
Voor de fysieke bescherming van archeologische monumenten worden inrichtings- en beheerplannen opgesteld. RAAP kan daarbij adviseren over de specifieke randvoorwaarden en maatregelen die ter bescherming getroffen kunnen worden.
Inrichtings- en beheermaatregelen vormen instrumenten voor de fysieke bescherming van archeologische vindplaatsen. Het doel ervan is het behoud van de vindplaatsen. In een inrichtingsplan kunnen eenmalig te treffen beschermingsmaatregelen aangegeven worden, die nodig zijn om (verdere) aantasting te voorkomen en om het archeologische monument eventueel beter zichtbaar en toegankelijk te maken. In een beheerplan staan regelmatig te treffen maatregelen, die ervoor moeten zorgen dat archeologische vindplaatsen die in een goede staat verkeren dat ook blijven. Beheer kan bestaan uit schouwen, onderhoud en eventueel monitoren.
Ter bescherming van archeologische vindplaatsen zijn verschillende maatregelen te nemen en randvoorwaarden aan te geven. Denk aan maatregelen als ophoging van het maaiveld, alternatieve vormen van bebouwing en inrichting van een terrein met waardevolle archeologische resten in de bodem als groenvoorziening. Specifieke randvoorwaarden voor het behoud van archeologische resten in de bodem zijn bijvoorbeeld het aangeven van de maximale diepte van bodemingrepen, het type heipalen dat het beste gebruikt kan worden en de diverse mogelijkheden voor afdekking van een vindplaats. RAAP kan u hierover adviseren.
Neem contact op met een van onze vestigingen >>contactgegevens
|