Dataverzameling of wetenschap?
Ongeveer 13.000 jaar geleden begon de mensheid over te stappen op landbouw en veeteelt, een proces dat enkele duizenden jaren duurde. Daarvóór leefden we als jager-verzamelaar. Waarom hebben we die overstap ooit gemaakt?
Landbouwers zijn gemiddeld een volle werkdag bezig met het regelen van voedsel. Jager-verzamelaars zijn met zo’n twee à drie uur wel klaar. Landbouw maakte ons afhankelijker van het klimaat en het weer, met alle risico’s op plagen, misoogsten en hongersnood. Het dieet werd eenzijdiger. Vitaminegebrek lag op de loer en een koolhydraatrijk granendieet doet wonderen voor je tandbederf. De tandarts kan je vertellen wat dat met je gemiddelde levensverwachting doet. Veeteelt trakteerde ons op de ochtendmens (koeien moeten immers gemolken), ziekten die we van ons (pluim)vee overnamen en – tot de lactosetolerantie ontstond – permanente diarree.
Jager-verzamelaars waren groter, gezonder, leefden langer en hadden meer aan hun tijd. Die overstap was dus een slecht idee. Het hoe en waarom ervan is dan ook lang onderwerp van discussie geweest. Is de landbouw verspreid door de volksverhuizing van landbouwers, namen jager-verzamelaars de nieuwe mode van hun buren over, of allebei?
Nu heeft recent onderzoek van het DNA van honderden individuen uit de periode van dit zogenoemde ‘neolithiseringsproces’ in Europa en het Midden-Oosten uitgewezen wat de voorvaderlijke herkomst van die mensen was. Zo konden migratiestromen in kaart gebracht worden. Onderzoek naar tandsteen en naar isotopen in tanden en botten wees uit wat voor soort voedsel ze hadden gegeten en daarmee konden landbouwers en jager-verzamelaars onderscheiden worden.
De resultaten van de inventarisatie van deze enorme hoeveelheid data uit de halve wereld wijzen erop dat de landbouw vooral verspreid is door migrerende landbouwers. Jager-verzamelaars bleven gewoon jagen en verzamelen. Er werd ook nauwelijks onderling ‘getrouwd’, zeg maar. Beide typen samenleving bleven naast elkaar bestaan, tot de landbouwers de jager-verzamelaars hadden verdrongen. Want met landbouw kun je per saldo wel veel meer mensen onderhouden.
Dit onderzoek zul je niet snel in de krant aantreffen. Berichten over die honderden individuen wél: ‘Neolithisch grafveld aangetroffen in de duinen’, ‘Nederzetting eerste landbouwers in Flevoland opgegraven’, ‘Oudste begraving in Nederland in Hardinxveld-Giessendam’.
Elk afzonderlijk onderdeel van die enorme hoeveelheid data die voor dit onderzoek nodig waren, zal wel tot een krantenberichtje geleid hebben. Maar dat gaat over dataverzameling, een noodzakelijke voorwaarde voor wetenschap, maar nog geen wetenschap. Archeologisch nieuws gaat – hoe spectaculair ook – vaak alleen over die eerste stap: data verzamelen, maar nauwelijks over waar die data goed voor zijn: wetenschap.
Richard Kroes
Projectleider RAAP
“Veeteelt trakteerde ons op de ochtendmens (koeien moeten immers gemolken), ziekten die we van ons (pluim)vee overnamen en – tot de lactosetolerantie ontstond – permanente diarree.”
Korte berichten
Floris van Oosterhout
commercieel directeur RAAP
In oktob
er 2025 is Floris van Oosterhout toegetreden tot de directie van RAAP. Met zijn komst is de directie uitgebreid naar drie personen. Samen met algemeen directeur Mariëtte de Rooij en financieel directeur Alfred Ankum is Floris van Oosterhout als directeur verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van RAAP tot integraal erfgoedbureau. RAAP richt zich naast archeologisch onderzoek steeds meer op erfgoed-breed onderzoek en advies.
Floris van Oosterhout komt over van Arcadis waar hij Teamleider Erfgoed en Ruimtelijke Kwaliteit was en lid van het MT van de Adviesgroep Beleid en Besluitvorming voor de Duurzame Leefomgeving. Tussen 2006 en 2016 werk hij al bij RAAP. Over zijn nieuwe functie zegt hij: “Wie mij kent, weet dat ik een brede interesse heb in erfgoed, van oude steentijd tot Brutalisme. Ik hou van werken met leuke en gedreven professionals, wat ik eerder ook al bij RAAP heb gedaan. Het is een eer om nu als directeur de verantwoordelijkheid te kunnen nemen voor de verdere ontwikkeling van onze diensten op het gebied van groen erfgoed, landschap, gebouwen en UNESCO Werelderfgoed. De opgaven voor erfgoed in Nederland zijn groot, maar daarmee ook de kansen.”













