Archeologisch onderzoek in Midlum-Zuid krijgt vervolg


Het archeologisch onderzoek dat in april en mei 2016 bij Midlum-Zuid is uitgevoerd, heeft een grote hoeveelheid vondsten en sporen opgeleverd. Hoewel de opgraving nog uitgewerkt moet worden, is de voorlopige conclusie dat het om archeologische resten vanaf de 8e t/m 12e eeuw gaat. Naast veel nederzettingsafval is ook menselijk bot gevonden. Nadere analyse van het bot zal mogelijk informatie opleveren over de rol van migratie in het vroegmiddeleeuwse Friesland.

De opgraving die vanaf 18 april ten zuidoosten van Midlum werd uitgevoerd, was nodig vanwege de aanleg van de nieuwe N31 bij Harlingen. Het tracé van de nieuwe weg raakt de flank van een middeleeuwse terp en zou de archeologische resten vernietigen. Daarom heeft Ballast Nedam voorafgaand aan de werkzaamheden voor de aanleg van de nieuwe N31 archeologisch onderzoek laten uitvoeren. De opgraving, uitgevoerd door RAAP, was een vervolg op een eerder booronderzoek en proefsleuvenonderzoek.

Vroegmiddeleeuwse resten

De opgraving leverde een grote hoeveelheid vondsten en sporen op. Er zijn sloten, paalkuilen en kuilen gevonden die verband houden met de bewoning op de terp. Op basis van een voorlopige datering van het aardewerk en de metaalvondsten dateren de sporen uit de vroege middeleeuwen (vanaf de 8e eeuw) tot met de 12e eeuw. Tot de vondsten behoren vooral veel aardewerkscherven, met name van middeleeuwse kookpotten, maar er zijn ook enkele scherven uit de IJzertijd/Romeinse tijd gevonden. Ook zijn er veel dierenbotten gevonden afkomstig van slachtafval.

Een fraaie vondst was een fluitje gemaakt uit een schapenbot. Bijzondere metaalvondsten zijn enkele middeleeuwse munten en 15 mantelspelden (fibula’s) van brons, waarvan twee waren ingelegd met een rode glaspasta.

Zeven skeletten

Bijzonder was de vondst van zeven skeletten uit de vroege middeleeuwen. Bij de skeletten zijn grafgiften gevonden, waaronder gekleurde glazen kralen, een dierentand en een spinklos. Mogelijk horen de skeletresten bij een klein grafveld waar leden van een familie begraven zijn. Het is de bedoeling dat monsters van de schedels worden genomen voor strontium- en zuurstofisotopenonderzoek. Dit isotopenonderzoek levert gegevens op over de herkomst van de aangetroffen personen. Ondanks het geringe aantal menselijke skeletresten kan het isotopenonderzoek, beter inzicht geven in de ontwikkeling van lokale gemeenschappen in de vroege middeleeuwen.

De vroege middeleeuwen was een periode van migratie, waarbij volken van buitenaf kwamen. Het onderzoek van de skeletresten uit Midlum kan duidelijk maken of de overledenen van elders kwamen of tot een lokale groep horen, en of er sprake is van onderlinge verwantschap. Door een eerder uitgevoerd isotopenonderzoek voor een vroegmiddeleeuwse grafveld in Oosterbeintum zijn de resultaten van het onderzoek in Midlum-Zuid bovendien ook in een bredere context te plaatsen. Het kan meer licht werpen op de rol van migratie in het vroegmiddeleeuwse Frisia.


Timelapse

Het filmpje hieronder geeft een goede impressie van de werkzaamheden op de opgraving.



Zie ook website: Harlingenboeit

MEER WETEN


Janneke Hielkema, projectleider RAAP:
T 0512-589140 en E j.hielkema@raap.nl.