|
WOII Archeologie
Er is een groeiende belangstelling te bespeuren voor resten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Archeologisch onderzoek naar dit oorlogserfgoed staat echter nog in de kinderschoenen en vindt vrij zelden plaats in Nederland. Verschillende aspecten maken dergelijk onderzoek tot een specialistische discipline. Resten en sporen uit WO II komen boven- en ondergronds voor en vragen om een integraal cultuurhistorische aanpak. Er zijn talloze historische bronnen beschikbaar en er zijn diverse praktische problemen te overwinnen bij het veldonderzoek. Denk aan de aanwezigheid van mogelijke explosieven, maar ook aan oorlogsslachtoffers en de hieraan gekoppelde regelgeving in Europa en Nederland.
RAAP is met Archeologisch onderzoek naar resten uit WO II voorloper - mede door pionierswerk op de Grebbeberg - en heeft inmiddels diverse opgravingen en begeleidingen uitgevoerd:
In december 2011 heeft RAAP de eerste fase uitgevoerd van een archeologisch onderzoek op het terrein van kamp Westerbork. Het onderzoek in opdracht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork, richtte zich op twee locaties: in en om de villa van de kampcommandant bij de ingang van het voormalig kampterrein, en op de vuilstortplaats ten noorden van het kampterrein. Aanleiding voor het onderzoek in Hooghalen vormen de herinrichtingswerkzaamheden om tot een betere herkenning en markering van het kampterrein te komen. Als het onderzoek is afgerond, zal de houten villa gerestaureerd en geconserveerd worden. In januari 2012 is RAAP met de uitwerking van het onderzoek gestart. Een groot aantal voorwerpen wordt nu door specialisten nader onderzocht. Naar verwachting zullen de archeologen tegen de zomer een goed overzicht hebben van alle vondsten en hun betekenis.
Op 5 december 2011 startte het archeologisch onderzoek in en rond de villa waarin SS-commandant Albert Gemmeker van 1942 tot 1945 heeft gewoond.
Veel mediabelangstelling tijdens het archeologisch onderzoek.
Archeologen aan het werk in een van de opgravingsputten in de tuin van de villa.
Ten zuiden van de villa is met een graafmachine een lange put opengetrokken.
De bodem rond de trap van de ingang van de villa is minutieus onderzocht op vondsten die er ooit verloren of achtergelaten zijn.
Onderzoek met de metaaldetector leverde veel vondsten op.
De keuken van de villa van de kampcommandant waar bouwbiografisch onderzoek is uitgevoerd.
Van de kruipruimte tot de zolder is in de villa gezocht naar gebruikssporen van de voormalige bewoners.
In de woning bleken nog allerlei sporen aanwezig die het levensverhaal van de voormalige bewoners belichten.
Gebruikssporen van de bewoners van de villa zijn systematisch geïnventariseerd.
De voormalige vuilstortplaats van kamp Westerbork: hiervan was niet bekend hoe groot deze precies is en of de vuilstort ook na de oorlog is gebruikt.
Op de vuilstortplaats is gezocht naar materiaal uit de tijd dat er mensen in kamp Westerbork verbleven (1939-1971).
De drie aangelegde opgravingsputten op de vuilstortplaats leverden een constante stroom aan materialen op: enorm veel glas, aardewerkscherven en brokjes metaal.
Het schoonspoelen van de vondsten.
Na afloop van de opgraving kon het publiek de schoongemaakte vondsten bekijken in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.
Enkele van de duizenden gevonden voorwerpen.
RAAP projectleider Ivar Schute in gesprek met bezoekers over de mogelijke herkomst van de voorwerpen.
In kamp Westerbork hebben tussen 1942-1945 meer dan honderdduizend Joden, verzetsstrijders en een kleine groep Roma en Sinti gevangen gezeten. Bijna allemaal zijn ze naar de vernietigingskampen in het Oosten getransporteerd en vermoord.
Foto's: met dank aan Mauro Smit.
Op 5 december is RAAP gestart met archeologisch onderzoek op het terrein van kamp Westerbork. Het onderzoek in opdracht van Herinneringscentrum Kamp Westerbork richt zich op twee locaties: in en om de villa van de kampcommandant en op de vuilstortplaats ten noorden van het kampterrein. Archeologisch onderzoek op kampterreinen uit de Tweede Wereldoorlog op deze schaal is nieuw voor Nederland.
Aanleiding voor het onderzoek in Westerbork vormen de herinrichting rond de villa van de kampcommandant en de plannen om tot een betere herkenning en markering van het kampterrein te komen. Het Herinneringscentrum wil daarvoor laten onderzoeken of er nog belangwekkende voorwerpen in de grond van het voormalige kampterrein te vinden zijn.
Rond de villa worden enkele kleinere opgravingsputten aangelegd om sporen en resten van de inrichting van de tuin in kaart te brengen. De archeologen verwachten hierbij voorwerpen te vinden die er door Albert Gemmeker, de SS-commandant die van 1942 tot 1945 in de villa woonde, of door zijn Joods ‘personeel’ zijn achtergelaten. In de woning zelf wordt bouwbiografisch onderzoek verricht, waarbij systematisch gebruikssporen van de diverse bewoners worden geïnventariseerd. Juist in kruipruimtes, kieren en gaten is materiaal te vinden dat het levensverhaal van de bewoners van het pand op een bijzondere manier belicht. Na het onderzoek zal de houten villa gerestaureerd en geconserveerd worden.
Daarnaast wordt de vuilstortplaats in kaart gebracht en een klein deel van het stortmateriaal geborgen. Hiermee hopen de archeologen inzicht te krijgen in de wetenschappelijke, emotionele en symbolische waarde van het materiaal. Bovendien kan zo worden bepaald wat er verder met de stortplaats gaat gebeuren.
In kamp Westerbork hebben tussen 1942-1945 meer dan honderdduizend Joden en een kleine groep Roma en Sinti gevangen gezeten. Bijna allemaal zijn ze naar de vernietigingskampen in het Oosten getransporteerd en vermoord. Na de bevrijding werd het tot 1949 een interneringskamp voor NSB-ers en van collaboratie verdachte personen. Daarna hebben twintig jaar lang enkele duizenden Molukkers de barakken bewoond, tot begin jaren zeventig het kamp werd afgebroken.
Geïnteresseerden kunnen het archeologisch onderzoek van dichtbij bekijken tijdens speciale rondleidingen. Voor meer informatie: www.kampwesterbork.nl

Op vrijdag 25 november jl heeft de herdenking plaatsgevonden van de vliegtuigcrash die in de Tweede Wereldoorlog plaats had in het Boschbad in Apeldoorn. Na afloop van de plechtigheid vond de officiële overhandiging plaats van het rapport over het archeologisch onderzoek bij de vliegtuigberging op deze locatie.
Op 26 november 1944 stortte een Amerikaanse B-17 bommenwerper neer op het terrein van het Boschbad, voorheen het Kristalbad in Apeldoorn. Het vliegtuig bijgenaamd de Little Guy was op de terugweg van een bombardementsmissie op Osnabrück in Duitsland. Tijdens deze missie waren achtereenvolgens drie van de vier motoren van het toestel uitgevallen, waardoor het vliegtuig uiteindelijk crashte. De piloot kwam hierbij om het leven, de overige bemanningsleden konden het toestel op tijd verlaten. Jaarlijks wordt de crash in Apeldoorn herdacht.
De presentatie van het rapport vond plaats een jaar na het archeologisch onderzoek dat RAAP in opdracht van de gemeente Apeldoorn heeft uitgevoerd bij de berging van de vliegtuigwrakresten door het Vliegtuigbergingsteam van de Koninklijke Luchtmacht. Doel van het onderzoek was onder meer het verkrijgen van nadere informatie over het toestel en de toedracht van de crash. Het onderzoek wijst uit dat de laatste momenten van de vlucht van de B-17 anders zijn verlopen dan tot nu toe werd gedacht. Het is pas de derde keer in Nederland dat dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd.
Loco-burgemeester Rob Metz kreeg het rapport overhandigd door RAAP projectleider Ruurd Kok, in het bijzijn van gemeentelijk archeoloog Masja Parlevliet en leerlingen van OBS Berg en Bos. Ook diverse ooggetuigen die de crash in 1944 hebben gezien, woonden de herdenking bij. Vandaag de dag heeft deze gebeurtenis nog steeds een emotionele lading.
Het rapport ‘De crash van de Little Guy; archeologische begeleiding van de berging van vliegtuigwrakresten van een B-17 bij het Kristalbad te Apeldoorn’ ( RAAP-rapport 2465) is te bestellen via receptie@raap.nl of telefonisch 0294-491500. De kosten bedragen € 17,50 exclusief verzending.
Download Samenvatting (PDF)>>
Download Summary (PDF)>>
RAAP-onderzoekers WO II archeologie winnen SIKBeker 2011
De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsnorm Bodembeheer heeft het pionierende onderzoek van RAAP naar het erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog beloond met de jaarlijkse SIKBeker Archeologie.
Archeologisch onderzoek naar sporen en resten uit de Tweede Wereldoorlog begint in Nederland vanzelfsprekend te worden. Het team van RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft de discussie hierover vorm gegeven en door diverse onderzoeken de meerwaarde hiervan aangetoond. Volgens de SIKB is het RAAP in de afgelopen jaren overtuigend het meest grensverleggend bezig geweest met haar onderzoek naar sporen en resten uit de Tweede Wereldoorlog.
Uit het juryrapport: “Ze zijn op dit terrein pure pioniers die bij hun werk en missie op tal van vlakken letterlijk tegen grenzen aanlopen, zowel juridische, beleidsmatige, wetenschappelijke als praktische grenzen. Die grenzen weerhouden hen echter niet. Integendeel. Ze gaan bewust discussies aan, met collega’s uit het archeologische veld en met de directe collega’s, maar ook met bestuurders, met het publiek en met andere belanghebbenden en betrokkenen, zoals de EOD, de vliegtuigwrakkendienst, etc. Dat doen ze niet alleen om de grenzen te bediscussiëren, maar om ze zo mogelijk tot het uiterste op te rekken of open te krijgen.”
RAAP voerde in Amersfoort het eerste archeologisch onderzoek in een concentratiekamp in Nederland uit. Daarnaast deed RAAP gebiedsinventarisaties van WOII-sporen op de Grebbeberg en op het terrein van Duitse luchtafweerstelling bij Arnhem, en begeleidden de archeologen een vliegtuigberging bij Apeldoorn.
Om het hoofd te bieden aan alle praktische problemen die bij WO II onderzoek aan de orde zijn, zoals explosieven, stoffelijke resten en waarderingssystematiek, zochten de onderzoekers samenwerking met diverse deskundigen. De jury roemde niet alleen de creatieve wijze waarop het WO II team van RAAP met dergelijk complex onderzoek omgaat, maar ook haar kwetsbare opstelling en het interdisciplinaire karakter van het onderzoek.
De winnaar van de SIKBeker voor de ‘Meest succesvolle grenzenverlegger in de archeologie’ werd bekend gemaakt tijdens het jaarcongres van de SIKB op 22 september in Den Bosch. De andere genomineerden waren het team Valkenburg uit Limburg en Ria Berkvens van Samenwerkingsverband Regio Eindhoven Milieudienst.
Download persbericht (PDF)
Download juryrapport (PDF)
Download voordracht (PDF)

De jury voor de SIKBekers 2011 heeft uit een groot aantal aanmeldingen enkele kandidaten genomineerd voor de SIKBekers 2011. Tijdens het SIKB-congres op 22 september 2011 worden de bekers uitgereikt. Voor de SIKBeker bestemd voor de Meest Succesvolle Grenzenverleggers binnen bodembeheer & bodembescherming en archeologie zijn drie teams/personen genomineerd.
Het RAAP-team dat archeologisch onderzoek uitvoert naar resten van de Tweede wereldoorlog is een van deze drie genomineerden. RAAP doet veel onderzoek naar oorlogserfgoed en ontwikkelde een nieuwe methode voor de waardering van dit erfgoed. De essentie van deze methode is dat een relatie wordt gelegd tussen de aangetroffen en te waarderen sporen en de betekenissen die aan een plek worden gegeven.
Medio augustus 2010 zijn de voordrachten beoordeeld door de jury, en zijn aansluitend 4 personen/teams genomineerd voor Bodembeheer & Bodembescherming en 3 teams/personen voor Archeologie. Naast RAAP zijn genomineerd: team Valkenburg (Valkenburg) en Ria Berkvens (SRE, Eindhoven). Kijk voor meer informatie op: www.sikb.nl
Op zaterdag 17 september zal RAAP-medewerker Laurens Flokstra in de radiouitzending bij de TROS-nieuwsshow vertellen over archeologisch onderzoek dat hij uitvoert naar resten uit de Tweede Wereldoorlog. De uizending is te horen op radio 1 van 9.30 tot 11.00 uur
RAAP en Vrije Universiteit zijn gestart met Odyssee-project ‘Begraven Oorlogsverleden’
Foto Nico Arts
Het Odyssee-project ‘Begraven Oorlogsverleden’ omvat een inventarisatie en analyse van de bij archeologische opgravingen aangetroffen sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog, een specifiek categorie archeologisch erfgoed en een tot nu toe ondergewaardeerde informatiebron.
Hoewel het oorlogserfgoed in Nederland zich kan verheugen in een groeiende maatschappelijke en wetenschappelijke belangstelling, zijn voor het onderzoek en beheer ervan nog geen archeologische programma’s en beleid ontwikkeld. De Nederlandse archeologie heeft daardoor een grote achterstand opgelopen op het terrein van het academisch onderzoek, de instandhouding en het beheer van het oorlogserfgoed. Zeker in vergelijking met landen als Duitsland, België, Frankrijk en Engeland, waar de battlefield archaeology een grote vlucht heeft genomen.
Individuele Nederlandse archeologen hebben echter wel degelijk oog gehad voor sporen en vondsten uit de WO II die zich in hun opgravingsputten aandienden, variërend van incidentele ontdekkingen van menselijke resten tot de opgraving van samenhangende en grootschalige relicten van defensieve stellingen.
In ‘Begraven Oorlogsverleden’ wordt een begin gemaakt met de systematische ontsluiting van deze sporen, vondsten en gegevens. De nadruk ligt op het bepalen van de aard, omvang en kwaliteit van het archeologisch erfgoed van de oorlog, en op de wetenschappelijke informatiewaarde en het bredere cultuurhistorische belang van dat erfgoed. Het project signaleert daarmee het belang van onderzoek op het raakvlak van archeologie, de collectieve herinnering en public history.
Eerste stap in het project is het uitvoeren van een inventarisatie door te bepalen wat er bij gemeenten, provincies en bedrijven geregistreerd is aan onderzoek waarbij vondsten en/of sporen uit de Tweede Wereldoorlog zijn aangetroffen. Daarvoor zijn de onderstaande vragenlijsten verzonden:
Mocht u geen vragenlijst hebben ontvangen en wel relevante gegevens hebben, dan verzoeken wij u vriendelijk een van de lijsten in te vullen. Ingevulde formulieren kunnen verzonden worden naar: begravenoorlogsverleden@raap.nl
Het project ‘Begraven Oorlogsverleden’ is een samenwerkingsverband tussen de Vrije Universiteit te Amsterdam en RAAP Archeologisch Adviesbureau te Leiden. Zie voor meer informatie: http://www.erfgoednederland.nl/odyssee/projecten/32.-begraven-oorlogsverleden/item10666
Contactpersoon vanuit RAAP: Ruurd Kok, r.kok@raap.nl
Labyrint Radio wijdt zondag 1 mei 2011een hele uitzending aan de archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Enkele specialisten op het gebied van deze bijzondere tak van archeologie zijn te gast, onder wie Ruurd Kok, archeoloog en teamleider bij RAAP archeologisch Adviesbureau en Dirk Mulder, directeur van herinneringencentrum Kamp Westerbork. Tevens zijn reportages te horen van de opgravingen in Sachsenhausen en in Kamp Amersfoort, die RAAP in 2010 en in maart van dit jaar uitvoerde.
De live uitzending van Labyrint Radio is te beluisteren op zondag 1 mei tussen 20.00 en 21.00 op radio 1. Zie ook http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/44659192/
De uitzending is via deze link terug te luisteren
Op maandag 18 april 2011 houdt Ir. Jobbe Wijnen, specialist Tweede Wereldoorlog archeologie bij RAAP Archeologisch Adviesbureau, een lezing bij de historische vereniging Oud-Wageningen over ‘Sporen van de oorlog’. In zijn lezing zoomt hij onder meer in op het Wagenings grondgebied met een focus op ‘de Weerstandsbiedende Voorposten van de Grebbelinie. De lezingen worden gehouden voor leden en andere belangstellenden.
Het adres:
DE VREDEHORST, Tarthorst 1, 6708 HG Wageningen.
Aanvang 20.00 uur
Meer informatie: www.oudwageningen.nl/activiteiten/lezingen
Op zondag 10 april 2011 organiseert Brabants Heem samen met de Archeologische Sectie van het Noordbrabants Genootschap de archeologische voorjaarsstudiedag “Onderzoek van de Tweede Wereldoorlog” Raakvlak van herinnering, historie én archeologie? De studiedag vindt plaats op Kamp Vught, een bijzondere locatie die aansluit bij het thema.
Tot de sprekers behoren onder andere Ruurd Kok en Ivar Schute die beide werkzaam zijn bij RAAP Archeologisch Adviesbureau en inmiddesl veel ervaring hebben met archeologisch onderzoek naar archeologische resten van de Tweede Wereldoorlog. De lezing van Ruurd Kok is getiteld: Houdt het dan nooit op? Belang en betekenis van de Archeologie van de Tweede Wereldoorlog. Ivar Schute zal spreken over de opgraving in het voormalige Kamp Amersfoort. RAAP heeft daar in 2010 met een vervolg in 2011 onderzoek uitgevoerd.
Voor meer informatie over deze studiedag en het volledige programma: http://www.brabantsheem.nl/0309-archeologische-studiedag-2.html
3 april bij BrabantLeeft!
Voorafgaand aan de studiedag zal Ruurd Kok op zondag 3 april over de archeologie van de Tweede Wereldoorlog spreken in het radioprogramma BrabantLeeft!' van Omroep Brabant (tussen 12.00 en 14.00 uur). Zie www.brabantleeft.nl
Persbericht
19 mei 2011
Bij archeologisch onderzoek op de Grebbeberg in Rhenen zijn de resten gevonden van een goed bewaard gebleven Duitse verdedigingslinie uit de Tweede Wereldoorlog. De ontdekking van deze verdedigingslinie, die in bronnen geheel onvermeld blijkt, is onlangs gedaan door RAAP Archeologisch Adviesbureau en is vanochtend bekend gemaakt.
De oorlogssporen op de Grebbeberg zijn bij recent archeologisch onderzoek door RAAP voor het eerst systematisch in kaart gebracht. Tussen 11 en 13 mei 1940 was deze plaats het toneel van de ‘Slag om de Grebbeberg’. Dit is zonder meer Nederlands grootste en meest bekende veldslag uit de meidagen van 1940. Behalve de locatie van Nederlands bekendste slagveld, is de Grebbeberg ook de plek van de eerste militaire begraafplaats en van een van de eerste Nationale Monumenten van ons land. Sporen van de Nederlandse loopgraven en commandoposten zijn met enige moeite nog steeds in het terrein terug te vinden.
Tijdens het onderzoek zijn over een lengte van honderden meters de opmerkelijk goed zichtbare resten aangetroffen van een loopgraaf, compleet met geschutsstelling en mitrailleurnesten. Bestudering van luchtfoto's uit de oorlog wijst uit, dat deze loopgraaf moet zijn aangelegd tussen december 1944 en april 1945. Dit is de periode waarin Duitse troepen een verdedigingslinie hebben ingericht op de noordelijke Rijnoever. Deze Duitse verdedigingslinie blijft als zodanig volledig onvermeld in publicaties over de Grebbeberg in de oorlog. De Duitse oorsprong vormt hiervoor de verklaring. Hierdoor blijft echter ook het verhaal onverteld van de vele Nederlandse mannen die als dwangarbeider hebben moeten werken aan de aanleg van deze stellingen. Hierbij zijn ook gewonden gevallen door geallieerde beschietingen van deze Duitse verdedigingswerken.
Op basis van hun bevindingen op de Grebbeberg doen de archeologen van RAAP een voorstel voor de omgang met dergelijke sporen uit de oorlog, die recht doet aan de verschillende betekenissen die vandaag de dag nog worden toegekend aan plekken met een oorlogsgeschiedenis. Opmerkelijk genoeg ontbreekt het tot nu toe aan een integrale visie op de omgang met oorlogserfgoed in Nederland. Het RAAP-onderzoek geeft hiertoe een aanzet. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door subsidie van de provincie Utrecht.
Het onderzoeksrapport Waardering van oorlogserfgoed, Een inventarisatie en waardering van sporen uit de Tweede Wereldoorlog op de Grebbeberg en Laarsenberg te Rhenen (provincie Utrecht) is op donderdag 19 mei 2011 in Rhenen officieel gepresenteerd. De eerste exemplaren zijn uitgereikt door drs. Marten Verbruggen, directeur RAAP, aan drs. Marco Glastra, directeur-rentmeester Stichting Het Utrechts Landschap, en aan Hans Brons, bestuurslid van Stichting De Greb.

Geïnteresseerden kunnen het rapport 'Waardering van oorlogserfgoed' bestellen via: receptie@raap.nl of telefoon 02294-491500. De kosten bedragen € 25,00 (inclusief verzendkosten).
>> Download het persbericht
>> Download een samenvatting van het rapport
>> Download het complete RAAP-rapport: Archeologisch onderzoek naar de koepelkazematten G16 en G18 op de Grebbeberg
Foto's van aangetroffen oorlogssporen op de Grebbeberg:
Het op 6 juni 1941 ingewijde gedenkteken van het 8ste Regiment Infanterie met de namen van de 208 gesneuvelden van dit regiment.
De Grebbeberg zoals veel mensen hem kennen, gezien vanaf de brug over de Nederrijn in de N233 bij Rhenen.
Betonresten van de gietstalenkoepelkazemat G5 aan de oostelijke rand van de Grebbeberg.
Een rechthoekige omwalde structuur is mogelijk het restant van een groepsschuilplaats, kijkend naar het noordoosten.
De begroeide laagte links van het bospad is de plaats waar een stuk 6 Veld geschut stond opgesteld in de meidagen, de beuk links toont oorlogsschade; kijkend naar het westen.
Niet dichtgegooid kuiltje van een metaaldetectorzoeker.
Een loopgraaf die vanaf de buitenste gracht van de middeleeuwse walburg (voorgrond) naar het mitrailleurnest (achtergrond) loopt, wordt door schaduwwerking zichtbaar.
Een oudere greppelstructuur die is benut bij de aanleg van de Duitse verdedigingslinie door een van de greppels dieper uit te graven.
Duidelijk herkenbare loopgraaf, onderdeel van Duitse verdedigingslinie.
Een komvormige kuil is het restant van een mitrailleurnest, onderdeel van de Duitse verdedigingslinie'.
Splitsing van de loopgraaf (links) met een aftakking naar een grote omwalde kuil (midden, rechts), waarschijnlijk een geschutstelling.
PERSBERICHT
21 maart 2011
)
In november 2010 zijn voor het eerst archeologische werkzaamheden in concentratiekamp Amersfoort uitgevoerd. Deze zullen komende week voortgezet en afgerond worden. Het is voor de eerste maal in Nederland dat archeologen in een concentratiekamp hebben opgegraven. De Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort en de provincie Utrecht hebben RAAP Archeologisch Adviesbureau ingehuurd om nader onderzoek te doen naar het uitbreidingsgebied van het Nationaal Monument. Hierbinnen liggen loopgraven en stellingen waarvan de functie en datering onduidelijk was.
Het archeologisch onderzoek heeft op deze vragen deels antwoord kunnen geven. In november vorig jaar werd een opvallende ontdekking gedaan. In een van de stellingen werd een betonnen bodemplaat aangetroffen, waarschijnlijk voor licht luchtafweergeschut. In het kamp heeft naar alle waarschijnlijkheid een klein complex gelegen dat door de Waffen SS werd gebruikt voor de beveiliging van kamp Amsvorde, maar dat waarschijnlijk ook voor trainingsdoeleinden werd gebruikt. In Kamp Amsvorde, dat deel uitmaakte van het concentratiekamp, werden SS-troepen opgeleid. Het graafwerk heeft licht geworpen op de constructie van de loopgraaf: deze was voorzien van houten wanden die met houten palen werden geschraagd. De sporen hiervan zijn in het zand teruggevonden. Het hout lijkt hergebruikt te zijn, waarschijnlijk kort na de oorlog.
Het concentratiekamp Amersfoort is door de Duitsers opgericht op de plek waar tijdens de mobilisatie door de Nederlanders twee kampen werden gebouwd, waaronder Amsvorde. Voor de theorie dat de loopgraven al in 1939 of 1940 door de Nederlanders gegraven kunnen zijn, werd geen archeologisch bewijs aangetroffen.
Op donderdag en vrijdag 24 en 25 maart 2011 zal de stelling voor het luchtafweergeschut verder worden onderzocht.

De loopgraaf wordt blootgelegd.
Informatie en contact:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
Ivar Schute
Le Pooleweg 5, 2314XT Leiden
071-5768118 / 06-30430558
i.schute@raap.nl
>> Downloaden van persbericht (PDF)
Van 1 t/m 4 november as. wordt in concentratiekamp Amersfoort een kleine archeologische opgraving uitgevoerd. Het is voor de eerste maal in Nederland dat archeologen in een concentratiekamp gaan opgraven. De graafwerkzaamheden lopen vooruit op de voltooiing van de inrichting van het Nationaal Monument. In 1943 is door de gevangenen met de hand een schietbaan gegraven van bijna 350 meter lengte en maximaal 8 meter diepte. Deze schietbaan is gebruikt als fusilladeplaats en heeft de status van Nationaal Monument, een plek om te gedenken en te herinneren. Een zone eromheen wordt nu ingericht ten behoeve van educatieve doeleinden.
De Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau ingehuurd om nader onderzoek te doen naar dit uitbreidingsgebied. Hierbinnen liggen na de oorlog geruimde massagraven, maar ook loopgraven en stellingen. Een bureaustudie maakte duidelijk dat deze loopgraven en stellingen waarschijnlijk door de Duitse bewakers zijn gebruikt als oefenterrein. Het concentratiekamp Amersfoort is door de Duitsers opgericht op de plek waar tijdens de mobilisatie door de Nederlanders twe e kampen werden gebouwd. De loopgraven zouden in 1939 en 1940 al door de Nederlanders gegraven kunnen zijn, eveneens om er te oefenen. Het archeologisch onderzoek moet duidelijk maken of dit het geval was.

Nog zichtbare loopgraaf ten zuiden van de schietbaan in concentratiekamp Amersfoort.
Op woensdag 3 november om 11.00 is er gelegenheid voor de pers om de opgraving te bezichtigen.
Download PERSBERICHT
Informatie en contact:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
Ivar Schute
Le Pooleweg 5, 2314XT Leiden
071-5768118 / 06-30430558
i.schute@raap.nl / www.raap.nl
Projecten en publicaties
Rapport: Archeologisch onderzoek naar de koepelkazematten G16 en G18 op de Grebbeberg | >> Download |
Rapport: Archeologisch onderzoek in Kamp Amersfoort | Bestel | >> Download
Rapport: Waarderingssysteem oorlogserfgoed | Bestel |
Vragen over uw WO II vondst?
RAAP stelt het op prijs als u informatie over (toevals)vondsten en vindplaatsen uit de Tweede Wereldoorlog met ons wilt delen. Zo kunnen wij meer inzicht krijgen in wat er in de bodem wordt aangetroffen en bijdragen aan de ontsluiting van dit oorlogserfgoed. Zoals uit het bijgaande voorbeeld mag blijken, kan achter elke vondst een bijzonder verhaal schuilen.
Vragen over uw WO II vondst? Meldt het ons!
Toen er bij RAAP een pistool op het bureau kwam te liggen, was dat intern het begin van een stevige discussie. Want wat nu te doen met deze vondst uit de Tweede Wereldoorlog? Is deze toevalsvondst eigenlijk wel archeologie? Wat straalt RAAP als archeologische adviesbureau uit met het tonen van een pistool op de website? Voegt deze vondst wat toe, of niet? Dit zijn maar een paar van de vele ethische vragen die om antwoord vragen nu archeologische sporen en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog meer en meer aan het licht komen. Niet alleen bij RAAP, maar landelijk is er een groeiende maatschappelijke en wetenschappelijke belangstelling te bespeuren voor het oorlogserfgoed. Archeologen krijgen te maken met nieuwe methodieken en problemen aangaande veilig werken, deponeren en ethische kaders. Voegt een vondst als deze iets toe? RAAP denkt van wel, want ook achter deze vondst zit een historisch verhaal dat het waard kan zijn verteld en bewaard te worden.

“Het kost een paar dagen voorzichtig poetsen, maar dan blijkt onder zo’n klomp roest uit de oorlog ineens een heel verhaal te zitten.”
Jobbe Wijnen, RAAP specialist WO II archeologie

In het voorjaar van 2010 werd bij werkzaamheden langs de N225 bij Remmerden een bijzondere toevalsvondst gedaan. RAAP werkte aan een proefsleuf ter hoogte van het geplande nieuwe fietspad toen een vrachtrijder van de aannemer meldde dat er bij toeval een pistool gevonden was een kilometer verderop.
Natuurlijk wilde we dat zien! Al snel kwam de man terug met wat oogde als een onooglijke klomp roest, waar op het eerste gezicht weinig over te zeggen viel. Aan Jobbe Wijnen, specialist WO2 van RAAP-west, de taak om het verhaal van dit object te achterhalen: “Het kost een paar dagen voorzichtig poetsen, maar dan blijkt onder zo’n klomp roest uit de oorlog ineens een heel verhaal te zitten.”
Het wapen werd gerestaureerd en geïdentificeerd als een ‘Pistool FN Browning model 1922’, met een kaliber van 7.65mm. Dit was het standaard persoonlijk wapen van Nederlandse officieren in het Interbellum. De Nederlandse designatie was “Pistool M25 No1”. Er bestond ook nog een “M25 No 2” met een wat zwaarder kaliber van 9mm. Helaas lukte het niet om met behulp van röntgenfoto’s de serienummers te achterhalen die op het wapen ingegraveerd waren. Daarmee had - potentieel - zelfs de drager van het pistool met naam en toenaam achterhaald kunnen worden!
Aan de ‘Browning 1922’ bleek nog een verhaal te kleven. John Moses Browning, de befaamde Amerikaanse wapenontwerper, had precies ditzelfde pistool eerder op de markt gebracht in een lichtere uitvoering: de ‘Browning Model 1910’. Technisch was dit exact hetzelfde wapen, alleen ietsje kleiner. De beide modellen zijn zo identiek dat ze vaak worden aangeduid onder één noemer als ‘Model 1910/22’. Met het kleinere model 1910 werd op 28 juni 1914 Prins Franz Ferdinand van Oostenrijk vermoord in Sarajevo, wat zou leiden tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
Het pistool M25 uit Remmerden is vermoedelijk uitgereikt aan een officier die betrokken was in de Slag om de Grebbeberg. Deze slag duurde van 11 tot 13 mei 1940 en geldt nog altijd als een van de bloedigste veldslagen uit het begin van de oorlog. Hoe het pistool op twee meter onder de straatweg belandde, zal vermoedelijk wel een raadsel blijven, maar een vondst met een bijzonder verhaal is het zeker.
|