|
||||||||||||||
|
Inventariserend veldonderzoek (IVO) |
|
||||||||||||
tijdens een inventariserend veldonderzoek (IVO) wordt de archeologische verwachting - die eerder bepaald is via bureauonderzoek - in het veld getoetst door middel van bodemonderzoek. WANNEER: VOOR WIE: Uit een bureauonderzoek blijkt of er archeologische resten in de bodem zitten of te verwachten zijn. Maar om erachter te komen wat er precies zit en waar, en hoe waardevol het is, moeten we het veld in. Het kan nodig zijn de inventarisatie op te knippen in een verkennende fase (kan het er zitten?), een karterende fase (zit het er?) en een waarderende fase (wat is de kwaliteit ervan?). Als het landschap al voldoende in detail bekend is, slaan we de verkenning over. Tijdens de kartering wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en vondstlagen. Aansluitend kan voor de waardering het aantal waarnemingen per hectare verdicht worden om de aard, datering, omvang, diepteligging en kwaliteit van de archeologische resten vast te stellen. Afhankelijk van de omstandigheden bepalen we de meest geschikte onderzoeksmethode (of combinatie van methoden): oppervlaktekartering, booronderzoek, geofysisch onderzoek, sonderingen of proefsleuven. Elk met voor- en nadelen, elk met verschillende kosten. Het veldonderzoek levert een waardestelling van de vindplaats op. Op grond hiervan beslist de bevoegde overheid wat er met de vindplaats gebeurt: beschermen, vrijgeven, opgraven of archeologisch begeleiden. MEER WETEN? |
||||||||||||||