.nl

 

Op 17 maart is de Erfgoedkaart voor Woudrichem gepresenteerd. RAAP maakte deze kaart met een toelichtend rapport in opdracht van de gemeente Woudrichem en met subsidie van de provincie Noord-Brabant. De kaart geeft een overzicht van de reeds bekende archeologische en cultuurhistorische waarden binnen de gemeentegrenzen en daarnaast geeft het aan waar historisch erfgoed in de bodem te verwachten is. Er staan 159 archeologische vindplaatsen op aangegeven, merendeels bewoningssporen uit de Middeleeuwen en de Romeinse tijd. Met deze kaart is inzichtelijk geworden waar ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst mogelijk bedreigend kunnen zijn voor het erfgoed van Woudrichem. De erfgoedkaart komt binnenkort digitaal beschikbaar.

erfgoed woudrichem

Op de foto vlnr: Burgemeester Carla Breuer, burgemeester Petter, Reinier Ellenkamp, projectleider RAAP Archeologisch Adviesbureau, Annemarie Stigter, adviseur cultuur, kunst en toerisme gemeente Woudrichem en Leonie Weterings, senior archeoloog West Brabanthuis (foto Sophie Krale–Lindeboom)

 




Oudere nieuwsberichten in ons nieuwsachief

 

31 maart 2012 | Weer bijzondere opgraving in Nistelrode >>link

26 maart 2012 | Open dag 4 april op opgraving Zwarte Molen Nistelrode >>link

21 maart 2012 | Archeologen van RAAP bijna klaar in Kloosterveen >>link

20 maart 2012 | Romeinse Limes wordt weer zichtbaar bij Castellum Fectio (Bunnik) >>link

20 maart 2012 | Nederzetting uit Romeinse tijd in Apeldoorn - revisited >>link

14 maart 2012 | Napoleontische toren bij Halfweg blijft in bodem behouden >>link

13 maart 2012 | Haardkuilen uit middensteentijd opgegraven in Kloosterveen bij Assen >>link

12 maart 2012 | Archeologische vondsten op Chemelot Campus >>link

7 maart 2012 | Oldenzaal gaat op zoek naar dé Oldenzaler (ADC-project in samenwerking met RAAP) >>link + >>link

1 maart 2012 | Steentijd en pingoruine verwacht in Kloosterveen (Assen) >>link

27 februari 2012 | Boorteams RAAP doen vervolgonderzoek bij de kust van Katwijk >>link + >>link + >>link + >>link

24 februari 2012 | Aanleg nieuwe parkeerplaats Fort Vechten gestart onder archeologische begeleiding >>link

14 februari 2012 | RAAP doet onderzoek naar nederzetting van eerste Vlaamse boeren in Spiere >>link + >>link

13 februari 2012 | RAAP-archeologen vinden Napoleontische verdedigingstoren bij Halfweg >>link + >>link

19 januari 2012 | Archeologische dwarsdoorsnede bij aanleg gasleiding >>link + >>link + >>link

19 januari 2012 | Archeologen vinden skeletten op Botermarkt Haarlem >>link + >>link + >>link + >>link

19 januari 2012 | Skeletten gevonden bij opgraving in Woerden >>link + >>link + >>link + >>link

16 januari 2012 | Opgraving in plangebied Zwarte Molen in Bernheze gestart >>link

10 januari 2012 | Eerste fase onderzoek Westerbork afgerond >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link

21 december 2011 | Zoektocht naar persoonlijke spullen in voormalig kamp Westerbork >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link

15 december 2011 | RAAP maakt archeologische beleidskaart De Ronde Venen >>link

6 december 2011 | Archeologisch onderzoek Westerbork begonnen >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link

29 november 2011 | Oudste vindplaats in gemeente Tiel blootgelegd >>link + >>link + >>link

25 november 2011 | Opnieuw zoektocht naar Kanaal van Corbulo in Leidschendam >>link

23 november 2011 | Prijswinnaars bezoeken Romeinse opgraving in Naaldwijk >>link + >>link

17 november 2011 | Dubbel zoveel archeologische vindplaatsen in de bodem behouden >>link + >>link

3 november 2011 | RAAP gaat op zoek naar Romeinse resten strand Katwijk >>link

31 oktober 2011 | Start archeologisch onderzoek kustversterking en parkeergarage Katwijk >>link

25 oktober 2011 | Opgraving Oldenzaal >>link + >>link + >>link + >>link

13 oktober 2011 | Contemporaine archeologie: flessenraadsel opgelost >>link

29 september 2011 | Voorbereidend archeologisch onderzoek in Parijsch (Culemborg) >>link

22 september 2011 | Team WO II RAAP wint SIKBeker 2011 >>link

22 augustus 2011 | Kaboutersberg Hoogeloon komt weer terug >>link + >>link

9 augustus 2011 | Provincie Limburg start met opgravingen Buitenring Parkstad Limburg >>link

14 juli 2011 | Westerveld investeert in Cultuurhistorische Waardenkaart >>link

10 juni 2011 | Germaanse bewoning in 1e-2e eeuw in Apeldoorn >>link

31 mei 2011 | Romeinse ruïne en weg bij Naaldwijk ontdekt >>link

25 mei 2011 | Samenwerking Parklaan Architecten en RAAP bij inrichting Fort Vechten >>link

25 mei 2011
| Romeinen op Mars bij FloraHolland Naaldwijk >>link + >>link

21 mei 2011
| Onthulling 'Zakheilige van Doetinchem' in de nieuwe parkeergarage Het Loo >>link

22 april 2011 | Unieke ijzeroven opgegraven in Apeldoorn >>link + >>link + >>link

20 mei 2011
| RAAP onderzoek op de Grebbeberg >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link + >>link

20 mei 2011
| Artikel "Sporen van WOII in het landschap" in Vakblad natuur bos landschap >>link

11 mei 2011
| Begeleiding rioolwerk Velp levert prehistorische aardwerkscherven op >>link

22 april 2011 | Unieke ijzeroven opgegraven in Apeldoorn >>link + >>link + >>link

20 april 2011 | 'Archeologische parels van de Veluwe' gepresenteerd >>link + >>link

april 2011 | VPRO Labyrint bezoekt RAAP opgraving Kamp Amersfoort >>link

11 april 2011 | Studiedag WO2 archeologie van Brabants Heem >>link

7 april 2011 | Open dag opgraving Romeinse nederzetting Apeldoorn druk bezocht >>link + >>link + >>link + >>link

1 april 2011 | Unieke verstilling op Ommerschans >>link

16 maart 2011 | Archeologische vondsten Zilverzandtracé Holten >>link

2 maart 2011 | Inheemse Romein op Apeldoornse Enk >>link

1 maart 2011 | Verhoging in Grave blijkt oude linie uit 1602 >>link

21 februari 2011 | RAAP vondst leidt tot spectaculaire parkeergarage Doetinchem >>link + >>link


Oudere nieuwsberichten in ons nieuwsachief

 

VEELGESTELDE VRAGEN

Sinds de herziening van de Monumentenwet in september 2007 is het verplicht om bij bodemverstorende activiteiten rekening te houden met archeologie. Gemeenten verankeren deze zorgplicht in hun bestemmingsplannen en kunnen een onderzoek opleggen bij bodemverstorende activiteiten. Als aanvrager van een bouw-, sloop-, aanleg- of ontgrondingenvergunning, of een projectbesluit, kunt u hier dus mee te maken krijgen. De initiatiefnemer van de bodemverstoring is dan verantwoordelijk voor de inpassing en financiering van archeologisch vooronderzoek in het bouwplan.

Ja, met de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) per 1 januari 2012 dienen alle cultuurhistorische waarden - dus niet alleen archeologische - in ruimtelijke plannen meegewogen te worden. Deze maatregel is een gevolg van de modernisering van de monumentenzorg (MoMo), geïnitieerd door het Ministerie van OCW. Vooral voor gemeenten heeft dit gevolgen, want zij dienen zo vroeg mogelijk in de planvorming rekening te houden met alle cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied.

Wie bouwplannen heeft doet er goed aan zo vroeg mogelijk bij de gemeente te informeren of een archeologisch onderzoek verplicht is. Zo ja, dan wordt aangeraden dit onderzoek bij voorkeur al in de planvorming uit te laten voeren. Tijdig uitgevoerd vooronderzoek werkt namelijk preventief en is kostenbesparend. Als blijkt dat er waardevolle archeologische resten in de bodem zitten, is er nog rekening mee te houden zonder oponthoud te veroorzaken. Planinpassing of  -aanpassing is in dat stadium nog mogelijk. En zit er niets van archeologisch belang dan kan het bouwproject ongestoord verder gaan.

Als de overheid van u een archeologisch vooronderzoek verlangt, mag er niet gestart worden met de grondwerkzaamheden voordat de onderzoeksresultaten bekend zijn en de gemeente een besluit heeft genomen over het eventuele vervolg. Start u zonder vergunning toch met bodemverstorende activiteiten dan bent u strafbaar op grond van de Monumentenwet 1988. Tijdens de uitvoering van grondwerkzaamheden kunt u op archeologische resten stuiten. De overheid kan in dat geval besluiten het werk stil te leggen en op uw kosten tot een opgraving over te gaan. Dat betekent extra kosten en vertraging.

Archeologisch onderzoek is opgedeeld in een aantal stappen: schema AMZ>> . Vooronderzoek is de eerste stap: via bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek wordt geïnventariseerd wat er aan archeologie is, en waar. Daarna onderzoekt men welke waarde de vindplaats heeft. De waardestelling moet uitsluitsel geven of een vindplaats wel of niet behoudenswaardig is. Mede op basis daarvan neemt de bevoegde overheid vervolgens een selectiebesluit. Dat kan inhouden dat de vindplaats wordt vrijgegeven (einde onderzoek) of dat men kiest voor fysieke bescherming, archeologische begeleiding of opgraving.

Er zijn geen vaste kengetallen beschikbaar voor de duur en de kosten van elk type archeologisch onderzoek. Een en ander is namelijk sterk afhankelijk van de grootte, het karakter en de verwachte archeologische rijkdom van een plangebied, en ook van het soort onderzoek. Een vooronderzoek kan soms in één dag gedaan worden, maar een opgraving kan wel een aantal weken duren. Het is aan te raden tijdig advies in te winnen over de duur en kosten bij een archeologisch advies- of onderzoeksbureau.

Ja, in de Monumentenwet staat dat de onderzoeksplicht niet van toepassing is op projecten met een oppervlakte kleiner dan 100 m2. Gemeenten mogen deze grens overigens naar boven of beneden bijstellen. In het bestemmingsplan is aan te geven dat een meer beperkte of juist ruimere vrijstelling geldt. Bijvoorbeeld een lagere ondergrens voor historische stadskernen of terreinen met bekende archeologische waarden (zoals AMK terreinen) en een hogere in het buitengebied. Het moet echter wel gaan om bodemverstoringen van huis-, tuin- en keukenniveau. Grootschalige projecten mogen niet vrijgesteld worden.
In de visie van RAAP is het bepalen van een ondergrens maatwerk, afhankelijk van de historische, archeologische en landschappelijke betekenis en kenmerken van een gebied.

Volgens de Monumentenwet dient de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten zelf de kosten voor het onderzoek voor zijn rekening te nemen. Dit is het zogenoemde ‘verstoorder-betaalt-principe’. Zowel de gemeente, provincie en het rijk als particulieren kunnen verstoorder zijn.

Belangrijk om te weten is dat Nederland in 1992 het Verdrag van Malta ondertekende. De invoering van dit  verdrag in de Nederlandse wetgeving is met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg per 1 september 2007 een feit. Door deze wet is een aantal bestaande wetten gewijzigd, waarvan de belangrijkste de Monumentenwet 1988 is. In het Besluit archeologische monumentenzorg staan regels voor de uitvoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg.


Ja, onder de 25 vergunningen die sinds oktober 2010 via de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) zijn samengevoegd tot één omgevingsvergunning, valt ook archeologie. Gebouwde rijksmonumenten, stads- en dorpsgezichten en archeologische waarden en verwachtingen zijn nu allemaal geïntegreerd in de omgevingsvergunning. Archeologische rijksmonumenten vallen echter buiten de Wabo, daarvoor zal nog steeds een monumentvergunning moeten worden aangevraagd bij de Minister. Verder geldt er een algemene vrijstelling voor ingrepen kleiner dan 50 m², als deze nodig zijn voor een bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied, mits niet hoger dan 5 meter en een op de grond staand bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, mits niet hoger dan 5 meter.

MoMo is de afkorting van Modernisering Monumentenzorg, een project van het Ministerie van OCW. Een van de drie pijlers van de MoMo is het meewegen van cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen. Sinds 1 januari 2012 is dit realiteit geworden, met de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarnaast staat de MoMo voor krachtiger en eenvoudiger regels voor rijksmonumenten en het bevorderen van de herbestemming van monumentale panden zonder functie. Door de MoMo krijgen vooral gemeentes er een taak bij, want zij dienen hun ruimtelijke plannen ‘cultuurhistorie-proof’  te maken.

  • Gemeenten krijgen te maken met de volgende kosten:
  • Algemene uitvoeringskosten: bestuurlijke lasten te besteden aan handhaving en toepassing van de omgang met de archeologische monumentenzorg, zoals het toetsen van PvE’s en archeologische rapportages.
  • Projectgebonden uitvoeringskosten: kosten voor noodzakelijk archeologisch onderzoek met de gemeente als initiatiefnemer (of ‘veroorzaker’).
  • Kosten in verband met toevalsvondsten: als de initiatiefnemer heeft voldaan aan de onderzoeksplicht en alsnog toevalsvondsten aan het licht komen, zijn de kosten voor nader onderzoek niet op de initiatiefnemer te verhalen.
  • bij opgravingen: gemeenten of provincies kunnen een beroep doen op de 'Regeling specifieke uitkeringen excessieve opgravingskosten’ als de kosten voor archeologische opgravingen redelijkerwijs niet (geheel) ten laste dienen te komen van de desbetreffende gemeente of provincie. Het gaat hier om een ‘vangnetfunctie’ waarbij in alle gevallen ook de gemeente zal moeten participeren.

Een PvE is een Programma van Eisen waarin onderzoeksvragen en kwaliteitseisen zijn vastgelegd. Voor elk archeologisch veldonderzoek is in principe een PvE vereist. Voor een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen volstaat veelal een beperkter Plan van Aanpak (PvA). Een PvE kan opgesteld worden door overheden, maar ook door archeologische bedrijven zoals RAAP. De goedkeuring gebeurt door de bevoegde overheid en dat is veelal de gemeente. Archeologische onderzoeken in het kader van de AMZ-cyclus moeten altijd aan de RACM gemeld worden en (dus) voorzien zijn van een PvE of PvA.

In Nederland bestaat de Kwaliteitsnorm Nederlandse archeologie (KNA). De KNA bevat specificaties voor de uitvoering van het onderzoek en beschrijft aan welke kwalificaties de onderzoeker moet voldoen. Alle commerciële archeologische onderzoeksbedrijven zijn verplicht zich aan de KNA te houden. De Erfgoedinspectie houdt er toezicht op. De KNA is te downloaden van de website van de SIKB (www.sikb.nl), de organisatie die deze norm beheert. RAAP werkt uiteraard conform de KNA.

Jazeker, RAAP is een archeologisch advies- en onderzoeks bureau en voert alle aspecten van de archeologische monumentenzorg uit, dus ook opgravingen. RAAP graaft al geruime tijd op in heel Nederland. Daarbij worden de nieuwste technieken ingezet. Sinds maart 2008 heeft RAAP bovendien een eigen opgravingsvergunning, verleend door de minister van OCW.

De inpassing van archeologie in het bestemmingsplan is voor elke gemeente maatwerk. Gemeenten zijn verplicht om zowel op de plankaart, in de voorschriften en in de toelichting rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Op de plankaart dient de bekende archeologische informatie overgenomen te worden, tenminste de AMK-terreinen. Voor de ontwikkeling en uitvoering van gemeentespecifiek beleid is het verstandiger om een meer gedetailleerde waarden- en verwachtingskaart te laten maken. Deze investering in een gedetailleerde kaart levert tijdwinst op en geeft in een oogopslag de archeologische stand van zaken weer. Deze kaart kan ook worden verwerkt in het bestemmingsplan. Als onderdeel van de voorschriften kunnen terreinen met archeologische waarden en verwachtingen aan een aanlegvergunningenstelsel gekoppeld worden. Aan het verlenen van een vergunning is het voorschrift te koppelen dat archeologisch onderzoek vooraf vereist is. In de toelichting van het BP geeft de gemeente aan hoe zij met het erfgoed zal omgaan. RAAP kan de verschillende mogelijkheden voor gemeenten uitwerken.

Bij provincies en gemeenten is er een groeiende belangstelling voor het 'selectiebeleid'. Met name gemeenten kampen met het probleem hoe een balans kan worden gevonden in de uitgangspunten van het archeologiebeleid, behoud van erfgoed en de beschikbare financiële middelen. Deze middelen zijn doorgaans beperkt en in de praktijk zullen er dus altijd keuzes moeten worden gemaakt. In het kader van bestemmingsplanprocedures is het de gemeente die een belangenafweging maakt en het selectiebesluit neemt. De gemeente moet kiezen tussen vrijgeven, inpassen en beschermen of opgraven. Een verantwoorde keuze is gemakkelijker te maken als een gemeente een selectiebeleid heeft opgesteld: een afwegingskader om het selectiebesluit op een transparante wijze te kunnen nemen. Daarmee geeft zij aan welke gebieden zij wil behouden of een vergunningsplicht wil opleggen. De gemeente kan in het selectiebeleid eigen accenten plaatsen. Sommige kiezen bijvoorbeeld expliciet voor behoud van archeologie uit de Romeinse tijd, andere selecteren ensembles van karakteristieke cultuurhistorische waarden.

Wie archeologische resten of objecten - anders dan tijdens een opgraving - vindt, moet dat volgens de Monumentenwet formeel bij de minister van OCW melden. In de praktijk komt di t neer op een melding aan de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) in Amersfoort. Bij gemeenten met een eigen archeoloog is het praktischer om de melding daar te doen. Bij afwezigheid van de gemeentelijk archeoloog kan het ook bij de provinciaal archeoloog en het provinciale bodemdepot.