HET ANTROPOCEEN
een serie geo-archeologische verhalen in het jaar van de bodem


#10 Een veenweg door beekdal de Slokkert

de blootgelegde veenweg 


Veel beekdalen worden tegenwoordig heringericht, ook in Drenthe. De archeologen die deze werkzaamheden begeleiden, doen de laatste tijd belangrijke ontdekkingen. Zo kwam bij het Drentse Veenhuizen een meterslange baan van houten stammetjes aan het licht: een prehistorische weg door het zompige veen.

Veel Drentse beken werden vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw gekanaliseerd. Sinds enkele jaren wordt deze verminking van de Drentse beekdalen bij herinrichtingswerkzaamheden teruggedraaid. Beken mogen weer slingeren. Hermeandering, waterberging en natuurontwikkeling gaan daarbij hand in hand. En er is ook aandacht voor archeologie: veel van de werkzaamheden worden onder het toeziend oog van een archeoloog uitgevoerd.

Typische beekdalarcheologie

In opvullingen van oude beeklopen en met veen opgevulde beekdalen worden regelmatig hele voorwerpen teruggevonden, zoals potten en bijlen van steen en metaal. Dergelijke, waarschijnlijk geofferde voorwerpen kunnen de tand des tijds redelijk weerstaan. Maar ook vergankelijke archeologische resten, zoals voorwerpen van hout, kunnen dankzij de hoge grondwaterstand in beekdalen in het veen bewaard gebleven zijn. Deze vondsten hebben dikwijls te maken met het gebruik van de beek als visstek of verbindingsroute, of met waterbeheersing. Denk aan resten van fuiken, kano’s en sluisjes.

opgraving veenweg

Het onderzoek vond plaats onder zware omstandigheden: vrijwel dagelijks kou en vorst en bijna continue regen en veel grondwateroverlast. Om het waterverzadigde vlak niet te vertrappen, legden de archeologen de weg knielend of liggend op planken vrij.

Een ander typisch beekdalfenomeen zijn voorden: dat zijn doorwaadbare plekken in de beek. Ze vormden een onderdeel van de infrastructuur uit het verleden. Maar hoe bereikte mensen zo’n voorde in een wat breder beekdal? In natte tijden was het beekdal immers een lastig toegankelijk en gevaarlijk moerasgebied. Mensen kwamen daar niet zomaar te voet doorheen, laat staan met karren. Een veenweg dwars door het beekdal zou dan ongetwijfeld uitkomst bieden.

Veenwegen

Zeker al sinds het Midden-Neolithicum (vanaf circa 3400 v. Chr) zijn veenwegen aangelegd om moerassen te doorkruisen. De meeste Nederlandse voorbeelden zijn in de Drentse hoogveenmoerassen gevonden en niet in beekdalen. Het gaat om betrekkelijk lichte constructies met een groot draagvermogen, om te voorkomen dat ze in het moeras weg zouden zakken.

opgravingstekening veenweg met alle elementen

Het onderzoek vond plaats onder zware omstandigheden: vrijwel dagelijks kou en vorst en bijna continue regen en veel grondwateroverlast. Om het waterverzadigde vlak niet te vertrappen, legden de archeologen de weg knielend of liggend op planken vrij.



Eind 2013 ontdekten projectleiders Theo ten Anscher en Marlies van Kruining met hun team een veenweg in het beekdal van de Slokkert nabij Veenhuizen . Voor de Dienst Landelijk Gebied voerden de archeologen van RAAP daar de begeleiding uit van de aanleg van een watergang in het beekdal van de Slokkert (gemeente Noordenveld). Aanvankelijk leek het slechts om een baan van takken en dunne stammetjes in het veen te gaan. Omdat deze niet bewaard kon blijven (het hout was zo fragiel dat het bij het lichten uiteenviel), is de veenweg over een lengte van circa negen meter door de archeologen opgegraven.

Wegdek van stammetjes

Het wegdek was zo’n vier meter breed. De constructie bestond uit zo’n tien centimeter dikke dwarsgeplaatste en vaak gespleten stammetjes op een circa 30 cm hoge, matrasachtige onderbouw van dunnere takken, eveneens dwars op de wegrichting. Paaltjes hielden het geheel op zijn plaats. Uit voorzorg lagen onder de weg incidenteel houten onderliggers: lokale verbeteringen van het wegtracé. Voor de aanleg daarvan hadden de ‘wegwerkers’ destijds bijna uitsluitend elzenhout gebruikt, afkomstig uit het omringende elzenbroekbos en gekapt in de winter.

Gezien de breedte was de weg niet alleen geschikt voor mensen en vee, maar ook voor kartransport. Vermoedelijk is hij niet meer dan zo’n 20 jaar in gebruik geweest. Daarna is de weg afgedankt, ontmanteld - de meeste stammetjes van het wegdek zijn kennelijk afgevoerd -, vervallen en onder veengroei verdwenen. Voor dendrochronologische datering waren de houtmonsters niet geschikt. Maar koolstof(C14)-dateringen van het hout maken duidelijk dat de weg rond 2300-2200 v. Chr. is aangelegd en tot de laatneolithische Klokbekercultuur behoorde. Daarmee is deze veenweg één van de oudste van ons land. De weg ligt in een relatief smal deel van het beekdal. Dat is een voor de hand liggende locatie voor een schakel in een verbindingsroute tussen nederzettingen op de dekzandplateaus aan weerszijden van het beekdal van de Slokkert.

opgegraven stammetjes

De nieuwe watergang in het beekdal



Uniek?

De huidige grote oververtegenwoordiging van veenwegen in hoogveenmoerassen is het gevolg van handmatige turfwinning in de 19e en vroege 20e eeuw. Dat veenwegen ondervertegenwoordigd zijn in beekdalen komt doordat daar geen turfwinning plaatsvond en de grote ingrepen uit het recente verleden er machinaal werden uitgevoerd. Omdat veel beekdalen in tegenstelling tot de hoogveenmoerassen in de toenmalige bewoonde wereld lagen, is te voorspellen dat veenwegen in beekdalen veel talrijker zullen zijn. Dankzij de sinds kort gangbare archeologische begeleiding van beekdalwerkzaamheden komt daar nu eindelijk concreet zicht op. De veenweg van de Slokkert is overigens niet uitzonderlijk. Onlangs ontdekte RAAP namelijk in een beekdal een tweede veenweg. Nu uit de Midden-IJzertijd (500-250 v.Chr.) en ditmaal aangetroffen bij werkzaamheden in het beekdal van het Winder Diepje, vlakbij Winde.

Fotogrammetrisch overzicht van het eerste en tweede opgravingsvlak.









Jaar van de Bodem 2015


Bodem en archeologie hebben alles met elkaar te maken. Onder het maaiveld liggen resten verborgen die onze voorouders er achterlieten. Zij probeerden ook voortdurend de omgeving naar hun hand te zetten met ingrepen in de bodem. Zo zijn bijvoorbeeld essen, zandverstuivingen en afgravingen ontstaan, rivieren verlegd en polders aangelegd. Naast het Pleistoceen en Holoceen introduceren wij daarom in het Internationale Jaar van de Bodem 2015 ‘het Antropoceen’, een bestaande term voor een nieuwe web-rubriek. Een jaar lang presenteren we hier boeiende bodemverhalen en wetenswaardigheden over de periode waarin de mens zijn stempel op de bodem drukt.


Meer bodemverhalen:

thumb

#1 Van woeste gronden tot het Deurnese stuifzand

thumb

#2 Kijken in Friese ijstijdkraters

thumb

#3 Ondergronds afval in Leiden

thumb

#4 Onder de plaggen in Azelo

thumb

#5 Op een terras aan de Maas

thumb

#6 Cesium en erosiesnelheid Friese terpen

thumb

#7 De Bemmelse dijk gepeld

thumb

#8 Romeins grind in Bunnik

thumb

#9 gerommel in de vallei

thumb

#10 Een veenweg in beekdal de Slokkert

thumb

#11 Antropogeen bodemprofiel Velserbroek

thumb

#12 Archeologisch gebruikslandschap slim en snel in kaart