Inventariserend veldonderzoek (IVO)

Inventariserend veldonderzoek (IVO)

Met een inventariserend veldonderzoek (IVO) toetsen we de archeologische verwachting die eerder via bureauonderzoek is bepaald. In het veld onderzoeken we het terrein systematisch op archeologische vondsten en vondstlagen. Vaak gebeurt dat met booronderzoek.

Afhankelijk van de (terrein)omstandigheden bepalen we de meest geschikte onderzoeksmethode: oppervlaktekartering, booronderzoek, mechanisch booronderzoek, geofysisch onderzoek, sonderingen of proefsleuven. Het veldonderzoek levert een waardestelling van de vindplaats op. Daarmee beslist de bevoegde overheid wat ermee gebeurt: fysiek beschermen, vrijgeven, opgraven of archeologisch begeleiden.

Het kan nodig zijn de inventarisatie op te knippen in fasen:

  • een verkenning (kan het er zitten?),
  • kartering (zit het er?)
  • en waardering (wat is de kwaliteit ervan?).

Het aantal waarnemingen (boringen) per hectare wordt steeds meer verdicht.

Het veldonderzoek levert een waardestelling van de vindplaats op. Daarmee beslist de bevoegde overheid wat ermee gebeurt: fysiek beschermen, vrijgeven, opgraven of archeologisch begeleiden.

Booronderzoek is een beproefde methode om archeologische resten op te sporen zonder de bodem te verstoren. Boren is met name geschikt als deze resten afgedekt of begroeid zijn, en op enige diepte onder het maaiveld te verwachten zijn. We zetten de boringen handmatig in een regelmatig patroon. De opgeboorde grond wordt geïnspecteerd op samenstelling en archeologisch materiaal, zoals stukjes vuursteen, aardewerk, bot en houtskool. Daaruit is af te leiden of er een archeologische vindplaats in de bodem aanwezig is. Ook over de opbouw van de bodem, eventuele verstoringen en de diepteligging van archeologische resten kan booronderzoek uitsluitsel geven.

Soms wordt tijdens het veldonderzoek gekozen voor mechanisch boringen. Bijvoorbeeld als er zeer veel boringen tot grote diepte gezet moeten worden. Bij het verkennend onderzoek worden mechanische boringen met een Aqualock ingezet. De Aqualock steekt een boorkolom van 2,5 m lengte met een diameter van 7 cm. In de karterende fase is de boordiameter belangrijker en werken we met een Avegaar-boorsysteem. Deze heeft een grotere diameter (14,5 cm). Dat vergroot de kans om archeologische indicatoren (zoals stukjes vuursteen, aardewerk, bot en houtskool) te vinden.

Geofysisch onderzoek leent zich uitstekend voor het opsporen van ‘verdwenen’ bouwresten in de bodem. We zetten hierbij elektrische weerstandsmetingen, elektromagnetische metingen, magnetometingen of grondradar in. Zonder de bodem te verstoren, brengen we hiermee ‘afwijkingen’ in de bodemstructuur in kaart. Denk aan grachten of funderingen. Omdat die ‘afwijkingen’ met de natuurlijke bodemstructuur contrasteren, zijn ze goed te meten. Grachten en gebouwcontouren springen er zo duidelijk uit. Doorgaans kunnen we al meteen in het veld een ‘plattegrond’ van de meetwaarden laten zien.

Wilt u advies of een offerte aanvragen?

Neem dan contact op met de RAAP-vestiging in uw regio, of vul het offerteformulier in.

Diensten archeologisch onderzoek