Unieke archeologische vondsten uit de steentijd gevonden in Lisse
In Geestwater, in de gemeente Lisse, vonden archeologen van RAAP in november 2024 voorwerpen die waarschijnlijk teruggaan tot de periode van ca. 3800-2000 voor Chr. De vondsten bewijzen dat de kust aantrekkelijk was voor de vroegste bewoners van de bollenstreek. Materiaal uit deze periode is tot nu toe nog maar weinig gevonden ten noorden van de Rijn.
Dat er vroeg in de geschiedenis mensen woonden in de Nederlandse kuststreek is al lange tijd bekend. De bollenstreek is hier geen uitzondering op. Aan het begin van de 20ste eeuw vond men bij het afgraven van de strandwallen in Lisse, Hillegom en Noordwijk stenen bijlen en aardewerk uit de laatste fase van de steentijd (vanaf ca. 2500 voor Chr.).
Aardewerk, natuursteen en botjes
Binnenkort start de gemeente Lisse samen met Woonstichting Stek met de ontwikkeling van de nieuwe wijk Geestwater. Vooruitlopend hierop deden archeologen al meerdere keren onderzoek. Zo deden ze een booronderzoek en daarna zijn smalle proefsleuven gegraven. Daarbij kwamen bijzondere vondsten aan het licht.

[Afbeelding: Natuurstenen bijl gevonden in Geestwater. Foto: RAAP]
In het noordwestelijke deel van de nieuwe wijk, waar een waterpartij wordt gegraven, vonden de archeologen resten van houten huizen en scherven aardewerk. Ook vonden ze een stuk natuursteen dat in de vorm van een bijlblad was geslepen. De houten steel van de bijl is in de loop der tijd vergaan, maar het natuurstenen bijlblad is goed bewaard gebleven. Tijdens het graven van de proefsleuven vonden de archeologen allerlei kleine fragmentjes van bot (waaronder visbot) en vuursteen. Dit laat zien dat de bewoners van de houten huizen zich bezighielden met visvangst en de productie van vuurstenen gebruiksvoorwerpen.
Aardewerk uit de klokbekerperiode en Vlaardingencultuur
Het gevonden aardewerk is kenmerkend voor de periode waarin mensen voor het eerst in de geschiedenis overstapten van een leven als jager/verzamelaar naar een leven als boer. Ook maakten en gebruikten mensen toen voor het eerst aardewerken gebruiksvoorwerpen. De versiering op een van de stukken aardewerk – nagelindrukken en een groeflijn – is kenmerkend voor een periode die wordt aangeduid als de klokbekerperiode (vanaf 2500 voor Chr.). Andere onversierde scherven kunnen zelfs nog ouder zijn, namelijk uit de periode 3800-2500 voor Chr. Archeologen noemen deze periode de Vlaardingencultuur.

[Afbeelding: Fragment aardewerk met nagelindrukken en een groeflijn. Dit aardewerk is kenmerkend voor de klokbekerperiode (ca. 2500-2000 voor Chr.). Foto: RAAP]
Waarom onderzoek op deze plek?
De kust zoals we die nu kennen is een relatief jong verschijnsel. Na de laatste ijstijd smolt het landijs, waardoor de zeespiegel snel steeg. De kustlijn verschoof hierdoor steeds verder naar het oosten, tot die beweging stopte rond 3850 voor Chr. Toen lag de kust ongeveer ter hoogte van het huidige dorp Lisse. Daar ontstond door het zeewater een lage zandrug, die we strandwal noemen. Op de strandwal en het gebied er vlak achter ontstonden duinen. Duinen worden gevormd door de wind die stuifzand van het strand meevoert en in heuveltjes afzet. De duinen waren door hun hoogte aantrekkelijk in een landschap dat verder behoorlijk nat was. Net als nu bouwden de prehistorische mensen hun huizen bij voorkeur op een plek waar ze droge voeten hielden en die plek vonden ze op de duinen. Het kustlandschap moet in die tijd een oneindige bron van voedsel geweest zijn: de eerste bewoners konden er jagen en vissen. Op de hoge gronden was genoeg ruimte om akkers aan te leggen en vee te houden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we de oudste bewoningssporen in Lisse vinden op een duin achter de oudste strandwal.


