Pomppark Zuid
en het militaire verleden
in de groene gordel rond Antwerpen
Foto: Overzicht van de brugpijlers (© Stad Antwerpen).
Om het verkeer rond Antwerpen vlotter te laten verlopen, wordt de infrastructuur groots aangepakt. Onder de naam ‘De Grote Verbinding’ vinden er wegwerkzaamheden plaats en langs de autostrade komt een groene gordel te liggen. Het ontwerp daarvoor toont hoe ten zuidoosten van de stad versnipperde parken met elkaar worden verbonden. Ze smelten samen tot het Ringpark Groene Vesten, met als doel meer groen, minder lawaai en gezondere lucht rond de stad te creëren.
De naam ‘Groene Vesten’ komt niet uit de lucht vallen. De huidige weg rond de stad ligt exact op de plaats waar in de 19e eeuw de Grote Omwalling lag. Die omwalling is genoemd naar de militaire architect en vestingbouwkundige Henri Brialmont, die aan de ontwerptafel zat van het imposante bouwwerk. De Brialmontomwalling bestond uit 15 kilometer in baksteen en aarde opgebouwde wallen en grachten met daarop aansluitend vooruitspringende verdedigingswerken. Langs de wallen waren kazernes en 19 toegangspoorten tot de stad ingericht. De omwalling deed maar kort dienst. Opgericht in het midden van de 19e eeuw verloor hij al snel zijn functie als verdedigingsgordel tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871. Toen bleek dat de artillerie te sterk was geworden voor dergelijke verdedigingswerken. Aan het begin van de 20e eeuw raakte de omwalling daarom al deels gedemilitariseerd en volgde geleidelijk de ontmanteling, met name met de aanleg van de ring rond Antwerpen in de jaren 1950 en 1960. De vrijgekomen ruimte werd onder andere ingenomen door de verkeersader die Vlaanderen met Nederland verbindt.
Binnen het project Ringpark Groene Vesten worden de groene ruimtes herontwikkeld en één daarvan is Pomppark Zuid. Dit wordt een nieuw buurtpark. Het nu nog deels braakliggende terrein ligt rond het pompstation dat de ring vrijhoudt van hemel- en grondwater. In de 19e en begin 20e eeuw lag hier een versterkt punt op de omwalling met een kazerne en een capponière. Deze capponière lag als driehoekige uitsprong in de gracht en diende ter verdediging van de twee toegangsbruggen en poorten. Het was een overdekte gang met schietgaten gericht op de bruggen en poorten om een aanval hierop te kunnen afslaan. De beide poorten, bekend als de Kielse en de Sint-Laureispoort, zijn later met dynamiet afgebroken.
Voor de heraanleg van het Pomppark Zuid was veel graafwerk nodig en ook archeologisch onderzoek. Voorafgaand aan de opgraving waren de verwachtingen wisselend, over wat er in de bodem bewaard was gebleven. Sommige delen van de Brialmontomwalling zijn in het verleden erg grondig ontmanteld, terwijl opgravingen op andere locaties soms nog wel goed bewaarde structuren opleverden. Zo ontdekte de dienst archeologie van Antwerpen in het nabijgelegen natuurpark Wolvenberg de resten van een andere kazerne.
Tijdens de opgraving in juni 2025 legden de archeologen van RAAP België de resten vrij van vier massieve brugpijlers en een brughoofd, die alle onderdeel waren van de Brialmontomwalling. De aangetroffen dekstenen op de toppen van de pijlers toonden aan dat deze vrijwel volledig bewaard waren gebleven en tijdens eerder sloopwerkzaamheden slechts met zand waren bedekt. Daarnaast is ook een deel van de caponnière opgegraven.
Onder de dikke dempingslagen in de vestinggracht lagen talrijke vondsten. Naast enkele voorwerpen van glas en leer, ging het bijna uitsluitend om gedumpte munitie. Het grootste deel van de munitie bestond uit niet afgevuurde patronen. Er zijn ongeveer 30 types patronen in de dump herkend, daterend vanaf circa 1870 tot 1918. De vondst van de patronen is allesbehalve typisch militair. De grootste groep patronen zijn van het type veiligheidspatronen en die werden uitgedeeld aan wachtposten en mogelijk ook gebruikt door de burgerwacht. Een tweede grote groep bestaat uit een grote variatie aan jacht- en hagelpatronen, zowel van Duitse als Belgische makelij. Daarnaast is een groot aantal oefenpatronen en munitie gevonden voor de standaard geweren van zowel het Belgische, Franse, Britse, Italiaanse als Duitse leger voor de tijd tussen 1870 en 1918. Vermoedelijk is de munitie gedumpt bij het opruimen van de Antwerpse stellingen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog.