Snelweg archeologie
Boren en graven langs de A27
Snelweg archeologie
Boren en graven langs de A27
Om een omgevingsvergunning te verkrijgen, moeten onder andere alle eventueel aanwezige archeologische resten in het kilometerslange wegtracé van de A27 in kaart worden gebracht. Dat begint met een bureauonderzoek en het opstellen van een archeologische verwachting. Daarna volgt een inventariserend veldonderzoek met verkennende en karterende boringen. In opdracht van Arcadis heeft RAAP verschillende tracédelen en werkvakken onderzocht met een verkennend booronderzoek. Delen met een hoge verwachting, waar archeologische vindplaatsen zijn te verwachten, zijn vervolgens met karterende boringen uitgeboord.
De planrealisatie kon niet wachten tot er voor alle percelen betredingstoestemming was. Daarom is in 2023, al voordat het archeologisch onderzoek klaar was, het werk aan de combinatie ALSÉÉN gegund. Dit betekende dat met alle verschillende werkzaamheden ook nog een aanzienlijk deel van het archeologisch onderzoek uitgevoerd moest worden. ALSÉÉN gaf deze opdracht aan RAAP. Daarvoor was in grote delen langs het wegtracé karterend booronderzoek nodig en tussen 2023 en nu zijn circa 600 boringen gezet. In Geertruidenberg, ten zuiden van het voormalige kloosterterrein, is een opgraving uitgevoerd. Daarnaast zijn zes vindplaatsen inmiddels gewaardeerd met proefsleuven en twee zijn voorlopig ex situ behouden met een opgraving.
Het tracé ligt grotendeels in het Zuid-Hollandse veengebied. Diep in de bodem van dit veenweidelandschap liggen enkele stroomgordels en voor deze oude riviersystemen geldt dat er vroeg- en laat-prehistorische vindplaatsen te verwachten zijn. Aan de zuidkant van het tracé wordt een deels met veen bedekt dekzandlandschap aangesneden. Daar zijn vindplaatsen uit de midden-steentijd aangetroffen en in het smalle wegtracé is ook een deel van de gracht langs een voormalig middeleeuws Karthuizerklooster onderzocht. Daarnaast is ook onderzoek gedaan bij de brug over de Merwede bij Gorinchem naar stellingen uit de Tweede Wereldoorlog.
Ongeveer halverwege het tracé, bij Noordeloos is een boor- en proefsleuvenonderzoek gedaan naar verschillende vindplaatsen op de fossiele, neolithische stroomgordels. Aanwijzingen dat daar mogelijk in de prehistorie mensen woonden, zijn de hoeveelheden houtskool in combinatie met aardewerk en fragmentjes (vuur)steen. Ook vegetatieniveaus met verbrandingssporen duiden erop dat de oevers door mensen gebruikt zijn voor diverse activiteiten. Een proefsleuvenonderzoek leverde echter nog geen behoudenswaardige prehistorische nederzettingsterreinen op. De aard van de vindplaatsen blijft daarmee nog onduidelijk. Mogelijk worden de sporen van landgebruik – zou het gaan om het afbranden van vegetatie? – nader onderzocht.
De archeologische vindplaatsen in de top van het dekzand rondom het knooppunt Hooipolder bleken beter te duiden. Daar zijn aanwijzingen voor activiteiten van jager-verzamelaars uit het mesolithicum aangetroffen, rond 6000 voor Chr. Naast vuurstenen artefacten zijn ook enkele haardkuilen gevonden. Dergelijke kuilen met zwarte verkleuringen van houtskool zijn een zeldzaamheid in het zuiden van Nederland. Deze vindplaatsen laten zien waar jager-verzamelaars verbleven en hun kamp opsloegen. De analyse van de vondsten zal duidelijk maken welke activiteiten zij daar uitvoerden.
In het voorjaar van 2024 is een opgraving uitgevoerd op de locatie van een nieuwe ontsluitingsweg voor Raamsdonkveer/Geertruidenberg, vlakbij het knooppunt van de A27 en de A59. Het ging om het terrein naast het 14e-eeuwse Kartuizerklooster dat hier heeft gestaan. De uitwerking van de opgraving loopt inmiddels op zijn einde. Naast wat losse steentijdvondsten zijn hier ook sporen van 1000 jaar landbewerking onderzocht.