Programma 22 mei, provincie Zeeland
Te land, ter zee en in de lucht: niet-invasief onderzoek naar verdronken nederzettingen in de Oosterschelde
Door Jan Trachet (presentatie | postdoctoraal onderzoeker, Universiteit Gent), Jeroen Verhegge, Sarah Bäumler, Stefan Krojer, Bente Majchczack, Dennis Wilken, Immo Trinks, Phlippe De Smedt en Wim De Clercq
Het Weave-project Drowned Villages of the Scheldt, uitgevoerd door een internationaal onderzoeksconsortium van de universiteiten van Gent, Kiel en Wenen, onderzoekt de verdronken laatmiddeleeuwse nederzettingen Tolsende en Nieuwlande in de Oosterschelde. In plaats van het sterk dynamisch en uitdagend intergetijdenlandschap als beperking te beschouwen, probeert het onderzoeksproject het getijdenregime actief in zijn voordeel te benutten door de nieuwste terrestrische, aquatische en drone-gebaseerde prospectietechnieken strategisch op elkaar af te stemmen. Via een geïntegreerde, niet-invasieve methodologie – waaronder drone-magnetometrie en seismische metingen – wordt de ruimtelijke organisatie van middeleeuwse bewoning en landgebruik gereconstrueerd. Deze lezing presenteert de eerste resultaten van de zomercampagne uit 2025.
Foto: Universiteit Gent
Een bijzondere verrassing uit de Late IJzertijd: de offerkuil van Grijpskerke-Kievitshoekweg
Door Robert van Dierendonck (wetenschappelijk onderzoeker Erfgoed Zeeland)
Na een melding van gevonden scherven werd in de droge bedding van een aangelegde natuurvriendelijke oever een grote concentratie vondsten uit de Late IJzertijd ontdekt. Een noodonderzoek van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland in 2003 (thans Erfgoed Zeeland) bracht een grote rechthoekige kuil (2,75 x 3,75 meter) aan het licht. Die was volgestouwd met 662 kilo aardewerk, keramische objecten, dierlijk en menselijk bot, verkoolde zaden, natuursteen en brons. De hoeveelheid vondsten van circa 220 potten, het bijzondere karakter van de samenstelling ervan en de plaatsing in de kuil tonen dat het spoor beschouwd moet worden als een eenmalige collectieve offerdepositie.

Foto: Robert van Dierendonk
Recent onderzoek in de Zeeuwse ringwalburgen
Door Guus Besuijen (beleidsadviseur erfgoed en erfgoedcoördinator Schouwen-Duivenland)
De vroegmiddeleeuwse ringwalburgen van Burgh, Domburg, Middelburg, Souburg en Oostburg zijn verdedigingswerken uit de 9e eeuw. Ze zouden zijn aangelegd als bescherming tegen invallen van Vikingen, soms rond een bestaande nederzetting en soms als een geheel nieuw fort. De burgen onderstrepen de strategische ligging van de Zeeuwse regio aan de monding van de Schelde in deze periode, met name voor de handel. Recent archeologisch onderzoek werpt nieuw licht op hun datering, functie en ontwikkeling. Het laat zien dat de ringwalburgen bepalend waren voor de latere ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling van deze plaatsen.

Foto: Staatsbosbeheer
De honderdduizend scherven van Aad Bruijns
Door Aagje Feldbrugge (conservator archeologische collectie, Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen | projectbegeleider AWN-werkgroep ‘De Rode Oortjes’)
Begin jaren ‘70 werd in Goes tegen het stadscentrum aan een rommelig buurtje afgebroken en een nieuwe wijk gebouwd. Deze Smallegangebuurt ligt tussen de huidige molen de Koornbloem en het Havenkanaal. In de ondergrond omvatte het gebied een deel van afgebroken vestingwerken en een gedempte achterhaven. Als in het verleden in de huizen langs de Van der Goeskade huisraad kapot viel, gooide men de scherven – bij gebrek aan een vuilnisdienst – meestal liever in die achterhaven. Totdat er in de 70er jaren diep gegraven moest worden voor nieuwe fundamenten en een jonge man langskwam…

Foto: Aagje Feldbrugge