Gentrification in het Vrouwjuttenhof in Utrecht:
van ‘slopje’ tot ‘The New U’
Bij het onderzoek dat RAAP tussen 2020 en 2022 voor VORM Ontwikkeling B.V. uitvoerde, kwamen de resten tevoorschijn van een sobere woonomgeving. De oudste steenbouw bestond uit rijen kameren, intensief gebruikt en bewoond door mensen met een beperkte financiële armslag. In de loop van de tijd zijn de panden uitgebreid, verbouwd en herverdeeld. De opgraving maakte duidelijk dat deze locatie het resultaat is van een eeuwenlange sociale en economische dynamiek.
De opgegraven resten van rijen kameren langs de voormalige straten aan het Vrouwjuttenhof, hoorden bij de stadsinrichting die oorspronkelijk uit de tweede helft van de 15e eeuw dateert. Het gaat om eenvoudige éénkamer-woningen in woonblokken, ook wel ‘armenhofjes’ of ‘slopjes’ genoemd. Ze waren veelal gebouwd en gefinancierd uit legaten van rijke Utrechters. Het was een bewuste en sociaal gestuurde inrichting van dit deel van Utrecht, vooral bedoeld voor mensen zonder vast inkomen.
De panden hadden een kapconstructie met de nok evenwijdig aan de straat of steeg en de balklaag haaks op de straat of steeg. In sommige kameren zijn resten van een open haard gevonden. Op de achtergevels waren vanaf de vroegste fase bakstenen beerputten met een koepelgewelf aangelegd. Soms nog met een houten ton daaronder. Ondanks de ruimte achter het woonblok, waren de tuinen meestal maar enkele meters diep. De opgegraven voorwerpen van aardewerk en glas uit afvalkuilen en beerputten uit deze periode, waren eenvoudig en vaak sober. Afgeleid uit de beperkte grootte van een opgegraven spaarvarken, kon men ook weinig sparen.
In de 16e en 17e eeuw ondergingen de eenvoudige woningen een verbouwing. Er kwamen uitbouwen en gangen bij, maar ook kelders, extra beerputten en een waterput. Sommige kameren werden samengevoegd tot een groter pand met meerdere vertrekken. Deze verandering is typisch voor een periode van verdere verstedelijking die verband houdt met de sterke bevolkingsgroei. Het ruimtegebruik veranderde mee met nieuwe behoeften. Het zijn ook kenmerken van een vroege vorm van gentrification: het proces waarbij een oude of achtergestelde wijk wordt verbeterd, zodat het beter bedeelde bewoners aantrekt en de buurt daarmee sociaal en economisch verandert. De verbetering van de buurt is niet alleen af te leiden uit de herbouw en uitbreiding, maar ook uit de archeologische vondsten. Er zijn dan meer luxere en geïmporteerde goederen, die passen bij iets beter gestelde huishoudens, maar nog zonder uitgesproken weelde. Het was een woonomgeving waar betaalbaarheid en functionaliteit centraal stonden.
In de 18e en vroeg-19e eeuw vonden opnieuw uitbreidingen en herindelingen van woningen plaats, met meer kelders, beerputten en waterputten. De verstedelijking zette door vanwege de blijvende bevolkingsgroei. De vondsten wijzen op een toenemende welvaart en dus gentrification. Het aantal eenvoudige en onversierde producten nam verder af en de kwaliteit en import groeide. Er zijn zelfs exotische items en curiosa gevonden. Bijvoorbeeld een paradijskorrel aangevoerd vanuit Oost-Afrika, een kalkoen uit Noord-Amerika en een paranoot en cavia uit Zuid-Amerika.
Rond de tweede helft van de 19e eeuw vond een ware metamorfose van het Vrouwjuttenhof plaats. Het gebied raakte nagenoeg volgebouwd, maar pas nadat eerst vrijwel alle historische panden waren gesloopt. In deze periode werden nutsvoorzieningen in de stad verder gemeengoed. Beerputten werden gedempt en waterputten raakten met de komst van riolering en waterleidingen in onbruik. De verstening was rond 1950 op zijn hoogtepunt. Pas in de jaren ’60-‘70 van de vorige eeuw kwam daar verandering in. Bij de herinrichting, en na de sloop van de laatste historische panden, hield men meer rekening met groen en ruimte in de binnenstad. Zo ontstond meer ‘binnenruimte’ zoals het Vrouwjuttenhof. Deze lijn is met de huidige herinrichting en nieuwbouw van ‘The New U’ doorgezet.
Al met al tonen de resultaten van de opgraving een dynamisch proces aan, met een toename in welvaart per fase van stadsontwikkeling. De dynamiek op deze locatie is niet uniek, maar kenmerkt stedelijke ontwikkeling in het algemeen. Steden zijn voortdurend in beweging. Functies verschuiven, de bebouwing wordt aangepast en sociale groepen wisselen elkaar af.
Wat we vandaag zouden aanduiden als gentrification – de sociale en economische opwaardering van een wijk – blijkt in feite de meest recente episode in een veel langere geschiedenis van herwaardering. In de archeologie zien we dat stedelijke ruimtes regelmatig een transformatie doormaken. Voor het Vrouwjuttenhof vormen de opgegraven kameren zo’n fase van bescheiden bewoning, waarna de locatie telkens een hogere economische en symbolische waarde krijgt. Onvermijdelijk verandert daarmee ook de sociale samenstelling van de buurt. De komst van de huidige luxueuze woningen is dan ook geen breuk met het verleden, maar een nieuwe fase in de transformatie.