RAAPPUBLICATIES


RAAP-Rapporten


raap-rapport

Het is voor particulieren niet mogelijk om een rapportage over een door ons uitgevoerd onderzoek bij RAAP te bestellen.

Volgens de in Nederland geldende landelijke verplichtingen worden deze rapportages 2 jaar na afronding van het archeologisch veldwerk en/of bureaonderzoek in digitale vorm geleverd aan Archis, het registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) en aan de Koninklijke Bibliotheek. Vanaf dat moment zijn de rapportages bij deze instellingen voor u beschikbaar.

Van archeologische projecten waarvoor de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) niet van toepassing is worden de rapportages niet geleverd aan Archis.
Deze rapportages worden 2 jaar na verschijningsdatum van het rapport door ons in digitale vorm toegestuurd aan de Koninklijke Bibliotheek en zijn daar dan voor u beschikbaar.

Een uitzondering op bovenstaande informatie vormen enkele specifieke rapportages die in een speciale editie zijn verschenen. Zie hiervoor de link ‘Boeken en overige uitgaven".




RAAP gids


raap gids

De RAAP-gids is tijdelijk niet verkrijgbaar, binnenkort verschijnt een nieuwe versie.



Magazine


magazine


RAAP MAGAZINE verschijnt 2x per jaar en versturen we naar contacten van RAAP. De laatst verschenen RAAP-magazines kunt u kostenloos aanvragen via het INFORMATIEFORMULIER waar u zich ook op de verzendlijst kunt plaatsen. Eerdere uitgaven van het Magazine / voorheen RAAP Nieuwsbrief kunt u hieronder ook direct downloaden als PDF.

RAAP-Magazine


RAAP Nieuwsbrief

Overige uitgaven


Erfgoedatlas Nunspeet

In opdracht van de gemeente Nunspeet heeft een team van deskundigen uit de monumentenzorg, archeologie en historisch landschap de geheimen van de Veluwe ontrafeld en een 'Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet' samengesteld. Ook diverse medewerkers van RAAP hebben meegewerkt aan deze monumentale atlas over het erfgoed van Nunspeet.

De uitgestrekte bos- en heidegebieden van de Veluwe vormen een van de grootste onbewoonde gebieden van West-Europa. Dat is niet altijd zo geweest. In de prehistorie woonden er juist relatief veel mensen. In de Veluwse zandgrond zijn talloze vondsten gedaan die getuigen van de prehistorische jagers en boeren. Uitputting van de toch al arme zandgrond door ontbossing was al in de prehistorie de eerste aanzet tot ontvolking van grote delen van de Veluwe.

In de gemeente Nunspeet zijn alle Veluwse landschappen vertegenwoordigd, en de Erfgoedatlas van Nunspeet brengt de boeiende landschapsgeschiedenis in kaart. De atlas laat zien hoe dorpen als Elspeet en Vierhouten eeuwenlang minieme bewoonbare eilanden waren, omgeven door 'woeste gronden'. De atlas schetst hoe prehistorische oerbossen plaats maakten voor heide, die door overbegrazing in de Middeleeuwen veranderden in de grootste woestijnen van West-Europa. Maar ook hoe oude bossen dankzij het beheer van middeleeuwse maalschappen tot vandaag konden blijven bestaan.

Het bijna lege Veluwse landschap kwam vanaf de negentiende eeuw weer in trek. Arme paupers en dagloners vestigden zich in hutten op de heide en aan de rand van het stuifzand. Tegelijkertijd ontdekten schrijvers de woestheid van de Veluwe. Schilders legden het landschap en de schamele boerderijtjes van de bewoners vast. Nunspeet werd een van de toonaangevende schilderdorpen van Nederland. In het kielzog van de schilders verschenen de eerste toeristen, die logeerden in hotels, pensions en op de eerste campings van Nederland. Bemiddelde renteniers en industriŽlen bouwden riante landhuizen, legden landgoederen aan en vestigden de eerste industrie.

In de Eerste Wereldoorlog herbergde de gemeente een immens vluchtelingenkamp voor Belgen, in de Tweede Wereldoorlog lagen er in de afgelegen bossen onderduikersholen, en in de Koude Oorlog bood de heide plaats voor oefenterreinen en een reusachtige kazerne. De resten ervan zijn, net als die van de prehistorische boeren, weer opgegaan in de natuur.

De atlas is het resultaat van het werk van aardkundigen, archeologen, historisch-geografen en historisch bouwkundigen en van de enthousiaste medewerking van bewoners van de vier Nunspeetse kernen: Vierhouten, Elspeet, Nunspeet en Hulshorst. Behalve unieke kaarten, foto's en illustraties, bevat de atlas een prachtige collectie schilderijen uit de bloeitijd van schildersdorp Nunspeet.

De Erfgoedatlas Nunspeet is verkrijgbaar bij de boekhandel en in de webwinkel van uitgeverij Waanders & De Kunst

Erfgoedatlas Gemeente Nunspeet, Veluws landschap, historie en bewoners is een uitgave in samenwerking met de Gemeente Nunspeet.
Auteurs: Jan Neefjes, Hans Bleumink (Bureau Overland) | Vormgeving: DaniŽl Loos (RAAP) | Cartografie: Steven van der Veen (RAAP)
Uitgever: Uitgeverij Waanders & de Kunst | 264 pagina's | 29,5 x 38 cm | 225 illustraties in kleur en zwart-wit | ISBN 978 94 6262 058 2

Archeologie van de Atlantikwall


Wat ligt er afgezien van de reeds bekende bunkers en muren nog meer onder de grond van de verdedigingslinie Atlantikwall? RAAP deed daar in 2014 onderzoek naar. Het onderzoeksrapport 'Archeologie van de Atlantikwall' werd op 26 januari gepresenteerd aan de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber.


Het rapport is de afronding van het archeologisch onderzoek dat RAAP afgelopen jaar heeft uitgevoerd met subsidie van de provincie Zuid Holland, in het kader van de Erfgoedlijn Atlantikwall. Bij het onderzoek in het duingebied tussen Katwijk en Scheveningen zijn archeologische resten van de Duitse kustverdediging in kaart gebracht.

Freie kuste

De Atlantikwall was geen doorgetrokken muur, maar een aaneenschakeling van verdedigingswerken langs de Europese kust van verschillende grootte en sterkte. Op strategisch belangrijke punten was de verdediging het zwaarst, met grote aantallen betonnen werken. Daartussen was de kust minder sterk verdedigd: de zogenaamde Freie KŁste (open kust). Op geallieerde luchtfoto's en historische kaarten van zowel Duitsers als geallieerden is te zien dat ook op die plaatsen volop verdedigingswerken lagen, maar dan in de vorm van veldversterkingen zoals loopgraven en ingegraven (geschuts)stellingen. De sporen van deze veldversterkingen worden ook wel de zachte resten van de Atlantikwall genoemd.

Onderbelicht

Gedeputeerde Han Weber over het onderzoek: "De zachte resten van de Atlantikwall zijn tot dusverre onderbelicht gebleven. Maar met deze kennis ontstaat een beter en vollediger beeld van de Atlantikwall." De provincie maakt de historie graag beleefbaar door monumenten te behouden en toegankelijk te maken. Het rapport van RAAP geeft ook antwoord op de vraag hoe deze meer kwetsbare onderdelen van de Atlantikwall het beste beheerd en tentoongesteld kunnen worden.

Tweede Wereldoorlog

Archeologen van RAAP voerden de inventarisatie uit tussen november 2013 en februari 2014. De erfgoedtafel Atlantikwall waarin gemeenten, bedrijven en vrijwilligersstichtingen samen bepalen hoe het erfgoed behouden en ontwikkeld moet worden, zal de informatie uit het rapport gebruiken om de monumenten nog beter te bewaren en toegankelijk te maken. Zo wordt het verhaal over de Tweede Wereldoorlog beleefbaar. Een groot deel van de vondsten is weergegeven in een deel van het rapport dat niet openbaar is, om te voorkomen dat ongewenste bezoekers zich op de kwetsbare en vaak niet voor het publiek toegankelijke plaatsen zullen begeven.



De Tungelroyse beek: een levend geschiedenisboek


Wo2 onderzoek Vele jaren heeft RAAP onderzoek gedaan in het beekdal van de Tungelroyse beek. De 34 kilometer lange beek is inmiddels volledig gesaneerd en het beekdal heringericht, waarbij de oude meanderstructuur is hersteld.
De meest opmerkelijke vondsten die RAAP bij de begeleiding hiervan heeft gedaan, zijn nu, in opdracht van Waterschap Peel- en Maasvallei, in een overkoepelend verhaal beschreven en uitgegeven als brochure. De Romeinse brug bij Stramproy, de Eller schans, het prehistorische edelhertskelet en de watermolens van Neer en het Leudal zijn de hoofdrolspelers in de herleefde geschiedenis van de Tungelroyse beek. Het unieke van dit project is dat deze archeologische vindplaatsen zijn benut als impuls en inspiratiebron voor het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Met reconstructies en kunstwerken is het verleden op markante plekken in het landschap herrezen. Zo wordt een wandeling langs de oevers van de Tungelsroyse beek tot een tocht door een levend geschiedenisboek.

De tekst van deze rijk geïllustreerde publieksbrochure is gebaseerd op de rapportages van de verschillende archeologische onderzoeken onder leiding van RAAP projectleider Jan Roymans.


Bestellen
De brochure ‘De Tungelroyse beek: een levend geschiedenisboek’ is niet bij RAAP te bestellen. Geïnteresseerden verwijzen we naar Waterschap Peel- en Maasvallei info@wpm.nl

De Tungelroyse beek: een levend geschiedenisboek (uitwerking van diverse RAAP-rapporten)
Auteurs: Daniel Loos en Jan Roymans
Aantal pagina’s: 26, rijkelijk voorzien van afbeeldingen


Oorlog op de plank: inventarisatie en potentie van oude archeologische opgravingen met sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog


Wo2 onderzoek

Oorlog op de plank: inventarisatie en potentie van oude archeologische opgravingen met sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog, RAAP-rapport 2546
Auteurs: drs. R.S. Kok & ir. J.A.T. Wijnen
Uitgever: RAAP november 2012
Aantal pagina’s:112
Prijs € 22,50 inclusief verzendkosten.









Oorlog op de plank


Onder veel belangstelling presenteerde RAAP het onderzoeksrapport ‘Oorlog op de plank’ tijdens de Reuvensdagen op 17 november in Ede. Met deze rapportage van het Odyssee- project ‘Begraven Oorlogsverleden’ is een begin gemaakt met de systematische ontsluiting van sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog die bij toeval zijn aangetroffen bij opgravingen naar oudere vindplaatsen. De inventarisatie en analyse, die RAAP samen met onderzoeksinstituut CLUE van de Vrije Universiteit Amsterdam uitvoerde, bracht een aantal knelpunten in kaart.
De voornaamste bedreiging van dit ondergrondse oorlogserfgoed bestaat uit het ontbreken van een goed zicht op de ligging en waarde van deze sporen. Bovendien wordt bij de opsporing van explosieven het bodemarchief grootschalig vergraven. Hierdoor en door het uitblijven van conserverende maatregelen, is veel vondstmateriaal sterk aangetast.
De wetenschappelijke potentie van oude onderzoeken die resten uit de Tweede Wereldoorlog opleverden, blijkt beperkt door een gebrek aan goede documentatie en registratie van het vondstmateriaal. De cultuurhistorische potentie van oorlogsvondsten staat daarentegen zelden ter discussie. Naarmate het aantal ooggetuigen van de oorlog minder wordt, lijkt bovendien de betekenis van stille getuigen toe te nemen.
Het project heeft ook inzicht gegeven in de knelpunten die een beperking vormen bij onderzoek naar en deponering van resten uit deze periode. Een integrale visie op de omgang met oorlogserfgoed wordt node gemist. Een eerste slag is te maken door in het beleid nadrukkelijk de relatie te leggen tussen onder- en bovengronds oorlogserfgoed. De constatering dat zich in de depots en collecties opgravingsmateriaal bevindt met een wetenschappelijke en cultuurhistorische potentie is slechts een eerste stap. De logische volgende stap is de uitwerking van nader te selecteren oude onderzoeken.

Download Samenvatting PDF

Rapport bestellen
Het rapport ‘Oorlog op de plank: inventarisatie en potentie van oude archeologische opgravingen met sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog’ (RAAP-rapport 2546) is te bestellen via receptie@raap.nl . De kosten bedragen € 22,50 inclusief verzendkosten.



Een geschutsstelling in de Vordere Wasserstellung

geschutsstelling

Een geschutsstelling in de Vordere Wasserstellung. Onderzoek van een toevalsvondst aan de Vijfde Tochtweg te Moordrecht (gemeente Zuidplas); RAAP Rapport 2522


Auteurs: drs. R.S. Kok, ir. J.A.T. Wijnen, N.W.T. Warmerdam
Uitgever: RAAP, Weesp, maart 2012
Aantal pagina's: 44 pagina’s, 20 afbeeldingen
Prijs: € 20,00 inclusief verzendkosten









Toen bij de aanleg van een spoorwegonderdoorgang aan de Vijfde Tochtweg in Moordrecht (gemeente Zuidplas) bij toeval een geschutsstelling werd aangetroffen, besloot ProRail een onderzoek in te laten stellen. RAAP kreeg de opdracht te bepalen hoe met de geschutsstelling omgegaan diende te worden bij de uitvoering van de werkzaamheden.

Het veldonderzoek werd op 21 oktober 2011 door RAAP uitgevoerd en de geschutstelling was toen al volledig vrijgelegd. Het onderzoek bestond uit het inmeten, beschrijven, opmeten en documenteren (door middel van foto’s) van de geschutsstelling. De stelling is driedimensionaal ingemeten met GPS-apparatuur.
Naast de metingen heeft er een visuele inspectie plaatsgevonden, waarna de verzamelde gegevens zijn uitgewerkt in combinatie met een aanvullend bureauonderzoek. Dat laatste was enerzijds gericht op het bepalen van de historische context van de vondst en anderzijds op de vraag naar de functie en het  type van de stelling.

De stelling is een uit beton en baksteen opgebouwde vaste inrichting voor een stuk geschut. Het object heeft een diameter van 7 meter over de buitenzijde, op een 30 cm dikke betonnen vloer. Gezien de aanwezigheid van verankeringspunten en van munitienissen is de stelling vrijwel zeker gebouwd voor de opstelling van een stuk geschut, mogelijk een stuk pantserafweergeschut van het type 5 cm Pak 38.
De stelling is onderdeel van de Vordere Wasserstellung, een Duitse verdedigingslinie die vanaf 1943 is opgebouwd direct achter de Atlantikwall en liep globaal van Amsterdam via Gouda naar Rotterdam.

Bij het aantreffen was de stelling zeer gaaf en vormde het een ensemble met de nabijgelegen tankgracht en bunker. RAAP heeft geadviseerd de stelling te behouden. Het is zeer lovenswaardig dat ProRail en de gemeente Zuidplas zich samen hebben ingespannen dit behoud mogelijk te maken. Aangezien de stelling in de weg lag voor de realisatie van de spoorwegonder­doorgang, is de constructie op 7 december 2011 met een kraan enkele meters naar het westen verplaatst.



Rapport bestellen

Het rapport ‘Een geschutsstelling in de Vordere Wasserstellung. Onderzoek van een toevalsvondst aan de Vijfde Tochtweg te Moordrecht, gemeente Zuidplas’ (RAAP Rapport 2522) is te bestellen via receptie@raap.nl. De kosten bedragen € 20,00 inclusief verzending.




Een Romeinse muntschat uit de tijd van de Bataafse opstand


muntschat boekje

Een Romeinse muntschat uit de tijd van de Bataafse opstand – Een bijzondere vondst in het dal van de Vlootbeek (uitwerking van RAAP-rapport 2298)


Auteurs: Jan Roymans en Nico Sprengers.
Aantal pagina’s: 48, rijkelijk voorzien van afbeeldingen
Prijs: € 15,00 te koop in het Roerstreekmuseum in Sint Odiliënberg, info: www.roerstreekmuseum.nl












Op donderdag 26 januari is in het Roerstreekmuseum in Sint Odiliënberg de expositie van de ‘Romeinse muntschat uit Montfort’ officieel geopend. Hier zijn de gerestaureerde en prachtig gepoetste munten tentoongesteld die in 2009 door archeologen bij de Vlootbeek in Montfort werden gevonden.

Het Waterschap Roer en Maas voerde in het najaar van 2009 herinrichtingswerkzaamheden uit aan de Vlootbeek en deze werden archeologisch begeleid door RAAP, bijgestaan door leden van de Heemkunde Vereniging Roerstreek. De eerste munt van de bijzondere muntschat was een klein zilveren denarius uit 69 na Chr. Uiteindelijk werden in totaal 71 Romeinse munten gevonden: 65 zilveren denarii en 6 gouden aurei. Het verschil in leeftijd tussen de oudste en de jongste munt is 190 jaar. De vondst van de muntschat kreeg een bijzonder vervolg: in 2010 zijn vijf enorme muntmedaillons in Maaskeien geplaatst en langs de Vlootbeek neergezet, ter verbeelding van een stukje vaderlandse geschiedenis. Van het archeologisch onderzoek verscheen vorig jaar het eindrapport (RAAP rapport 2298), geschreven door Jan Roymans en Nico Sprengers.

Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerd publieksboekje verschenen onder de titel: ‘Een Romeinse muntschat uit de tijd van de Bataafse opstand’. Het boekje kwam tot stand met financiering van het Limburgs Museum Venlo en Restaura en werd vormgegeven door RAAP. Het boek is voor € 15,- te koop in het Roerstreekmuseum in Sint Odiliënberg. Info: www.roerstreekmuseum.nl



Leven met de Vecht. Schokland-P14 en de Noordoostpolder in het Neolithicum en de Bronstijd

Proefschrift Theo ten Anscher

Leven met de Vecht. Schokland-P14 en de Noordoostpolder in het Neolithicum en de Bronstijd

Auteur: T.J. ten Anscher
Academisch Proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Universiteit van Amsterdam, verdedigd op 25 januari 2012
Aantal pagina’s: 700, voorzien van vele tekeningen en foto’s, gebonden.
Prijs: € 99,00 inclusief verzendkosten of € 80,00 indien opgehaald op het hoofdkantoor van RAAP in Weesp tegen contante betaling.












Theo ten Anscher deed onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis tussen circa 4900 - 1500 voor Chr. van de belangrijkste archeologische vindplaats in de Noordoostpolder: Schokland-P14, gelegen op het oostelijke puntje van een zandrug onder Schokland. De langdurige bewoning, de relatief goede conservering en de aanwezigheid van bijna alle voor de Noordoostpolder kenmerkende afzettingen maken P14 tot de sleutelvindplaats voor het gebied. Na de ontdekking in 1957 zijn tussen 1982 en 1990 grote delen ervan opgegraven door het IPP van de Universiteit van Amsterdam.

Op P14 kon in de prehistorie lang gewoond worden dankzij de bijzondere ligging (hoog en droog met grondstoffen zoals vuursteen), de aanwezigheid van akker- en weidegronden en van jacht- en visserijmogelijkheden in de omgeving. Cruciaal was verder de ontsluiting via de voormalige Vecht direct oostelijk ervan. Het zwaartepunt van de bewoning verplaatste zich gaandeweg naar het westelijker gelegen deel van de zandrug, als gevolg van de stijging van de waterstand.
Op P14 zelf veranderde het gebruik door de tijd drastisch: van een nederzetting met huizen en graven tijdens de late Swifterbantcultuur en de oudste fase van de Trechterbekercultuur, via een akkerterrein met graven in het Laat-Neolithicum (Late Enkelgraf- en Klokbekercultuur), tot alleen nog maar activiteiten rond haardjes,in tijden met een lage waterstand in de oeverzone van de Vecht, in de Vroege Bronstijd (Wikkeldraadcultuur).
Dat men zich in de Prehistorie in de Noordoostpolder ondanks grote milieuveranderingen goed kon handhaven was te danken aan een flexibele levenswijze: een bestaanseconomie gebaseerd op jacht, akkerbouw en veehouderij, en een nederzettingssysteem dat bestond uit een permanente woonplaats (P14/de zandrug van Schokland) en regelmatig bezochte tijdelijke kampementen die bijvoorbeeld speciaal ingericht waren voor visserij in de omgeving. Zodoende kon men het territorium optimaal benutten. 

Om greep te krijgen op de bewoningsgeschiedenis van P14 heeft Ten Anscher eerst zo gedetailleerd mogelijk het chronologische kader gereconstrueerd, op basis van vooral het aardewerk (meer dan 30.000 scherven). Belangrijk is de analyse geweest van een gestratificeerde vondstcontext met materiaal uit alle fasen van de Swifterbantcultuur en de vroegste fase van de Trechterbekercultuur, de Pre-Drouwener fase, in Nederland niet eerder onderkend. Daardoor kon de Swifterbantchronologie verbeterd worden. Dat de Swifterbantcultuur een variant is van de Zuid-Scandinavische ErtebÝllecultuur, zoals lang gedacht is, kon weerlegd worden. In de Swifterbantcultuur blijken daarentegen de echo's te vinden te zijn van de aardewerkmodes van de nazaten van de eerste boeren op de Lössgronden. De Trechterbekercultuur, te vinden tot in Scandinavië en Polen, blijkt zijn oorsprong in Noord-Nederland en Nedersaksen te hebben, in de late Swifterbantcultuur, en is dus juist niet, zoals tot nog toe werd aangenomen, de jongste loot van de Trechterbekerfamilie! Dankzij dit onderzoek konden de laatste lacunes in het Noord-Nederlandse Neolithicum worden opgevuld.
Aardewerk en bewoningssporen uit de klassieke fasen van de Trechterbekercultuur en de vroegste fasen van de Enkelgrafcultuur zijn schaars of afwezig. De Late Enkelgrafcultuur, de Klokbekercultuur en de Wikkeldraadcultuur zijn wel weer rijk vertegenwoordigd, met de omvangrijkste vondstcollecties die tot op heden gepubliceerd zijn. Voor de Wikkeldraadcultuur kon een "nieuwe" fasering worden opgesteld, die deels stratigrafisch onderbouwd kon worden.

Behalve aardewerkanalyse was ook de lithostratigrafie van groot belang om P14's bewoningsgeschiedenis te ontrafelen. Enkele grondspoorcategorieën en structuren, zoals graven, huisplattegronden, akkers en greppels, zijn uitgebreid besproken, om deze te kunnen koppelen aan een bewoningsperiode. Na een overzicht van de bewoningsgeschiedenis is de vindplaats in zijn regionale archeologische en landschappelijke kader geplaatst, met behulp van 10 kaarten met landschapsreconstructies van de Noordoostpolder.

Het resultaat van het onderzoek is een gewichtig boek met een enorme hoeveelheid prachtige tekeningen en tabellen. Een standaardboek voor het aardewerk uit de periode Neolithicum tot en met de Vroege Bronstijd voor Noord-Nederland. Het boek is opgedragen aan dr. Jan Albert Bakker. Promotor van het proefschrift was prof. dr. J.H.F. Bloemers, tot kort geleden en sinds de oprichting bestuurslid van RAAP. 


Bestellen:
Het proefschrift is te bestellen via: receptie@raap.nl of telefonisch 0294-491500. De kosten bedragen € 99,00 inclusief verzendkosten, of € 80,00 indien opgehaald op het hoofdkantoor van RAAP in Weesp (contante betaling). Nader informatie is op te vragen bij dr. Theo ten Anscher: e-mail: t.ten.anscher@raap.nl / telefoon 0512-589140.
Zie ook: http://dare.uva.nl/record/407020



'Wie wat bewaart, die heeft wat'

Rapport 2240 'Wie wat bewaart, die heeft wat', Kanttekeningen bij de werking van de Wet op de archeologische monumentenzorg; RAAP-rapport 2525.
Auteurs: drs. Ivar Schute, drs. Marten Verbruggen en Mirjam Lobbes

Uitgever: RAAP, Weesp, november 2011
Aantal pagina's:96
Prijs: € 15,00 inclusief verzendkosten














Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). in werking met als doel tot een betere bescherming van het archeologisch erfgoed in de bodem te komen. Vier jaar na dato liet het ministerie van OCW de wet evalueren door bureau RIGO. Het evaluatierapport bevatte geen kwantitatieve gegevens over het behoud van vindplaatsen en de Raad voor Cultuur adviseerde daarnaar onderzoek te laten doen. Anticiperend op deze uitkomst deed RAAP op eigen initiatief onderzoek naar de doeltreffendheid van de Wamz. Daarvoor werden 1979 eigen onderzoeksrapporten geanalyseerd uit de periode van 1 september 2007 tot 1 mei 2011. Daarvan is uitgezocht in welke mate na een archeologisch vooronderzoek is gekozen voor het behoud van archeologische vindplaatsen in de bodem, voor het opgraven of voor het ongezien verloren laten gaan van vindplaatsen.

Van elke tien waardevolle archeologische vindplaatsen is in zeven gevallen geadviseerd deze in de bodem te behouden. In vier gevallen (38,2%) is dit advies gevolgd. In de andere gevallen is of wordt de vindplaats opgegraven. Het evaluatierapport van RIGO gaat uit van 20% vindplaatsen die behouden blijven in de bodem. Dit percentage kan op basis van het onderzoek van RAAP met bijna het dubbele naar boven worden bijgesteld. De redenen om niet voor het behoud in de bodem, maar voor opgraven te kiezen zijn divers. De trend is dat private opdrachtgevers vaker dan publieke opdrachtgevers kiezen voor opgraven.

Sinds de invoering van de nieuwe wetgeving in 2007 is archeologie een verplicht onderdeel geworden van het ruimtelijk beleid, bovendien dient de verstoorder van de bodem voor het archeologisch onderzoek te betalen. Op basis van de steekproef van RAAP kan geconcludeerd worden dat de nieuwe wet een enorme stimulans is voor de archeologische monumentenzorg. Het archeologisch erfgoed wordt sindsdien beter beschermd en in de ruimtelijke afweging telt een waardevolle vindplaats daadwerkelijk mee.

 

bestellen:
Geïnteresseerden kunnen het RAAP-rapport 'Wie wat bewaart, die heeft wat’', (auteurs:) bestellen via: receptie@raap.nl. De kosten bedragen € 15,00 inclusief verzendkosten.



Waardering van oorlogserfgoed

Rapport 2240

Waardering van oorlogserfgoed. Een inventarisatie en waardering van sporen uit de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg en Laarsenberg te Rhenen (provincie Utrecht); RAAP-rapport 2240.
Auteur: drs. Ruurd Kok & ir. Jobbe Wijnen
Uitgever: RAAP, Weesp, mei 2011
Aantal pagina's: 129 met 57 afbeeldingen in full colour en 1 kaartbijlage
Prijs: € 25,00 inclusief verzendkosten












Aanleiding voor het onderzoek was de actuele vraag hoe om te gaan met de sporen van de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg, een van de bekendste Nederlandse slagvelden. Om deze vraag te kunnen beantwoorden zijn de oorlogssporen op de Grebbeberg systematisch in kaart gebracht. Een groot aantal loopgraven, (geschuts)stellingen en commandoposten blijkt nog steeds in het terrein zichtbaar. Opmerkelijk was dat niet alleen resten zijn aangetroffen van Nederlandse, maar ook van Duitse verdedigingswerken.

Op basis van het onderzoek is een voorstel gedaan voor de omgang met dergelijke resten, op deze locatie en in het algemeen. Dit heeft geleid tot een nieuwe methode voor de waardering van oorlogserfgoed. De essentie van deze methode is dat een relatie wordt gelegd tussen de aangetroffen sporen, te waarderen sporen en de betekenissen die aan een plek worden gegeven. Voor het bepalen van de historische en ruimtelijke contexten is het van belang niet alleen de sporen, maar ook de oorlogsgeschiedenis van een plek te beschrijven. De uitkomst van de waardering is meer dan een oordeel over de behoudens- dan wel onderzoekswaardigheid van de sporen. Als een van de waarderingsaspecten positief wordt beoordeeld, vragen de betreffende oorlogssporen om een zorgvuldige omgang vanuit dat aspect. De voorgestelde methode biedt hiermee een nieuwe visie op de omgang met oorlogserfgoed. Interessant is de gedachte dat de hier voorgestelde omgang met oorlogserfgoed ook van toepassing kan zijn op oudere archeologische vindplaatsen.

bestellen:
Geïnteresseerden kunnen het rapport Waardering van oorlogserfgoed. bestellen via de receptie van het hoofdkantoor van RAAP in Weesp: receptie@raap.nl. De kosten bedragen € 25,00 (incl. verzendkosten).



Archeologisch onderzoek in Kamp Amersfoort

rapport kamp Amersfoort

Archeologisch onderzoek in een 'schuldig landschap': Concentratiekamp Amersfoort , Gemeente Leusden en Gemeente Amersfoort (archeologisch vooronderzoek : een bureauonderzoek), RAAP-rapport 2197
Auteur: Ivar Schute
Uitgever: RAAP, Amsterdam, december 2010
Aantal pagina's: 88 met 41 afbeeldingen in full colour en 1 kaartbijlage
Prijs: € 22,50 inclusief verzendkosten














Kamp Amersfoort is samen met Vught en Westerbork een van de drie grote doorvoerkampen in ons land geweest. Na de Tweede Wereldoorlog is het kamp min of meer van de kaart verdwenen. Alleen een grote door de gevangenen met de hand gegraven schietbaan herinnert aan het kamp. Dit is nu een Nationaal Monument, een plek om te gedenken en herinneren. In verband met plannen van de Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort voor de uitbreiding van deze gedenkplaats, voerden archeologen van RAAP in augustus en september 2010 een bureauonderzoek uit. Bijzondere aandacht ging hierbij uit naar militaire en andere resten uit de periode van de Tweede Wereldoorlog, en binnen die context naar de loopgraven en stellingen waarvan de functie en datering onduidelijk was. RAAP heeft onderzocht hoe groot het kamp ooit was en wat er nu van over is. Het is de eerste keer dat de (verdwenen) gebouwen en structuren op en rond Kamp Amersfoort zorgvuldig in kaart zijn gebracht. Een klein deel is ook opgegraven.

bestellen:
Van de uitkomsten van het bureauonderzoek is nu een rapport verschenen: Archeologisch onderzoek in een 'schuldig landschap': Concentratiekamp Amersfoort (RAAP-rapport 2197).
Geïnteresseerden kunnen het rapport bestellen via de receptie van het hoofdkantoor in Weesp: receptie@raap.nl. De kosten bedragen € 22,50 incl. verzendkosten.



Rapport over onderzoek in kruipruimtes

onderzoek kruipruimtes

Kruipend door de Burgerschool, een pilot voor bouwbiografisch locatieonderzoek naar sporen van de Tweede Wereldoorlog in de voormalige HBS in Wageningen, RAAP-rapport 1234
Auteur: Jobbe Wijnen
Uitgever: RAAP, Amsterdam, januari 2011
Aantal pagina's: 71 met 36 afbeeldingen in full colour
Prijs: € 15,- inclusief verzendkosten









In mei 2010 deed RAAP onderzoeker Jobbe Wijnen iets waar eigenlijk nog geen naam voor is: kruipruimteonderzoek zou je het kunnen noemen, of bouwbiografisch locatieonderzoek. Hij zocht in de kruipruimtes van de voormalige HBS aan de Generaal Foulkesweg in Wageningen naar sporen die iets over de functie en betekenis van het pand in de bezettingstijd - toen het pand door de Duitsers was gevorderd - zouden kunnen zeggen. Hij vond echter veel meer dan dat en legde  op unieke wijze de ziel van het oude pand bloot.
Van dit bijzondere onderzoek is nu een rapport verschenen: Kruipend door de Burgerschool, een pilot voor bouwbiografisch locatieonderzoek naar sporen van de Tweede Wereldoorlog in de voormalige HBS in Wageningen (RAAP-rapport 1234).

bestellen:
Geïnteresseerden kunnen het onderzoeksrapport bestellen via de receptie van het hoofdkantoor in Weesp: receptie@raap.nl. De kosten bedragen € 15,- incl. verzendkosten.



IJzertijd bewoning en begraving op het löss-plateau bij Beek - Opgraving Maastricht-Aachen Airoport, gemeente Beek’

Raap rappor BeekIJzertijd bewoning en begraving op het löss-plateau bij Beek, Opgraving Maastricht-Aachen Airport (MAA), gemeente Beek; RAAP-rapport 2054
Auteur: Gerard Tichelman
Uitgever: RAAP, Amsterdam, september 2010
Aantal pagina's: 316 waarvan 75 in full colour, met 4 kaartbijlagen en CD-rom met extra bijlagen
Prijs: € 72,00 inclusief verzendkosten















Het boek is de verslaglegging van de opgraving die RAAP in 2008 direct ten zuidoosten van het huidige vliegveld Maastricht-Aachen Airport (MAA) uitvoerde: een vlakdekkende opgraving van circa 5 hectare, waarbij twee dicht bij elkaar gelegen nederzettingen uit de IJzertijd aan het licht kwamen. Het was voor RAAP een belangrijk project, omdat dit behalve de eerste 'grote' opgraving ook nog eens de pilot voor het 'volledig digitaal opgraven' was. Dit laatste bleek een doorslaand succes, zodat deze werkwijze nu bij heel RAAP algemeen gangbaar is geworden. Het onderzoek is echter ook archeologisch erg belangwekkend, omdat voor de eerste keer bij een dergelijk grootschalige opgraving in het Zuid-Nederlandse lössgebied de IJzertijd (800–15 voor Chr.) centraal staat. Vindplaats MAA1 blijkt alleen gedurende de Vroege en Midden IJzertijd bewoond te zijn geweest en vindplaats MAA2 gedurende de Vroege, Midden én Late IJzertijd. Langs de noordelijke rand van vindplaats MAA2 zijn tenslotte enkele graven gevonden, die vooral uit de Midden en Late IJzertijd dateren.

Het onderzoek heeft onder andere meer informatie verschaft ten aanzien van een decennia lange discussie binnen de archeologische wereld of in het lössgebied in de IJzertijd nu wel of niet woonstalhuizen hebben bestaan. De opgravingen maakten duidelijk dat in de Vroege IJzertijd vooral eenvoudige, redelijk kleine structuren als woonhuis gediend hebben. Voorts lijken deze erven een gescheiden behuizing van mens en vee te hebben gehad en dus geen woonstalhuizen. In de Late IJzertijd, maar misschien al vanaf de Midden IJzertijd, lijken alleen nog (iets) grotere huisplattegronden in gebruik te zijn geweest. Deze zijn echter nog steeds beduidend kleiner dan de 'bekende' woonstalhuizen van de Zuid-Nederlandse zandgronden.

Opmerkelijk was voorts dat in twee (kleine) grafvelden twee verschillende wijzen van begraving hebben plaatsgevonden, terwijl in de een alleen mannen en in de andere alleen vrouwen aanwezig lijken te zijn. De aantallen graven zijn helaas te klein en de dateringen te ruim om enige conclusies te trekken. Opvallend zijn tenslotte nog twee met elkaar verbonden en gelijktijdige kringgreppels uit de Vroege of Midden IJzertijd of daarvoor, die echter geen begravingen hebben opgeleverd.

Het vondstmateriaal is in overeenstemming met het beeld van een eenvoudig boerenbestaan en toont met name bij het aardewerk een bepaalde chronologische ontwikkeling van de Vroege naar de Late IJzertijd.

bestellen:
Het boek’ IJzertijd bewoning en begraving op het lössplateau bij Beek’ (RAAP-rapport 2054) is te bestellen via de receptie van het hoofdkantoor in Weesp: receptie@raap.nl. De kosten bedragen € 72,00 incl. verzendkosten.

 



Cultuurhistorische Atlas Winterswijk

kasteelboek

Cultuurhistorische Atlas Winterswijk, RAAP-rapport 1878
Auteurs: ir. Jan Neefjes & dr. Nico Willemse
ISBN: 978-90-5372-115-5

Uitgever: RAAP, Amsterdam, 2009
Aantal pagina's: 192
Prijs: 49,50 euro exclusief verzendkosten





De Cultuurhistorische Atlas Winterswijk is een rijk geïllustreerde atlas die de ontstaansgeschiedenis van het gevarieerde landschap rond Winterswijk toelicht. Dat landschap herbergt vele historische resten vanaf de vroege prehistorie en het is een ware historische en landschappelijke schatkamer. Om rekening te kunnen houden met die historische rijkdom bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, liet de gemeente Winterswijk de atlas maken. RAAP projectleider Nico Willems en Jan Neefjes van bureau Overland stelden de atlas samen. In het boek zijn landschappelijke en cultuurhistorische waarden, objecten en elementen gedetailleerd in kaart gebracht. Daarnaast bevat het vele verhalen achter het Winterswijkse landschap, bestemd voor iedereen die geïnteresseerd is in de geschiedenis en het landschap van Winterswijk. Meer informatie in RAAP Nieuwsbrief 2009-1. 

De Cultuurhistorische Atlas Winterswijk werd op woensdag 28 oktober 2009 gepresenteerd. Burgemeester Thijs van Beem van Winterswijk overhandigde het eerste exemplaar aan de Gelderse gedeputeerde Annelies van der Kolk.

bestellen:
De Cultuurhistorische Atlas Winterswijk is te koop via de Vereniging Monumentenbelangen Winterswijk voor € 49,50 exlusief verzendkosten. Leden van de Vereniging Monumentenbelangen en de Vereniging Het Museum (Freriks) Winterswijk betalen het gereduceerde tarief van € 43,50 exlusief verzendkosten. Informatie via: www.monumentenbelangenwinterswijk.nl Bestellen op:  info@monumentenbelangenwinterswijk.nl
De atlas is ook verkrijgbaar bij boekhandel Kramer, Wooldstraat 24 in Winterswijk en boekhandel Holders, Misterstraat 63 in Winterswijk. De verkoopprijs bij de boekhandel is 55,00 euro.

 



Stadskernonderzoek in Harderwijk

kasteelboek

Stadskernonderzoek in Harderwijk, Bruggestraat 8-10 en Vijhestraat 30-32, RAAP-rapport 2080
Auteur: Martin Schabbink
Uitgever: RAAP, Amsterdam, juni 2010
Aantal pagina's: 320
Prijs: Euro 55,75 inclusief verzendkosten






Over de opzienbarende resultaten van de opgravingen die RAAP in de afgelopen jaren uitvoerde in de historische binnenstad van Harderwijk is een fraai rapport verschenen. Dit in hardcover uitgevoerde RAAP-rapport 2080, getiteld ‘Stadskernonderzoek in Harderwijk, Bruggestraat 8-10 en Vijhestraat 30-32’, staat vol foto’s en informatie over de aangetroffen bodemschatten. Het boek bevat onder meer uitgebreide verslagen van de resultaten van het archeologisch, fysisch- en historisch-geografisch onderzoek en van het macroresten- en pollenonderzoek.

De opgravinglocatie aan de Bruggestraat en Vijhestraat in Harderwijk was een bijzondere plek. Zo werd daar een unieke bakstenen zaalbouw uit de Middeleeuwen ontdekt: een bijzonderheid in de destijds overwegend houten steden. Het is dan ook aannemelijk dat de bakstenen zaalbouw van oorsprong het woonhuis was van de graaf van Gelre óf van een uitzonderlijk rijk koopman. In later eeuwen is de zaalbouw als kelder opgenomen in herberg In de Hollandsche Tuyn. Inmiddels is op deze plek de nieuwbouw van Krijco Casino’s & Leisure verschenen, maar het 13e eeuwse muurwerk van de zaalbouw en een deel van de veldkeienbestrating is bewaard gebleven in de casinokelder.
Het rapport werd gepresenteerd op 26 juni 2010 met de opening van een expositie met vondstmateriaal en informatieborden in de casinokelder in Harderwijk.

bestellen:
Het boek ‘Stadskernonderzoek in Harderwijk, Bruggestraat 8-10 en Vijhestraat 30-32’ is te bestellen via de receptie van het hoofdkantoor in Weesp: receptie@raap.nl.



Van het land naar de markt.
20 jaar RAAP en de vermaatschappelijking van de Nederlandse archeologie (1985-2005)

raap 20 jaar

Auteur: Martijn Eickhoff
Uitgever: RAAP, Amsterdam, mei 2005
Aantal pagina's: 56
ISBN: 90-5372-113-4
Prijs: Euro 14,50 inclusief verzendkosten




Ter gelegenheid van haar twintigjarig bestaan heeft RAAP in 2005 het boek Van het land naar de markt. 20 jaar RAAP en de vermaatschappelijking van de Nederlandse archeologie (1985-2005) uitgegeven. Hierin beschrijft historicus Martijn Eickhoff de opkomst van de commerciële archeologie tegen de achtergrond van een veranderend archeologiebestel. De geschiedenis van RAAP is geheel vervlochten met deze periode in de Nederlandse archeologie.

ontwikkeling archeologiebestel
Het boek is meer dan een bedrijfsgeschiedenis van Nederlands oudste archeologische bedrijf. Er is ruime aandacht voor de geschiedenis van de Landesaufnahme in Nederland, de ontwikkeling van het archeologiebestel vanaf 1985 en de wijze waarop vanaf 1992 uitvoering is gegeven van het Verdrag van Malta. De organisatie van de archeologiebeoefening blijkt in 20 jaar ingrijpend gewijzigd, en de ontwikkeling van publiek naar privaat was nauwelijks te voorspellen.

RAAP directeur Marten Verbruggen overhandigde het boek tijdens het RAAP-symposium 'U, wij en zij-van-toen. Archeologie tussen publiek en privaat', op 26 mei in Amersfoort aan de directeur cultureel erfgoed van het Ministerie van OCW.


bestellen:

Het boek is te bestellen bij RAAP. Klik daarvoor op deze link.



Verborgen kastelen in zicht; archeologisch onderzoek en inrichting van kasteelterreinen


kasteelboek

Auteurs: Paul van Kempen & Caroline Hom
Uitgever: RAAP, Amsterdam november 2005
Aantal pagina's: 104 (met ruim 200 kleurenfoto's)
ISBN: 90-5372-114-2
Prijs: € 12,50 inclusief verzendkosten

Deze uitgave is inmiddels UITVERKOCHT, maar wordt mogelijk herdrukt. Als een tweede druk verschijnt, wordt dat via de website van RAAP bekend gemaakt.





Verborgen kastelen in zicht

Veel kastelen in ons land kennen een geschiedenis van belegering, herbouw, plundering, verwoesting en afbraak en zijn voorgoed verdwenen. Voor het blote oog dan, want in de bodem liggen doorgaans nog allerlei resten verborgen. Met archeologisch onderzoek zijn ze goed op te sporen. Zo heeft RAAP in de afgelopen jaren ruim 350 terreinen met een verborgen kasteel onderzocht en geadviseerd over de inrichting ervan. Daarover gaat het boek Verborgen kastelen in zicht: over archeologisch onderzoek en inrichting van kasteelterreinen.

publieksboek
Verborgen kastelen in zicht  is samengesteld ter gelegenheid van het Jaar van het Kasteel 2005 én het daarmee samenvallende 20-jarig bestaan van RAAP. Het is geschreven ter informatie en inspiratie voor een breed publiek: voor gemeenten, eigenaren en beheerders van kasteelterreinen, maar ook voor ontwerpers en iedereen met belangstelling voor kastelenonderzoek. Het is een rijk geïllustreerd publieksboek, vol voorbeelden die laten zien hoe verloren gewaande kastelen op te sporen en weer zichtbaar en genietbaar te maken zijn.

meer dan 350 kastelen
De directeur van de Nederlandse Kastelen Stichting, aan wie het eerste exemplaar in november 2005 werd aangeboden, schreef het voorwoord. Het eerste deel van het boek gaat over archeologisch onderzoek naar kastelen, het tweede deel over de inrichting van kasteelterreinen en het derde deel bevat een overzicht van de meer dan 350 onderzoeken op kasteelterreinen die RAAP in de afgelopen 20 jaar in Nederland heeft uitgevoerd. Per provincie is een voorbeeldproject gekozen om te illustreren hoe divers de aanleidingen, de gekozen onderzoeksmethoden en de uiteindelijke (inrichtings)resultaten van archeologisch onderzoek naar kastelen kunnen zijn.


bestellen:

Deze uitgave is inmiddels UITVERKOCHT, maar bij voldoende belangstelling zal een herdruk volgen. Wie hiervoor belangstelling heeft, kan dit laten weten via deze link.



Prospectief boren; een studie naar de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van booronderzoek in de prospectiearcheologie. RAAP-rapport 1000

raap-rapport 1000

Auteurs: Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, A. Borsboom & M. Verbruggen
Uitgever: RAAP, Amsterdam, mei 2004
Aantal pagina's: 120
Prijs: Euro 35,00 exclusief verzendkosten










RAAP-rapport 1000: Prospectief boren

RAAP-rapport 1000, getiteld Prospectief boren,  is een studie naar de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van booronderzoek bij het opsporen van archeologische sites in Nederland. RAAP voerde deze pilotstudy uit in het kader van het programma Technologie en Samenleving van Senter (Ministerie van Economische Zaken).

onderzoek: hoe en wat?
Meer dan 500 prospecties worden er jaarlijks in Nederland uitgevoerd. Naar verwachting zal dat aantal flink stijgen. Door het Verdrag van Malta is het adagium immers: probeer archeologische vindplaatsen op een zorgvuldige, non-destructieve manier op te sporen en te inventariseren. Iedere archeoloog die aan prospectieonderzoek doet, loopt daarbij tegen dezelfde ‘problemen’ op: wat onderzoek je, hoe, en tegen welke kosten? Het bodemarchief is namelijk zeer divers, niet overal zit alles en prospectieonderzoek is altijd selectief door de methode die je kiest.

succesvolle prospectie
Eén van de eisen die de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie aan het archeologisch vooronderzoek stelt, is dat tijdens het veldonderzoek gekozen moet worden voor een prospectiemethode waarmee de verwachte sites ook daadwerkelijk opgespoord kunnen worden. Om te kunnen bepalen welke prospectiemethode geschikt is voor het opsporen van een specifiek site-type is inzicht in de betrouwbaarheid van prospectiemethoden een eerste vereiste. Daar heeft RAAP onderzoek naar gedaan, met medewerking van de ROB en diverse universiteiten, en het resultaat staat te lezen in RAAP-rapport 1000.

Met deze studie is er eindelijk een statistische onderbouwing beschikbaar voor de keuze van de meest geschikte boorstrategie, waarmee hard te maken valt hoe betrouwbaar prospectieonderzoek is. Dat biedt uiteraard mogelijkheden om de huidige praktijk te verbeteren.


bestellen:

Het rapport is te bestellen via de receptie van het hoofdkantoor in Weesp: receptie@raap.nl.