|
||||||||||||||
|
Archeotechnische advisering |
|
||||||||||||
WAT: VOOR WIE: ‘ Het uitgangspunt bij archeo-technische advisering is de gedachte dat archeologische resten onderdeel zijn van de bodem en dat gebruikelijke geotechnische berekeningen - over funderingen, ophoging, grondverplaatsing en dergelijke - goed te gebruiken zijn om te voorspellen wat er met archeologische resten gebeurt als er bodemingrepen plaatsvinden. Aan de hand van de berekende effecten kan RAAP aangeven of een bepaald plan haalbaar is. In bepaalde gevallen kunnen we ook ontwerpeisen formuleren waaraan de geplande bodemingrepen moeten voldoen om het behoud van archeologische vindplaatsen te bewerkstelligen. Bepalend voor de randvoorwaarden voor fysieke bescherming zijn onder meer de bodemomstandigheden, het karakter van de vindplaats en de voorgenomen bodemingreep. Archeologisch veld- en bureauonderzoek kan worden uitgevoerd om voorwaarden te kunnen stellen aan het beplantingsplan, de hoogte van de grondwaterstand of de diepte van ontgravingen. Andere randvoorwaarden en ontwerpeisen zijn pas te formuleren na geotechnisch onderzoek en vereisen een nauwe samenwerking tussen een gespecialiseerd archeoloog en een geotechnisch adviesbureau. Denk hierbij aan het berekenen van het effect van heipalen, afdekking met zand of fundering op staal op een vindplaats.
|
||||||||||||||