Verklaringen
De resultaten en cijfers vragen om een verklaring. Waarom zien we een afname in projectomvang? Waarom is er zoveel onderzoek in de bebouwde kom? Enzovoort. Bij de interpretatie van de gegevens is er rekening mee gehouden dat een veelvoud aan factoren en ontwikkelingen een rol zullen hebben gespeeld, en dat er niet één specifieke maatschappelijke ontwikkeling aan de genoemde trend en patronen ten grondslag ligt. Toch zijn in de meetperioden veel kleine ontwikkelingen uitgevoerd in de bebouwde kom (zogenaamde inbreidingslocaties), terwijl in eerdere meetperioden meer grootschalige uitbreidingslocaties zijn ontwikkeld. De keuze voor inbreiding is deels te verklaren door het beleid op ruimtelijke ordening: er zijn geen grote VINEX-locaties aangewezen en gemeenten kregen zelf meer ruimte om locaties te ontwikkelen. Mogelijk speelde hier ook de nasleep van de kredietcrisis, waarbij weinig grote (en risicovolle) plangebieden zijn ontwikkeld. Ook zullen zaken als stikstof-overschot een rol hebben gespeeld in de afname van de projectomvang.
Dat veel onderzoek in de bebouwde kom is uitgevoerd, geeft ook aanleiding om andere patronen te duiden. Het behoud van archeologische waarden in een stad is anders dan in het buitengebied. Uitwijkmogelijkheden of planaanpassing is niet altijd eenvoudig in stedelijk gebied, zeker niet bij kleine plangebieden. Ook de combinatie met het civiele werk, dus onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding, is vaak te prefereren bij onderzoek in de binnenstad. Bijvoorbeeld vanwege de stort of het afsluiten van toegangswegen.