Archeologisch onderzoek naar Kazematten op de Grebbeberg

Langs en op de Grebbeberg worden door Stichting De Greb een aantal kazematten en loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog blootgelegd en toeristisch-recreatief ontsloten. De ontgraving hiervan is nu voor het eerst op archeologische wijze uitgevoerd.

Twee gietstalen koepelkazematten op de Grebbeberg

Het archeologisch onderzoek naar twee gietstalen koepelkazematten, de G16 en de G18, maakte duidelijk dat archeologisch onderzoek van dit soort objecten of elementen een meerwaarde heeft. Tijdens beide onderzoeken ontvouwde zich de ‘levensloop’ of ‘biografie’ van de kazematten. Er zijn op strategische posities op de flank van de Grebbeberg met de hand gaten gegraven in de zandbodem om de kazematten verdiept te kunnen aanleggen. Hierop is een plaat beton gestort. Op een eerste laag beton van de opbouw zijn de gietstalen koepels geplaatst en verankerd, waarna ze langzaam in gewapend beton zijn gevat. Deels uit historische bronnen onbekende loopgraven blijken de kazematten te verbinden met andere kazematten. Na de meidagen van 1940 hebben de Duitsers de koepels uit het beton geblazen met het doel het staal te hergebruiken voor de oorlogsindustrie. De explosiekraters zijn uiteindelijk weer met zand en betonpuin gevuld. De vondsten maakten duidelijk dat de krater waarschijnlijk na de Tweede Wereldoorlog is dichtgeschoven. Dit past in het historische beeld: veel sporen uit de Tweede Wereldoorlog werden pas na de oorlog door de Nederlanders opgeruimd.

Ivar Schute, senior projectleider bij RAAP en specialist Tweede Wereldoorlog

Naar aanleiding van de nu uitgevoerde onderzoeken op de Grebbeberg dringen zich vragen op. Ivar Schute: “Wat ligt er allemaal nog aan sporen uit de Tweede Wereldoorlog, wat is de waarde ervan en wat moeten we ermee? Het besef groeit dat er geen goed overzicht is in wát er zich eigenlijk op en in de bodem van de Grebbeberg bevindt en wat dit waard is. Het verhaal over de Slag om de Grebbeberg wordt completer als het verband tussen de losse elementen zichtbaar wordt gemaakt. De ruimtelijke verspreiding van kazematten, loopgraven, versperringen en stellingen is de fysieke weerslag van de strategie die de Nederlanders hadden ontwikkeld om de Grebbeberg te verdedigen tegen de Duitsers. Simpel gezegd, er ligt een denken en een patroon aan ten grondslag. De verbanden tussen de losse elementen zijn in de vorm van bijvoorbeeld loopgraven en telefoonleidingen echter nog aanwezig in de bodem. De verdere toeristisch-recreatieve en educatieve ontsluiting van de Grebbeberg, een icoon in de Nederlandse geschiedenis, zou gericht moeten en kunnen zijn op het beleefbaar en zichtbaar maken van bovengenoemde patronen. En archeologisch onderzoek blijkt hierin hét middel te zijn.”