Header image



Archeologisch Adviesbureau
  
 
 
  wit   wit  
 

Monitoring

 

 

 

Bij monitoring van archeologische vindplaatsen gaat het om de registratie en kwantificatie van hun eventuele aantasting, door op vaste tijdstippen en op vaste locaties in het veld metingen te verrichten.

Degradatie meten
Monitoren vormt een van de instrumenten voor de fysieke bescherming van het archeologisch erfgoed, en is onder meer interessant voor terreinbeheerders. Het is specifiek gericht op het bestuderen van (natuurlijke- en antropogene) degradatieprocessen die op archeologische vindplaatsen kunnen plaatsvinden. Onder monitoring wordt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie verstaan: het meten van de fysieke conditie van een monument op bepaalde vooraf vastgestelde aspecten, met daartoe geëigende middelen en gedurende een afgesproken periode, met als doel inzicht te verwerven in de effectiviteit van de getroffen maatregelen.

Beheer en behoud
Het belang van monitoringonderzoek ligt vooral in de behoud- en beheersfeer. Er komen gekwantificeerde gegevens beschikbaar en op basis daarvan is te bepalen welke beschermings- en beheermaatregelen voor archeologische vindplaatsen genomen moeten worden én of dat wel nodig is. Want waarom een vindplaats behouden als de - natuurlijke of antropogene - degradatieprocessen niet te stoppen zijn en de vindplaats binnen een aantal jaren zal verdwijnen?

Nul-situatie
Van belang bij monitoring is het vaststellen van de nul-situatie: het moment direct voor of na het moment waarop een bepaalde bodemingreep plaatsvindt. Hiervoor wordt in eerste instantie de kwaliteit van de aanwezige, representatieve archeologische waarden bepaald. Door vervolgens regelmatig metingen te doen van bijvoorbeeld de hoogteligging, grondwaterstand (oxidatiediepten, relatie tot neerslaggegevens) en de kwaliteit en concentratie van pollen en plantaardige macroresten (bladeren, zaden), is het mogelijk sluipende degradatieprocessen te kwantificeren. Met de regelmatige analyse van slijpplaten van specifieke bodemtrajecten (micromorfologisch onderzoek) en door wormentelling is de mate van bioturbatie vast te stellen. Alle genoemde factoren kunnen aanwijzingen opleveren over de fysieke conditie en aantasting van archeologische resten in de bodem.

Meer weten?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van onze regionale vestigingen of met het hoofdkantoor >>contactgegevens

 
rood terug