ook archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog dienen volgens de archeologische regelen der kunst onderzocht te worden: inventarisatie, vragen over behoud en beheer of het opgraven van dergelijke resten vereisen een speciale aanpak.
als de bevoegde overheid (vaak de gemeente) bij een ruimtelijke ontwikkeling aangeeft dat resten uit
WO II aanwezig zouden kunnen zijn en dat onderzoek hiernaar nodig is.
‘
alle initiatiefnemers van bodemverstorende ingrepen, of het nu overheden of particulieren zijn.
Archeologisch onderzoek naar resten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog vindt nog amper plaats in Nederland en vraagt om een aanpak op maat. Verschillende aspecten maken dergelijk onderzoek tot een specialistische discipline. Resten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog komen - vaak in combinatie - boven- en ondergronds voor, ze vragen om een integraal cultuurhistorische aanpak, er zijn talloze historische bronnen beschikbaar en er zijn diverse praktische problemen te overwinnen bij het veldonderzoek. Denk daarbij in de eerste plaats aan de aanwezigheid van mogelijke explosieven, maar ook aan oorlogsslachtoffers en de hieraan gekoppelde regelgeving in Europa en Nederland.
RAAP is met dit soort onderzoek voorloper, mede door pionierswerk op de Grebbeberg. Wij zijn bekend met de diverse regelgevingen en beschikken over een netwerk van specialisten. Daarnaast zijn onze werknemers in het bezit van het certificaat ‘Basiskennis opsporen conventionele explosieven’, een absolute voorwaarde voor veilig onderzoek.
Voor meer informatie kunt u terecht bij de onderstaande contactpersonen in onze regionale vestigingen
of bij het hoofdkantoor >> contactgegevens
RAAP regio West: Ivar Schute, T 071-5768118
|